Socioloog Mark van Ostaijen in Rotterdam.

Foto Robin Utrecht

Wie durft weer aan de samenleving te denken?

Mark van Ostaijen socioloog Onze fixatie op het individu is armoedig, vindt socioloog Mark van Ostaijen. Kijk breder, om bijvoorbeeld radicalisering en #metoo beter te begrijpen.

Wanneer Mark van Ostaijen een stad bezoekt, schiet hij altijd even de plaatselijke boekhandel in om te kijken welke boeken over sociologie er zoal te koop zijn. Meestal loopt die zoektocht uit op een teleurstelling. „Dan zeggen ze bij de balie: kijkt u maar bij de afdeling psychologie. Of er staan op de plank sociologie twee boeken, waarvan één essaybundel van Bas Heijne. Niets ten nadele van Heijne, maar dat is natuurlijk geen sociologie.”

Als hij dan teleurgesteld afdruipt, weet Van Ostaijen – universitair docent bestuurskunde en bestuurssocioloog aan de Universiteit van Tilburg – zijn bange vermoeden maar weer eens bevestigd: zijn vakgebied lijkt als publiekswetenschap dood, morsdood. „Het tijdperk van bekende sociologen die schreven voor een breed publiek – denk aan Jacques van Doorn, Kees Schuyt, Abraham de Swaan, Anton Zijderveld en Joop Goudsblom – is voorbij. We leven in een maatschappij die gefixeerd is op het individu. En welke publiekswetenschap doet het dus goed? Dick Swaab met zijn Wij zijn ons brein en Erik Scherder met zijn hersencolleges bij De Wereld Draait Door. Ik vind die focus op het individu armoedig: een samenleving is meer dan een verzameling eenlingen.”

En dus besloot Van Ostaijen een boek te schrijven waarin hij uitlegt wat de sociologie ons kan leren over de tijd waarin we leven. In het onlangs verschenen Wij zijn ons. Een kleine sociologie van grote denkers loopt hij aan de hand van sociologen als Emile Durkheim, Norbert Elias en Max Weber langs actuele kwesties als de Zwarte Piet-discussie, #metoo en de vluchtelingencrisis.

In zijn Tilburgse werkkamer houdt hij een gepassioneerd betoog voor zijn vakgebied. „Ik wil niet alleen dat mijn academische collega’s meer naar buiten treden; sociologisch denken verdient een brede herwaardering.”

Waarom is de sociologie uit het publieke domein verdwenen?

„We hebben de tijdgeest niet mee. Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt ieder jaar opnieuw: mensen ervaren Nederland als een steeds meer geïndividualiseerde samenleving. We definiëren sociale processen en sociaal gedrag als een individuele aangelegenheid. Aan die empirische constatering doe ik niets af. Maar ik zeg wel: als een maatschappij geïndividualiseerd is, wil dat nog niet zeggen dat je er alleen in individuele termen over kan nadenken.”

In hoeverre zijn sociologen er zelf debet aan dat hun vakgebied uit het zicht van het grote publiek verdwenen is?

„Er is binnen de sociale wetenschappen al lange tijd sprake van afgunst ten opzichte van de exacte wetenschappen. Dat heeft ertoe geleid dat ons onderzoek steeds technischer is geworden: we werken met alsmaar grotere databases en hebben hetzelfde verlangen naar objectivering en verklaarbaarheid.

„Ik denk dat dit een heilloze weg is. Het is van belang dat we weer meer aan verstehende sociologie gaan doen, zoals Max Weber dat noemde: wetenschappers die hun denkkracht inzetten om dingen te begrijpen.

„Maar goed, ook wij zijn het product van de omgeving waarin we functioneren. En die omgeving vraagt om de productie van Engelstalige artikelen in een aantal toptijdschriften. Het schrijven van een opiniestuk in de krant of dit publieksboek levert onder vakgenoten weinig op. Ik vind dat er meer waardering zou mogen komen voor sociale wetenschappers die hun best doen het vakgebied buiten de academie weer op de kaart te zetten.”

Wanneer hadden journalisten de afgelopen tijd contact moeten zoeken met een socioloog om een maatschappelijk verschijnsel te duiden?

„Bijvoorbeeld bij de recente suïcides van een aantal bekende mensen, zoals de zus van Máxima, kok en presentator Anthony Bourdain en eerder Joost Zwagerman. Ik sla dan vol belangstelling de krant open om te kijken wat hierover geschreven wordt. Emile Durkheim schreef in de negentiende eeuw een baanbrekend boek over dit onderwerp. Hoe kan zoiets persoonlijks begrepen worden als sociaal verschijnsel? Hij deed onderzoek naar de verschillen tussen katholieken en protestanten als het ging om zelfdoding. Waren die te verklaren door de sociale context waarbinnen deze mensen leefden? Die vraag kan en moet je ook anno 2018 stellen: hoe werkt de omgeving in op het gedrag van een suïcidaal iemand?

