Van Bureau Clara Wichmann kom je niet zomaar af

Vrouwenrechten Doorprocederen tot álle rechtsmiddelen zijn uitgeput: dat is het handelsmerk van het instituut dat 35 jaar bestaat.

Aanrander-met-hond, zo heet een van de eerste zaken waar vrouwenrechtenorganisatie Clara Wichmann zich hard voor maakte. Een man randt zes vrouwen aan, en bedreigt ze met een mes en zijn dobermann. Uiteindelijk krijgt hij een straatverbod. Uniek, want het straatverbod is net nieuw en civielrechtelijke vervolging voor aanranding is tot dan toe niet mogelijk.

Bureau Clara Wichmann, het voormalige Proefprocessenfonds onder dezelfde naam, komt al 35 jaar op voor de rechten van de vrouw en voert proefprocessen. Dat wil zeggen: rechtszaken waar de uitspraak tot nieuw recht kan leiden. Dat doet de organisatie met succes: de strafbaarstelling van stalking begin jaren tachtig, het mogelijk maken om de achternaam van je kind te kiezen en daarmee het afschaffen van ‘bastaardkinderen’, en vanaf 2005 de zaak tegen de SGP. Die politieke partij weerde om religieuze redenen vrouwen van de kieslijst. Ook hadden vrouwen binnen de partij geen stemrecht. Het werd de grootste zaak in de geschiedenis van Clara Wichmann: in 2012 werd het instituut door het Europees Hof in zijn gelijk gesteld.

Doorprocederen, tot álle rechtsmiddelen zijn uitgeput: dat is het handelsmerk van Bureau Clara Wichmann. „Als wij ons aan een zaak binden, dan is duidelijk: van ons kom je niet zomaar af”, zegt directeur Anniek de Ruijter.

Deze maand diende er weer zo’n zaak, een hoger beroep over het voorschrijven van de abortuspil als overtijdbehandeling door huisartsen. De strafbaarstelling hiervan, volgens Clara Wichmann onterecht, trachten ze terug te draaien. De uitspraak wordt begin volgend jaar verwacht.

Baas in eigen buik

Baas in eigen buik – vanuit die gedachte is het Clara Wichmann Instituut opgericht. Het bureau maakt in de jaren tachtig furore als juridische tak van de vrouwenbeweging, maar raakt samen met het feminisme midden jaren negentig uit de gratie. In 2004 is de emancipatie „voltooid”, en stopt toenmalig minister Aart Jan de Geus (Sociale Zaken, CDA) alle subsidie. „Exact die woorden gebruikte hij”, vertelt De Ruijter. „Dat bleek toch niet helemaal te kloppen.”

Sinds dit jaar is er weer geld: een gedeelde subsidie met andere vrouwenorganisaties beschikbaar gesteld door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en van het internationale vrouwenfonds Mama Cash. Ook het feminisme lijkt terug. Ruth Bader Ginsburg, de 85-jarige rechter bij het Hooggerechtshof in de Verenigde Staten, werd een feministisch icoon, met eigen merchandise, een documentaire én een speelfilm. „Maar vrouwen die in Nederland hetzelfde hebben gedaan, willen daar zo min mogelijk poeha over”, zegt De Ruijter.

Een van die vrouwen is Heikelien Verrijn Stuart, journalist en jurist. In 1984 hielp zij het Clara Wichmann Instituut oprichten, vernoemd naar een van de eerste vrouwelijke juristen van Nederland. „In de juridische context waren we radicaal, want juristen liepen enorm achter in het denken over de rechtspositie van vrouwen.” Het instituut is een samenvoeging van drie vrouwenorganisaties die de jaren daarvoor waren ontstaan.

Het bestuur krijgt aanvragen binnen, maar zoekt ook zelf naar zaken die aansluiten bij wat zij vinden dat speelt in de maatschappij. „Er waren toen we begonnen amper rechten op het gebied van vrouwen. Wij hebben onderwerpen concreet gemaakt”, vertelt Verrijn Stuart. De strafbaarstelling van verkrachting binnen het huwelijk – pas in 1991 – is zo’n onderwerp. Dat de belangstelling voor vrouwenrechten en feminisme halverwege de jaren negentig instortte”, verwijt Verrijn Stuart de generatie na haar. „Ik hou niet van generaties wegschrijven, maar zij waren wel echt entitled. Wij waren voorlopers, zij wilden wel hebben wat wij hadden maar zonder de ruzies en de demonstraties.”

Daarnaast sloeg de behandeling van slachtoffers van seksueel geweld door. „Vrouwen hadden altijd gelijk, mannen werden meteen vervolgd. En de media smulden ervan. Hoe vaak ik wel niet werd gebeld: Heikelien, heb je nog een slachtoffer voor me? Slachtofferschap werd een machtsmiddel.”

Overtijdbehandeling

Abortus en andere reproductieve rechten behoren al sinds de oprichting tot de kernpunten van de organisatie. Abortus valt in Nederland onder het strafrecht, iets waar Clara Wichmann een einde aan wil maken. De zaak die deze maand speelt gaat specifiek om de overtijdbehandeling, die een zwangerschap niet afbreekt, maar voorkomt. Volgens de Inspectie voor de Gezondheidszorg is deze pil een vorm van abortus, en daarmee strafbaar.

Hiermee verdwijnt in de wet het verschil tussen zwanger en nog niet zwanger, zegt De Ruijter. „Bij een overtijdbehandeling ben je dat nog niet, dus moeten dezelfde regels gelden als voor de morning-afterpil.” Inspanningen van voormalig minister Edith Schippers om de pil via dezelfde uitzondering als waar abortusklinieken onder vallen toch beschikbaar te maken, werden door Rutte III van tafel geveegd. „Het afbreken van de zwangerschap is dan niet meer strafbaar vanaf het moment van innesteling, maar vanaf de bevruchting”, zegt De Ruijter. „Hier zie je goed dat de reproductieve rechten van vrouwen onder druk staan.”

Veel zaken uit de jaren tachtig komen nu terug, zegt De Ruijter. Zo is er nog steeds geen regeling voor studerende moeders. Maar ook het feminisme is veranderd. Het is „intersectioneel” geworden, vertelt De Ruijter. Dat houdt in: het idee dat discriminatie plaatsvindt op het punt waar sociale factoren, waaronder geslacht, maar ook ras, klasse, seksuele oriëntatie, et cetera elkaar kruisen. Neem bijvoorbeeld het niqaabverbod, dat volgens Clara Wichmann een inbreuk is op de vrouwenrechten. Op dit moment onderzoekt het bureau de mogelijkheden hiertegen te procederen.

Er is ook kritiek. Vragen organisaties die strategisch procederen, zoals ook Urgenda , niet te veel van de rechter? Die zou door dit soort zaken gedwongen worden uitspraken te doen in politieke zaken, terwijl de trias politica een strikte scheiding van wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht voorschrijft. Volgens De Ruijter is het bij uitstek de taak van de rechter de grenzen van het recht te onderzoeken en het recht te interpreteren. „Bovendien is wetgeving altijd gevolg van een meerderheidsstandpunt, en kan de rechter zo ook minderheden een plek geven in het recht.”

Een ander punt: waar ligt de ethische grens? Een oude zaak geeft deze discussie scherp weer: een paar dat na een mislukte sterilisatie toch een kind kreeg, eiste een schadevergoeding. Een kind als schadepost, daar zijn de juristen het onderling nooit over eens geworden. Maar de zaak is gevoerd, de verzekeraar moest uitkeren: 75.000 gulden.