Overlever die geen tegenspraak duldt

Premier van Bangladesh Sheikh Hasina

Ze bracht Bangladesh stabiliteit en economische groei. Maar haar politieke tegenstanders gaan de gevangenis in of verdwijnen. „Ik ben mijn vaders dochter. Dat is alles wat ik ben.”

In de openingsscène van de pas verschenen documentaire Hasina: A Daughters Tale vertelt Sheikh Hasina, premier van Bangladesh, over haar droom. „We rennen [..]. Ze proberen ons aan te vallen met messen.” Op de achtergrond het geknal van een mitrailleur, dan het getik van een typemachine.

De scène is even poëtisch als veelzeggend. Hasina, 71, is een overlever. Ze overleefde de massaslachting van haar familie, waarbij ook haar vader Sheikh Mujibur Rahman, de stichter van Bangladesh, werd gedood. Ze overleefde de moordaanslagen die volgden, waaronder één met dertien granaten. En ze doorstond jaren van ballingschap, huisarrest en gevangenschap.

Weinigen twijfelen eraan dat Hasina zondag na bijna tien jaar onafgebroken regeren wordt herkozen tot premier.

De verkiezingscampagne verliep volgens Hasina en haar partij, de Awami League, vrij en eerlijk. Het Bangladesh van haar vader is immers een democratie. Buitenstaanders zagen iets anders. Knokploegen die het de oppositie onmogelijk maakten campagne te voeren. Bijeenkomsten die eindigden in honderden gewonden en massale arrestaties van oppositieleden. Een gemuilkorfde pers.

De invloedrijke denktank Bertelsmann Stiftung verschoof Bangladesh dit jaar van het hokje ‘democratie’ naar ‘autocratie’. Waarnemers waarschuwen er al langer voor. Hasina, die beloofde haar vaders werk af te maken, is verworden tot een alleenheerser die geen tegenspraak duldt.

Haar stem breekt bij Sir David Frost

Hasina werd geboren in een nieuw land. Een maand eerder, in augustus 1947, scheidde Pakistan zich af van India. Ineens stond het dorp van haar grootouders in Oost-Pakistan, het meest bevolkingsrijke deel van deze nieuwe staat. Maar alle macht lag in het westen. Haar vader ‘Mujib’, die als student politiek actief was geworden, verzette zich tegen wat hij zag als discriminatie van de Bengalen.

Mujibs voortrekkersrol in de onafhankelijkheidsbeweging zorgde ervoor dat het gezin leefde met een continu gevoel van dreiging. Altijd de angst voor arrestaties, of erger. In een interview uit 1972, kort na de onafhankelijkheid van Bangladesh, vraagt de Britse journalist Sir David Frost aan nieuwbakken premier Mujib wie er voorop staat: zijn land of zijn vrouw en kinderen. Hij antwoordt: „Ik houd meer van mijn volk.”

Jaren later, in 2013, breekt zijn dochters stem als een intussen grijze Frost haar het fragment voorlegt. Ze is trots, zegt Hasina. „Hij offerde zijn leven voor het volk.” Toen muitende soldaten in 1975 hun familiehuis in Dhaka bestormden, was Hasina in Duitsland op bezoek bij haar man, samen met haar jongere zusje en twee toen nog piepjonge kinderen. Achttien mensen kwamen om, naast Mujib ook Hasina’s moeder en drie broers.

In een klap was ze wees en staatloos: Bangladesh mocht ze niet meer in. Pas in 1981 keerde Hasina terug naar een land dat was veranderd in een militaire dictatuur. De Awami League had haar bij verstek tot nieuwe leider benoemd. Ze ijverde voor democratie, afwisselend in vrijheid en onder huisarrest.

Na tien jaar slaagde ze erin het regime ten val te brengen, samen met de vrouw die later haar grootste vijand werd: Khaleda Zia, leider van de Bangladesh Nationalisten Partij (BNP) en weduwe van de generaal die aan de macht kwam in het vacuüm dat Hasina’s vader achterliet. Ook hij kwam bij een coup om het leven.

De rivaliteit tussen Hasina en Zia houdt de politiek in Bangladesh al bijna drie decennia gegijzeld. De haat is persoonlijk (zo maakte Zia’s man de vervolging van Mujibs moordenaars onmogelijk), maar ook ideologisch. Mujibs Bangladesh was een seculiere staat, terwijl 90 procent van de bevolking moslim is. Zia’s belangrijkste bondgenoten zijn islamisten die tijdens de oorlog de kant van Pakistan kozen.