„Maar ik las alleen het commentaar van psychologen en psychiaters. Dan wordt zelfdoding algauw gekoppeld aan een depressie en dus als iets wat zich afspeelt in je hoofd, in een bepaald gedeelte van de hersens.

„Daarmee is echter niet het hele verhaal verteld. Je moet je ook afvragen: welke sociale condities hebben geleid tot deze uitzonderlijke daad? Kwam het wellicht door het werk of door de familierol die iemand moest spelen, was er sprake van publieke druk? Wanneer we constateren dat die factoren een rol spelen – en dat doen ze , wat mij betreft – dan volstaat een individuele uitleg niet. Als de samenleving het probleem is, is een recept niet de oplossing. Dan moet je sociale context durven begrijpen die ervoor zorgt dat mensen suïcidaal worden.”

Mark van Ostaijen.

Foto Robin Utrecht

Ook bij de discussie rondom de hashtag #metoo ligt de nadruk te zeer op het individu, vindt u.

„Dat klopt. We focussen ons op de daden van individuele mannen als Bill Cosby, Harvey Weinstein en Job Gosschalk. Zij hebben buitensporig gedrag vertoond. Dat veroordelen we; we hangen ze op, in figuurlijke zin, en daarmee lijkt de kous af. Terwijl het natuurlijk belangrijk is om je af te vragen in welke cultuur deze mensen tot hun daden zijn gekomen. Kennelijk functioneerden zij in een professionele context waarin dit soort buitensporig gedrag werd gefaciliteerd. Als we een structurele oplossing willen voor dit probleem, dan volstaat een individuele oplossing niet.”

U vraagt nogal wat. Het is makkelijker om boeven naar de gevangenis te sturen en zieke mensen een pil te geven dan de maatschappij op de schop te nemen.

„Dat klopt. Sociologisch denken is ook niet voor bange mensen. Maar het is wel hard nodig, als we op een betekenisvolle manier met elkaar willen samenleven. Daarin heeft iedereen een verantwoordelijkheid.

„Ik heb in dit boek ook kritisch naar mezelf gekeken. Een jeugdvriend van mij ging op een gegeven moment het verkeerde pad op; hij kreeg extremistische, rechts-radicale ideeën. Na een tijd heb ik me van hem afgekeerd. Ik had er echter ook voor kunnen kiezen het gesprek met hem aan te gaan om hem op andere gedachten te brengen. Ik was niet verantwoordelijk voor zijn denkbeelden, maar wel voor de beslissing me van hem af te keren en daarmee dus wellicht voor het verder radicaliseren van zijn denkbeelden.”

Als er de afgelopen jaren één kwestie was die de maatschappij heeft verscheurd, dan is het wel de discussie over Zwarte Piet. Wat leert de sociologie ons over deze twist?

„De Franse socioloog Pierre Bourdieu is een heel behulpzame denker als het gaat om maatschappelijke tweedelingen. Bijvoorbeeld als het gaat om klassen en hoe die klassen in stand worden gehouden. Dat noemt Bourdieu de reproductie van sociale achterstand en welstand. Over Zwarte Piet leert hij ons dat een grote groep mensen – de tegenstanders van Zwarte Piet – zich mengt in een publiek debat waarin zij zich voorheen niet vertegenwoordigd zagen. Zij proberen een kentering te bewerkstelligen in het sociale denken. De gevestigde en dus ‘goede’ smaak wordt daarmee in twijfel getrokken of zelfs: aangevallen. De reproductie van die gevestigde smaak, van wat we bon ton vinden, wordt zo een halt toegeroepen.”

Maar de maatschappelijke en culturele elite staat toch juist achter de verandering van het uiterlijk van Zwarte Piet?

„Dat klopt, we zitten ook midden in die strijd, nieuwe groepen sympathiseren met het standpunt tegen Zwarte Piet. Dat maakt het fascinerend, en daarom hebben wij het er nu ook over. Tegelijkertijd is er natuurlijk ook verzet. En de mensen die het felst van zich laten horen, zoals de ‘blokkeer-Friezen’, behoren tot een groep die zelf ook een gevoel van machteloosheid ervaart. Hun geliefde Sinterklaastraditie wordt als racistisch aan de kant gezet, en dat maakt ze strijdbaar. Maar ach, politiek bestaat bij de gratie van strijd. In onze consensusdemocratie vinden we dat algauw ongemakkelijk, maar democratisch bekeken is wat we hier zien pure winst.”

Hoe kunnen we dit probleem nu het beste oplossen?

„De vraag wat hier het probleem is, laat staan wat daarbij de oplossing is, is onderdeel van deze strijd. Ik adviseer vooral om het lef te hebben dit maatschappelijke fenomeen beter te begrijpen dan om ze te veroordelen. Waar komt dit gedrag vandaan, waarom verheffen mensen hun stem en met welk belang? Het stellen van dergelijke vragen is soms oncomfortabel, maar zoals ik al zei: sociologisch denken is niet voor bange mensen.”

    • Bart Funnekotter