Opinie

Het nieuwe normaal in de toon van het debat mag nooit normaal worden

opinieklimaat

Commentaar

Het was afgelopen september een beschamend moment in de Tweede Kamer toen voorzitter Khadija Arib (PvdA) aan het begin van de tweede dag van de Algemene Politieke Beschouwingen haar medeleden opriep het taalgebruik tijdens het debat te matigen. Ze had na de eerste dag van het grotendeels rechtstreeks op de televisie uitgezonden debat mails en brieven van burgers gekregen die zich ergerden aan de gebezigde grove, harde en op de persoon gerichte taal. „Het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om met respect met elkaar om te gaan”, aldus Arib.

Niet alleen Tweede Kamerleden ontspoorden dit jaar. De toon verhardt overal en blijft zeker niet beperkt tot Nederland. In de Verenigde Staten is het de twitterende president Donald Trump die op soms kinderlijke wijze de toon zet. Bijvoorbeeld door de Noord-Koreaanse president Kim Jong-un voor ‘Rocket Man’ uit te maken of door de Franse president Emmanuel Macron te betichten van „beledigende uitspraken” als deze een onderscheid maakt tussen patriottisme en nationalisme.

Duidelijk en stellingnemend taalgebruik wordt tegenwoordig al te vaak virulent taalgebruik. Het is bovendien al lang niet meer beperkt tot de laagdrempelige social media zoals Twitter en Facebook maar verspreidt zich op allerlei manieren over de samenleving. Het leidt tot een guur klimaat waarin een normaal en nuttig gesprek over maatschappelijke vraagstukken nauwelijks mogelijk is. De inmiddels in Nederland rituele maar tevens volledig uit de hand gelopen Zwarte Piet-discussie is hiervan het trieste bewijs.

Nog zorgelijker is dat de tegenstelling zich niet meer beperkt tot verbale uitingen maar ook in gedrag wordt weerspiegeld. Het heeft weliswaar het woord van het jaar opgeleverd, maar voor het overige is het begrip ‘blokkeerfries’ toch vooral een triest teken aan de wand. Het betreft mensen die met een beroep op het eigen gelijk het recht in eigen hand menen te moeten nemen en anderen het recht op demonstratie ontzeggen. Gepoogd werd de actie van een jaar geleden dit jaar op tal van plaatsen voort te zetten. Een sinterklaasintocht is tegenwoordig een evenement in de hoogste risicocategorie.

Daarmee is het Zwarte Piet-debat de metafoor geworden van een dieper liggende kloof. Het wij-zij-denken rukt op tot in de hoogste regionen zoals minister Stef Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) dit jaar pijnlijk duidelijk maakte met zijn bedenkelijke opmerkingen over de multiculturele samenleving. NRC-columniste Clarice Gargard wees afgelopen november in een filmpje op Facebook op het verband tussen de pro- Pietdemonstraties en racisme en kreeg een stroom aan beledigende en bedreigende reacties over zich heen. Het was voor haar aanleiding om aangifte te doen bij de politie.

Andere opiniemakers met een niet-westerse achtergrond hebben soortgelijke ervaringen opgedaan. Zij worden niet zozeer op hun mening aangesproken maar op hun achtergrond. Lamyae Aharouay, tot deze zomer columniste bij NRC, nu verslaggever, schreef hierover een onthutsend persoonlijk relaas. Hieruit bleek dat het anders samengestelde Nederland voor velen nog verre van vanzelfsprekend is.

Gaat het om incidenten of is er sprake van een breder wordende onderstroom? In zijn open brief aan de Nederlanders van twee weken vergeleek premier en VVD-leider Mark Rutte Nederland met een vaasje. Hij noemde het een „broos en breekbaar” bezit en waarschuwde voor een klein vonkje dat de boel kan ontwrichten. Dat is precies wat er nu dreigt.

Natuurlijk kan er schouderophalend en raillerend worden gedaan over de toon van het debat met als argument dat scherpte nu eenmaal hoort bij een veranderingsproces. Maar terecht stelde de bedreigde Clarice Gargard in één van haar columns dat zolang racisme wordt ontkend en er geen stelling tegen wordt genomen racistisch geweld wordt gelegitimeerd.

Het grootste gevaar is gewenning en dat de buitenproportioneel polariserende toon als gegeven wordt beschouwd. Het benoemen van problemen en meningsverschillen mag. Sterker: moet. Maar het benoemen is geen alibi voor discriminatie en uitsluiting. Het ‘nieuwe normaal’ mag nooit normaal worden.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.