Opinie

Raak & mis: aanvullingen op een jaar werk van de ombudsman

De ombudsman

Aan de vooravond van Oud en Nieuw is het tijd om ook wat eigen zonden op te biechten. Wat heb ik te corrigeren en aan te vullen op de rubrieken die ik dit jaar als ombudsman schreef? Feitelijke onjuistheden eerst, zoals het hoort. In een rubriek over de mogelijkheid voor lezers om weer te reageren onder sommige artikelen op nrc.nl (drie jaar geleden stopgezet wegens de barrage aan vluchtige en soms hatelijke oprispingen, waarvan het modereren veel tijd kostte) schreef ik ten onrechte dat die mogelijkheid was blijven bestaan bij enkele succesvolle blogs, zoals het Klimaatblog van Paul Luttikhuis of dat van Justitieredacteur Folkert Jensma. Nee dus – ook voor die blogs ging de deur dicht; schrijnend, want ze waren nu juist de meest levendige communities van betrokkenen en experts die NRC-redacteuren online hadden weten te creëren. Inmiddels is dat hersteld. Ik zou bijna zeggen, het recht heeft gezegevierd.

Pijnlijker is dit. In een rubriek in november bekritiseerde ik de berichtgeving van de krant over een #MeToo-zaak – ik vond de mate van detail van het stuk disproportioneel (de zaak was al onderzocht, de beschuldigde vertrokken). Bovendien was het mede geschreven door een NRC-columniste met een uitgesproken activistisch standpunt over dit onderwerp; dat vond (en vind) ik onwenselijk. In mijn stuk noteerde ik dat de man in kwestie, een hoogleraar die zich aanhoudend had opgedrongen aan een promovenda, „ruim een week” voor publicatie een uitgebreide samenvatting van het stuk en een lijst met 35 vragen toegestuurd had gekregen.

Dat is onjuist, de openhartige uitleg die de verslaggever me gaf, was door mij verkeerd weergegeven. Juist is dit: vanaf ruim een week tevoren probeerde de verslaggever op allerlei manieren contact te krijgen met de hoogleraar (via email, via diens 06-nummer en huistelefoon), zonder resultaat. Een uitvoerige vragenlijst volgde drie dagen voor publicatie, de samenvatting een dag ervoor (na telefonisch contact met de advocaat van de hoogleraar).

Mijn mening over de berichtgeving verandert daardoor overigens niet. Drie dagen of ruim een week is in het algemeen ruim voor wederhoor, maar vind ik toch kort voor de reconstructie van zo’n zaak. Met de andere partij, de (anoniem gebleven) promovenda, was al veel eerder contact gelegd, zij het alleen per e-mail. Of een andere aanpak iets had uitgemaakt, blijft de vraag. De verslaggever benadrukt dat hij eerst alle documentatie goed wilde beheersen voordat hij de hoogleraar benaderde, maar toen ook het uiterste heeft gedaan om tot een gesprek te komen – tevergeefs. Uiteindelijk reageerde de beschuldigde partij via zijn advocaat.

Dan een nabrander uit de meest bizarre kwestie waar ik mee te maken kreeg, het verzonnen overlijdensbericht van de schrijver ‘Peter Akkerman’. Dat bleek een pseudoniem van cultuurhistoricus Meindert Evers, die onder die naam in 2001 de vuistdikke roman De val van Icarus publiceerde. Jaren later, na de ‘dood’ van Akkerman in 2014, verscheen een nieuwe editie van het boek dankzij een vriendenclubje van de auteur. Rouwadvertenties in NRC op de ‘sterfdatum’ van de romancier maakten deel uit van een poging nieuwe aandacht te trekken.

Na de klacht van een gedesillusioneerd, maar toch nog discreet lid van de vriendenclub kon ik de gang van zaken ontrafelen. In die rubriek figureert ook de literair agent van het clubje, de docent Mark Beumer, een pupil van Evers. Hij is de man die de advertenties plaatste en ook voorkomt in Youtube-filmpjes over het literaire werk. Ik legde hem mijn bevindingen voor dat het boek was geschreven door Evers, maar hij hield voet bij stuk.

Eerst na publicatie van mijn stuk liet de literair agent me weten dat hij overtuigd was geraakt, omdat Evers het hem inmiddels in een e-mail had toegegeven (de mail heb ik gelezen). Beumer heeft bij mij achteraf benadrukt dat hij met die advertenties te goeder trouw had gehandeld: hij dacht echt dat Akkerman had bestaan. Ik heb geen reden daaraan te twijfelen, dus vandaar deze aanvulling.

Evers, het brein achter de stunt, gaf zijn kijk op de zaak na mijn rubriek in een barokke ingezonden brief – waarin hij nog eens reclame maakte voor zijn volgens hem miskende roman (en overigens geen spoor van berouw toonde over het zogenaamd speelse misbruik van de rouwberichten).

Volledigheid is ook een kunst, en in het korte bestek van een rubriek niet altijd haalbaar.

In een overzicht dat ik gaf van NRC-journalisten die wel eens een land zijn uitgezet (naar aanleiding van een ervaring van correspondent Koen Greven in Marokko), ontbraken enkelen. Ik vermeldde een botsing van toenmalig Zuidoost-Azië-correspondent Elske Schouten met de autoriteiten tijdens een reis naar Papoea, maar vergat een veel bedreigender episode: haar bruuske uitzetting uit Myanmar in 2010, in de aanloop naar parlementsverkiezingen. Ze was undercover in het land, de enige manier om verslag te doen, maar werd ontdekt en tussen mannen van de geheime dienst naar het vliegveld gereden. Ze deed er later verslag van in de krant.

Nog een omissie: de aanhouding van verslaggever Freek Schravesande in 2008 met een fotograaf in Turks Cyprus (het duo had foto’s gemaakt van verboden terrein in de spookstad Famagusta). Ze belandden in de cel, met een gevangenisstraf boven hun hoofd, maar kwamen er na bemiddeling uit Nederland vanaf met een boete van een paar duizend euro en een verbod om Famagusta nog eens te betreden. De fotograaf kreeg zijn in beslag genomen peperdure apparatuur niet terug.

Schravesande schreef een reportage over zijn reis, maar liet het incident achterwege, op last van de hoofdredactie. Argument van de leiding: hij zat fout en de krant moet zulk gedrag van verslaggevers niet aanmoedigen. Ook speelde het optreden van Buitenlandse Zaken (achter de schermen) een rol, dat een diplomaat met een borgsom naar de gevangenis had moeten sturen om het tweetal vrij te krijgen.

Tot slot iets over advertenties, een heet hangijzer in het oude jaar en ongetwijfeld ook in het nieuwe. In een klimaatbewuste tijd vallen lezers steeds vaker over reclames voor luxe vlieg- en bootreizen – een groeimarkt waar ook kranten een deel van hun inkomsten aan te danken hebben.

Zijn er grenzen aan wat de krant plaatst? Ja, heel soms wordt een advertentie geweigerd. Dat gebeurde bijvoorbeeld met een advertentie voor Just fucking good wine, uit schrik voor het F-woord.

Deze maand sloeg die adverteerder geestig terug: die wijn kwam alsnog de krant in. Maar dan aangeprezen als Just […..] Good Wine; het F-woord was kuis afgeplakt, op initiatief van de adverteerder. Geestige knipoog naar de krant, maar geen panacee, vrees ik. Want of het staatspersbureau van China (ook een paginagrote adverteerder waar boze brieven over kwamen) zulke kuising bijvoorbeeld ook zou willen overwegen?

Het valt te betwijfelen – met de beste wensen.

Reacties: ombudsman@nrc.nl