Schrijven tegen welk fanatisme dan ook

Auteur Amos Oz (1939-2018)

In het oeuvre van de vrijdag overleden Israëlische schrijver Amos Oz staan humanisme en verdraagzaamheid centraal.

Amos Oz in 2008 in Düsseldorf toen hij als eerst niet-Duitser de Heinrich Heine-prijs voor literatuur kreeg.
Amos Oz in 2008 in Düsseldorf toen hij als eerst niet-Duitser de Heinrich Heine-prijs voor literatuur kreeg. Foto Rolf Vennenbernd/EPA

Als er één schrijver is, die met zijn oeuvre de geschiedenis van Israël symboliseert, dan is het Amos Oz. Niemand heeft in zijn boeken zo’n goed oog voor zowel de noodzaak als de problematiek van de Joodse staat als hij. Daarnaast ijverde hij tot op het laatst voor vrede met de Palestijnen, ook al besefte hij dat die na verloop van tijd steeds verder in het verschiet lag. Vrijdag overleed hij op 79-jarige leeftijd aan leukemie.

Amos Oz werd in 1939 in Jeruzalem geboren als Amos Klausner. Zijn ouders waren geassimileerde intellectuelen, die door de pogroms en het toenemende antisemitisme in Oost-Europa naar het Britse mandaatgebied in Palestina trokken. Daar hoopten ze in een toekomstige Joodse staat een veiliger bestaan op te kunnen bouwen.

Het grootste deel van zijn jeugd bracht Oz door in de Jeruzalemse wijk Kerrem-Avraham, die voornamelijk werd bevolkt door Oost-Europese immigranten. De sfeer die er heerste was die van het Rusland van Anton Tsjechov.

Ambitieuze vader

Oz’ vader was een literatuurwetenschapper met gefnuikte ambities, die als bibliothecaris op de Nationale Bibliotheek werkte. Zijn moeder werd verteerd door heimwee naar het door de nazi’s vernietigde Europa van haar jeugd en voelde zich in de nieuwe Joodse staat allerminst op haar gemak. In 1952 maakte ze op 38-jarige leeftijd een einde aan haar leven, haar man en twaalfjarig zoontje ontredderd achterlatend.

Twee jaar na die zelfmoord liep Amos Klausner van huis weg. Hij vestigde zich in een kibboets en veranderde zijn achternaam in Oz (Kracht). Zijn ambitie in die dagen was tractorbestuurder te worden.

In 1961, na het vervullen van zijn dienstplicht, werkte hij op de katoenvelden en publiceerde hij zijn eerste korte verhalen. Op grond van dat laatste besloot het kibboetsbestuur hem filosofie en letterkunde te laten studeren aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem. In 1965 debuteerde hij met de verhalenbundel De landen van de jakhals.

Oz’ omvangrijke oeuvre bevat een aantal constante elementen. Zo heeft hij een afkeer van fanatisme, wat onder meer blijkt uit zijn brievenroman Zwarte doos (1987). Ook pleit hij voor verzoening met de Arabieren, en spelen actuele politieke ontwikkelingen altijd een rol op de achtergrond.

In zijn romans en verhalen wordt vaak een gezinssituatie beschreven, die van de ene op de andere dag radicaal verandert. De hoofdpersonages zijn rationele, kalme mannen en romantische, gevoelige, neurotische vrouwen, die elkaar door hun verschillende karakters niet bereiken. Dit wederzijdse onbegrip vormt een belangrijk leidmotief in zijn werk.

Autobiografisch epos

Over de zelfmoord van zijn moeder zou Oz pas in 2004 schrijven in zijn autobiografische epos Een verhaal van liefde en duisternis. Behalve over de lotgevallen van zijn Joodse familie in Oost-Europa en Rusland gaat deze magistrale roman over de stichting van de Joodse staat en de teloorgang van de zionistische idealen, die in Oz’ belevingswereld nauw samenhingen. Een van de mooiste passages is die waarin Oz’ vader in de nacht van 29 op 30 november 1947 – nadat in de VN positief gestemd is over een resolutie die de Joodse staat mogelijk maakt – bij zijn zoon in bed kruipt en hem op fluistertoon vertelt hoe hij als scholier in Vilnius werd mishandeld en vernederd alleen omdat hij een Jood was. ‘Ook jij kunt hier door een stel vechtersbazen in elkaar geslagen worden, maar nooit meer alleen omdat je een Jood bent’, mompelt hij in het duister, terwijl de tranen hem over de wangen biggelen.

In zijn dromen is de kleine Amos Klausner in die spannende dagen – net als de kleine hoofdpersoon in zijn roman Panter in de Kelder (1998) – een nationalistische vrijheidsstrijder die aanslagen op de Britse bezetter pleegt. De Britten zijn de echte vijand, de Arabieren, over wier lot Oz met compassie schrijft, niet.

In zijn roman Judas (2015) laat Oz de kern van zijn denken zien: begrip voor de tegenstander, humanisme, afkeer van elk fanatisme en inzicht in de duistere psyche van de mens. Over dat laatste zei hij in 2005 in een interview in deze krant: „Hoe goed kun je een ander ook kennen? Mensen die een heel leven hebben samengewoond weten misschien maar 30 procent van elkaar.”

Judas is een roman over verraad, iets waarvan Oz door Joodse fanatici regelmatig werd beschuldigd omdat hij de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook bekritiseerde en zich tot op het laatst en tegen beter weten in hartstochtelijk inzette voor een compromis met de Palestijnen. Op zijn beurt zag hij die Joodse fanatici, gelouterd als hij was door zijn deelname aan de Zesdaagse Oorlog van 1967, als de veroorzakers van alle ellende in Israël. Om die reden hielp hij in 1977 de Vrede Nu-beweging oprichten, die streeft naar een compromis tussen Israëliërs en Palestijnen, gebaseerd op wederzijdse erkenning van Israël en een Palestijnse staat op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook.

Politiek activisme vind je in bijna al Oz’ romans terug. Zie de verhalenbundel De heuvel van de boze raad (1976), de brievenroman Zwarte doos (1987) of Een verhaal van liefde en duisternis (2004). In al die boeken probeert hij begrip te kweken voor het standpunt van de gematigde Palestijnen en krijgen Joodse fanatici ervan langs.

In Judas leek Oz zich te willen rechtvaardigen voor zijn politieke opvattingen van de afgelopen decennia. Alsof hij er nog altijd in geloofde dat een vreedzaam samenleven van Arabieren en Joden mogelijk was. Maar Oz zou Oz niet zijn als hij in dit opzicht niet ook zou toegeven misschien wel in een utopie te geloven, omdat Joden en Arabieren inmiddels vijandiger tegenover elkaar staan dan ooit tevoren.

Tot hij in 2004 met Een verhaal van liefde en duisternis kwam, gold Oz als een uitgeschreven schrijver. Maar dit indrukwekkende boek liet zien dat hij nog volop meetelde in de wereldliteratuur. Hij had er dan ook de Nobelprijs voor moeten krijgen.

    • Michel Krielaars