Recensie

Recensie Beeldende kunst

Sierlijke Japanse vogels en schele tijgers in museum Sieboldhuis

Recensie Met fraai gestileerde prenten en schilderijen eert het Leids museum de poëzie van de Japanse natuur.

Natuurprent van Imao Keinen: Twee eenden, uit het album: Vogel en bloemenplaten van Keinen: Winter (vol. 4), 1892, priv�collectie.
Natuurprent van Imao Keinen: Twee eenden, uit het album: Vogel en bloemenplaten van Keinen: Winter (vol. 4), 1892, priv�collectie. Foto Japanmuseum SieboldHuis

Zou iemand het hebben meegemaakt? Wie in de eerste nacht van het jaar droomt over een valk, aubergines en de beroemde Japanse berg Fuji heeft een heel gelukkig jaar in het vooruitzicht. Dat staat in het Sieboldhuis in Leiden bij een 19de-eeuwse aizuri-e van Keisai Eisen, een volledig in Pruisisch blauw gedrukte prent met die vogel, vruchten en vulkaan erop. De valk heeft één poot omhoog en kijkt bedachtzaam. Het is een valk met karakter. Maar wel met ongeveer hetzelfde karakter als de valk die Utagawa Hiroshige een jaar of tien later tekende. Die zit in een besneeuwde den, maar heeft dezelfde alerte blik, dezelfde lange hals, dezelfde ingetrokken linkerklauw.

De prenten zijn onderdeel van de tentoonstelling Kacho-ga, Japans voor ‘plaatjes van vogels en bloemen’. En plaatjes van vogels en bloemen zijn er inderdaad volop, maar er is nog veel meer moois en interessants te ontdekken op deze expositie van Japanse prenten, hangrollen, kamerschermen, boeken en ander beeldmateriaal, allemaal vervaardigd vanaf het eind van de 18de eeuw. Allemaal hebben ze de natuur als onderwerp, maar niet de wilde natuur: de Japanse kunstenaars creëerden een uiterst gestileerde, gecontroleerde werkelijkheid.

De loensende tijger en de zee

Zó teken je dus een valk. Zó een ijsvogel: enorme, puntige snavel omlaag. Een tijger? Een tijger zit op een rots waar hij zich aan vastklampt, heeft enorme schouderbladen, en loenst nogal sullig – van de drie tijgers op de tentoonstelling kijken er twee extreem scheel, zo scheel als acteurs ook vaak kijken op Japanse prenten.

En de zee? De zee heeft klauwtjes. We wisten dat al, van de overbekende golf van Hokusai, maar hier zien we het wéér, op de kamerschermen van Kishi Ganryo uit de collectie van het Rijksmuseum. Een enorme zeearend zit er streng naar te kijken, het is een van de hoogtepunten van de tentoonstelling. Met de tijger van Tanaka Gekko. En de 20ste-eeuwse vogels van Ohara Koson, de witte reigers met hun blinddruk-veren.

Mizutani Yoshinori: Tokyo Parrots 023, 2013, privécollectie Foto Japanmuseum Sieboldhuis

Een verrassing zijn de foto’s van Mizutani Yoshinori (1987), helemaal aan het eind van de tentoonstelling. Felgroene halsbandparkieten tegen de blauwe of nachtelijk-zwarte lucht. Rijen van grijze spreeuwen, alleen hun kontjes zichtbaar, op een hoogspanningsdraad in Tokyo. Net zo gestileerd als de vogels en bloemen van rond 1800. Alsof die twee eeuwen nooit zijn verstreken.