Opinie

Vertrouwen behouden is nu het grootste goed

Economie

Commentaar

Voorspoed bij tegenwind, zo kan het economische jaar 2018 misschien wel het best worden gekenschetst. De politieke risico’s stapelden zich op. De Verenigde Staten voerden hun handelsconflict met zowel tegenstrevers als bondgenoten op. Met buurlanden Canada en Mexico werd uiteindelijk een nieuw akkoord bereikt over onderlinge vrijhandel, maar met het mes op de keel. Het conflict met Europa sluimerde door. Maar dat met China is op de spits gedreven. Een ‘wapenstilstand’ van zes maanden is bereikt, maar de ervaring leert dat in het wispelturige Witte Huis dit soort van akkoorden weinig waard is.

In Europa stevende het Verenigd Koninkrijk af op een bittere confrontatie over de Brexit, zowel in eigen huis als met het continent. De kans op een desastreuze ‘no-deal’ bestaat nog steeds. Italië zag een zege, en daarna een coalitie van Lega en Vijfsterrenbeweging, die meteen de kont tegen de krib gooide en een hogere begrotingstekort plande dan was afgesproken met Brussel. En premier Macron moest buigen voor de ‘gele hesjes’ in de straten van Parijs, waardoor het Franse tekort mogelijk de grens van 3 procent overschrijdt.

De regering-Trump stapte uit de overeenkomst met Iran – een nieuwe blijk van afkeer tegen het multilaterale systeem waaraan Amerika zelf ten grondslag lag. De EU reageerde daarop door een alternatief internationaal betalingssysteem te suggereren waarin de dollar geen rol speelt. Dit om het afdwingen van sancties door de VS, via de dollar, te omzeilen.

Politieke instabiliteit in de VS kreeg een hoofdrol in het afgelopen jaar: zeer relevant voor de economie én de financiële markten was bijvoorbeeld de openlijke kritiek van president Trump op Jerome Powell, de topman van de centrale bank die hij eerder dit jaar zelf had benoemd. Daarmee overschreed Trump een rode lijn. Maar dat was niet de eerste, en het zal niet de laatste zijn.

De sterke Amerikaanse dollar speelde veel opkomende landen parten, waarvan overheden en bedrijven in dollars hebben geleend en steeds duurder uit waren. Zo opgeteld lijkt het een klein wonder dat de wereldeconomie, en ook de Nederlandse, het zo goed deden in 2018.

In ons land wordt 2018 afgesloten met een vermoedelijke gemiddelde economische groei van 2,6 procent, een werkloosheid die op weg is naar 3,6 procent, een begrotingsoverschot van meer dan 1 procent van het bruto binnenlands product en een staatsschuld die daalt naar onder de 50 procent. De woningmarkt bleef witheet.

Het jaar 2019 moet het jaar worden waarin ook de burger de vruchten gaat plukken van al deze voorspoed. Na een koopkrachtstijging van slechts 0,3 procent in het afgelopen jaar, moet 2019 een sprong met 1,6 procent brengen, volgens het Centraal Planbureau. Maar er is ook een kans dat de economische conjunctuur alsnog vertraagt en de politieke tegenwind de overhand krijgt. Al in het derde kwartaal werd dat duidelijk, toen de economische groei al terugliep. Ook op de financiële markten sloeg de roest vanaf september toe, en werd december een uiterst slechte, en buitengewoon explosieve maand.

Zo gaan de economie en de financiële markten onzeker het nieuwe jaar in. De buffers tegen tegenslagen zijn niet groot. Centrale banken hebben nog weinig munitie, zeker in Europa, en de staatsschuld is in veel landen hoog – Nederland is hier een uitzondering. Het is allemaal reden te meer om het broze vertrouwen in de economie te koesteren. Dat wordt, in 2019, de grootste uitdaging.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.