Opinie

    • Caroline de Gruyter

Regeren op zijn Italiaans

In Europa

‘Ik heb veel regeringen zien komen en gaan in Italië. Het machtsevenwicht tussen de instituties was altijd stabiel. Maar nu gaan jullie als een straatwals over ons heen!” Vlak voor Kerst hield de links-liberale Italiaanse oud-minister Emma Bonino een felle toespraak in de Senaat, waar ze nu lid van is. Ze beschuldigde de coalitieregering van Vijf Sterren en de Lega ervan dat zij het parlement en de senaat links en rechts passeren bij de besluitvorming. Toen Bonino weer ging zitten, rolden de tranen over haar wangen. Ze kreeg denderend applaus. En niet alleen van de oppositie.

In beide kamers van de Italiaanse volksvertegenwoordiging groeit de ontevredenheid over de manier waarop de regering bezig is de parlementaire democratie buitenspel te zetten. De twee partijleiders, Matteo Salvini en Luigi Di Maio, nemen veel besluiten met zijn tweeën. Andere ministers horen er soms pas van als de partijbazen ze op Twitter of Facebook aankondigen. Als er onenigheid is binnen de coalitie, wat geregeld gebeurt, regelen Salvini en Di Maio het onderling. Parlementariërs en senatoren mogen pas op het allerlaatst debatteren over belangrijke onderwerpen waar ze vroeger dagen of weken over discussieerden, zoals de begroting. Veel van die onderwerpen worden dan gebundeld tot een omnibuswet, en gekoppeld aan een vertrouwensstemming.

Daardoor zijn er weinig inhoudelijke discussies meer. Ook premiers Berlusconi en Renzi gebruikten die truc. Maar de huidige premier, Giuseppe Conte, spant de kroon. Zelfs parlementariërs van Vijf Sterren klagen dat het democratische debat de nek wordt omgedraaid.

Een sterk staaltje daarvan werd afgelopen weken geleverd, toen de regering het debat over de nieuwe begroting – „de begroting van het volk”, volgens Conte – almaar uitstelde. Daarover was hevig gesteggeld met de Europese Commissie en andere eurolanden in Brussel, omdat ze eerdere Italiaanse beloftes over het begrotingstekort schonden. Uiteindelijk werd het debat over de geamendeerde versie pal voor Kerst gehouden, tijdens een paar uurtjes. Uurtjes! Over één opmerking van Salvini staat het land soms weken op zijn kop. Een tweet van zijn ex, met slaapkamerfoto, hield de gemoederen laatst eindeloos bezig. Maar over wezenlijke issues in het hart van het democratische debat is weinig discussie meer.

Je kunt denken: dit is Italië. Maar wat hier gebeurt, is van groter belang: een regering die claimt dat ze uit naam van het volk regeert, passeert de organen die het volk tot zijn beschikking heeft om invloed te hebben op het beleid. De Amerikaanse politicoloog Elmer Eric Schattschneider schreef in zijn beroemde boek The Semisovereign People: A Realist’s View of Democracy in America (1960) dat je de democratie geen slechtere dienst kunt bewijzen dan door het volk als gigantische verzameling individuen een soort magische macht toe te dichten: „Wat 180 miljoen mensen spontaan kunnen doen, op eigen initiatief, is niet meer dan wat een locomotief kan doen zonder rails.” Die rails, daarmee bedoelde hij de parlementaire democratie. Het beste politieke systeem, schreef Schattschneider, is er een waarin regering en parlement namens het volk een heleboel besluiten nemen met minimale betrokkenheid van het publiek – behalve over een paar écht belangrijke onderwerpen, waarover alleen kan worden beslist met maximale inbreng van het volk. Met routinezaken en bijzaken val je de mensen zo min mogelijk lastig, maar als het écht belangrijk is haal je ze erbij. Wat in Italië gebeurt, en in andere landen die „namens het volk” en „tegen de elite” worden gerund, is exact het omgekeerde. Men schreeuwt de keel hees over dalende migratiecijfers, een advertentie van de premier, of iemand die niet is uitgenodigd voor een talkshow. Cruciale issues blijven vrijwel onbesproken. Je zou bijna denken: geef mij die vreselijke oude elite maar.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.