Toen de BNP in 1991 na de eerste democratische verkiezingen aan de macht kwam, werd de islam de officiële religie. Die verkiezingen waren volgens Hasina oneerlijk gewonnen. Dat verwijt werd de achtergrondmuziek van iedere verkiezing die volgde en die afwisselend door een van de twee werd gewonnen. Dat, en gewelddadige straatprotesten.

In 2004, tijdens een partijbijeenkomst van de Awami League, op dat moment in de oppositie, ontplofte een reeks granaten. Meer dan twintig mensen werden gedood, vijfhonderd anderen raakten gewond. Hasina liep blijvende gehoorschade op. Ze beschuldigde Zia’s zoon ervan de aanslag te hebben georkestreerd. Onlangs werd hij bij verstek (hij woont in Londen) veroordeeld tot levenslang.

Eenpartijsysteem

Zijn moeder zit daadwerkelijk achter tralies, zij wegens corruptie. De veroordeling van Zia, eerder dit jaar, was volgens haar aanhangers politiek gemotiveerd: een poging de oppositie buiten spel te zetten in aanloop naar de verkiezingen. Bij de vorige verkiezingen deed de BNP niet eens mee: een boycot vanwege Hasina’s weigering gedurende de campagneperiode plaats te maken voor een neutraal overgangsbewind.

Hasina heeft er zelf op aangedrongen dat zo’n bewind er zou komen om eerlijke verkiezingen te garanderen. Maar toen was ze oppositieleider. Als premier vond ze het overbodig. Het resultaat was dat Bangladesh de laatste jaren feitelijk werd bestuurd door een eenpartijsysteem zonder echte oppositie. Het is tekenend voor hoe de politica haar grip op het land heeft verstevigd sinds haar terugkeer aan de macht in 2009. Jamaat-i-Islami, een fundamentalistische partij en BNP-bondgenoot, werd verboden. Ook zette ze een tribunaal op voor oorlogsmisdaden begaan tijdens de onafhankelijkheidsstrijd in 1971. De verdachten waren hoofdzakelijk Jamaat-leden.

En dan zijn er nog de gedwongen verdwijningen van oppositieleden en activisten. De buitengerechtelijke executies onder de vlag van de strijd tegen drugs en terreur. De vervolging van journalisten, zoals Shahidul Alam. Hij is een internationaal bekende fotograaf en had kritiek geuit op het geweld van Awami League-aanhangers tijdens scholierenprotesten.

Alam hangt veertien jaar cel boven het hoofd dankzij nieuwe wetten die het mogelijk maken om journalisten op te pakken voor vaag geformuleerde vergrijpen als ‘het beschadigen van het imago van de staat’.

„We kunnen niet anders meer dan aan zelfcensuur doen”, vertelt de hoofdredacteur van een lokale krant die alleen anoniem durft te praten. Opiniepeilingen over de verkiezingen liet de krant dit keer zitten. „Als die negatief waren geweest, konden we ze toch niet plaatsen.”

Maar Hasina is niet per se impopulair. Ze bracht Bangladesh stabiliteit en een economie die vooral dankzij de kledingindustrie jaarlijks met 7 procent groeit. Arm is het land nog steeds, maar de honger en extreme schaarste uit haar vaders tijd zijn lang voorbij. De opvang van honderdduizenden vluchtende Rohingya leverde Hasina veel lof op.

In het interview met Frost wijst Hasina op de periode voorafgaand aan haar vaders dood. Een opstand van linkse militanten deed Mujib besluiten de noodtoestand uit te roepen en het parlement te vervangen voor eenpartijsysteem onder leiding van hem als president – een situatie die doet denken aan het Bangladesh van nu.

Was dat een goed idee, wil de Britse journalist Frost weten. Haar vader achtte het noodzakelijk om zo de economie te kunnen verbeteren, antwoordt Hasina. De parlementaire democratie zou daarna gewoon terugkomen.

In het Bangladesh van vandaag, met een oppositie die deels is vermoord, in ballingschap leeft of achter tralies zit, doen die woorden denken aan een andere uitspraak van Hasina: „Ik ben mijn vaders dochter. Dat is alles wat ik ben.”

    • Eva Oude Elferink