Opinie

Het bittere einde

Tommy Wieringa

De nederlaag van Raymond van Barneveld op het WK darts, begin vorige week, werd in De Telegraaf met stemmige ondergangslyriek beschreven – rouwlinten en witte lelies, alsof hij een gruwelijke dood gestorven was en niet slechts in de tweede ronde door een nobody was afgedroogd. Op een Londens vliegveld had de verslaggever een gebroken man gezien, vol zichtbaar verdriet, zowel volledig door het ijs gezakt als in vrije val geraakt, in het vooruitzicht van een martelgang bovendien, volgens zijn manager ‘bij wijze van spreken met een strop om zijn nek’. Graag hadden we ook nog gelezen hoe hem in de nacht voor de match een hand was verschenen die in een vreemde taal woorden op de muur van zijn hotelkamer had geschreven – Darius Labanauskas stond er in het cyrillisch, zoals ontcijferd door een Bulgaars kamermeisje, de naam van de nummer 108 van de wereld van wie hij de volgende dag roemloos zou verliezen.

Van Barneveld had zijn afscheid al aangekondigd, zij het pas voor het WK 2019. Om daar überhaupt te geraken moet hij nu eerst genoeg punten sprokkelen op vloertoernooien in het vagevuur van de dartshel. Zijn kroniek van het aangekondigde afscheid wordt zo een eenmans-Marche Funèbre, schleppend en lamentoso; een prachtonderwerp voor een documentaire. (Erik Lieshout, lees je mee?)

Topsporters in hun nadagen – iets mooiers is er niet. Hoe de glorie langzaam uit ze wegebt, het sterrenstof van hun schouders wordt geblazen. Het was er, en toen was het er niet meer. Je kon het, en toen kon je het niet meer; je leven als analist kan beginnen.

Het zou professionele sportmensen verboden moeten worden te stoppen op hun hoogtepunt, of zoiets verachtelijks. Bij een grote carrière hoort een trage afgang. Dus niet zoals Dirk Kuijt kampioen worden met Feyenoord in je laatste jaar – een vergissing, dat was het echte einde niet. Liever zien we hem harken in het vijfde van de Katwijkse Quick Boys, waar hij zich tegenwoordig afvraagt waar toch de Dirk Kuijt gebleven is die hem altijd zo trouw vergezelde bij Utrecht, Feyenoord, Liverpool en Fenerbahçe. Op een knollenveldje ergens achteraf meet hij zich niet langer met de goden, maar brengt hij nu een ode aan de traagheid.

Een einde zoals dat van Edgar Davids, ook prima. Werd twee jaar na zijn afscheid speler/coach van een Engelse club in de vierde divisie, gaf zichzelf rugnummer 1, degradeerde en zette er toen een punt achter uit onvrede met de arbitrage die het waagde voor zijn overtredingen te fluiten.

Meer recent keken we naar het aangrijpende adieu van Rafael van der Vaart. Koninklijke carrière, wist van geen ophouden, vertrok voor de liefde naar Denemarken en bleef daar zijn steeds moedelozer sprintjes trekken, op het laatst bij Esbjerg forenede Boldklubber 1924. Zijn coach sprak de onvergetelijke woorden: „Als we met 3-0 voorstaan kunnen we hem gebruiken om het tempo uit de wedstrijd te halen.”

Zelf speel ik for the love of it rugby in een gezelschap middelbare tot oude en zeer oude heren. Voor de wedstrijd worden meters tape rond versleten ledematen gewikkeld, orthopedische braces omgegord en schietgebedjes gepreveld. Omdat er in Nederland geen veteranencompetitie bestaat, spelen we veelal tegen jongemannen. Drie jaar geleden werden we met een gemiddelde leeftijd van 46 jaar kampioen en promoveerden naar de derde klasse, een geriatrische revolutie. We stoppen nooit, geloof ik, maar kijken liever ook geen videobeelden van onze wedstrijden. Toen onlangs een van ons officieel zijn afscheid aankondigde, werd hij hartelijk uitgelachen. Intussen staat zijn naam weer regelmatig op de spelerslijst. Er lijkt maar één elegante manier te zijn om te stoppen met rugby en dat is stilletjes verdwijnen. Steeds vaker afzeggen, langzaam doorschijnend worden, om op zeker moment met warme laarsjes aan je voeten langs de zijlijn op te duiken om ‘hup’ te roepen: je demotie tot supporter is voltooid.

Een sportcarrière beschrijft een heel leven binnen dit leven, een proces van geboorte, opkomst en geleidelijke uitdoving – graag ben ik getuige van de hele cyclus, tot het bittere einde toe.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.