Opinie

In mijn buurt van ongelovige witten was Benny de gelovige zwarte

Auke Kok

Altijd als zijn plekje leeg was, vreesde ik dat hij niet meer terug zou keren. Maar de volgende dag stond hij er dan toch weer, de stoep voor de supermarkt opwarmend met zijn lach, en haalde ik opgelucht adem. Even zwaaien naar Benny was weten dat het leven goed is. Hi, how are you? Fine! Het leven fine noemen was zijn manier om het eventjes minder slecht te hebben. Benny was veel te intelligent voor een bestaan als krantjesverkoper, dat wist hij zelf heel goed. De Ghanees had kunstenaar moeten worden, of handelaar, maar dat zat er niet in en daarom bouwde hij zijn rol als krantjesverkoper uit tot die van cultuurbewaker. De wereld om hem heen polariseerde, alles werd zwart-wit, maar in het hoekje van zwarte Benny heerste de harmonie.

Fraaie paradox. Als illegaal mocht hij er niet zijn, en tegelijk handhaafde hij de oudchristelijke moraal en corrigeerde hij de legalen die rotzooi lieten vallen, die hun fiets hinderlijk parkeerden, die anderen lastig vielen. En nu is hij weg.

Hij staat nu ergens aan de andere kant van de stad. Dat wordt tenminste gezegd door bezoekers van de supermarkt, die hem net zo missen als ik. Die net als ik praatjes met hem maakten, even een grap maakten, hem twee euro toestopten. Die zich laafden aan zijn vrolijkheid. Nu staat er niemand meer die de boel regelt bij de schuifdeuren. Natuurlijk, vóór Benny was er die Somaliër die op zijn fiets het fatale koude water in reed. En we hadden die Rwandees vol trauma’s van de burgeroorlog. En ná Benny zal er weer een illegaal in een rood hesje komen die hulp krijgt en er iets voor teruggeeft. Maar een nieuwe Benny is onmogelijk.

Hoeveel buurtgenoten hun hart bij hem uitstortten: je wilt het niet geloven. Hij wist alles van ons. In mijn buurt van geseculariseerde witten was Benny de gelovige zwarte die het Goede deed. Dankzij het Christendom dat hem staande hield nu zijn leven stuk zat. We kenden zijn verhaal: zijn veel te jonge ouders in Ghana, de mislukte autohandel in Duitsland, het ontbrekende geld voor terugkeer.

De enige kans op verblijfspapieren was een huwelijk, maar de Nederlandse vrouwen willen hem niet, stelde hij dan. En het aanbod van buitenlandse vrouwen is klein. Te klein, blijkbaar, want nog steeds verkoopt hij daklozenkrantjes, nu in West, bij een supermarkt die een pinautomaat en daardoor betere klanten heeft dan de onze.

‘Beter’ wil zeggen, met contant geld op zak. Het contante leven van Benny wordt steeds lastiger. Als onderhuurder moet hij het hebben van munten en papieren; zijn enige pasje is de vergunning aan een koord om zijn nek. Meer heeft hij niet. Benny heeft alleen zijn geloof dat God hem door de duisternis leidt en dat het ooit goed komt.

Mijn geloof is dat ergens in West de normen en waarden nu met sprongen omhoog gaan. How are you? Fine!

Auke Kok is schrijver en journalist.