Opinie

Overheden gooien miljoenen weg met slecht grondbeheer

Grond Afspraken maken over snippergroen, kleine stukjes grond, is misschien niet sexy, maar kan overheden miljoenen besparen, schrijft .

Foto Sjoerd van der Wal

Spoorbeheerder ProRail heeft tientallen miljoenen betaald aan vastgoedondernemers om eigenaar te worden van honderden stukken grond langs het spoor, zogenoemd ‘snippergroen’. Die percelen, verspreid over heel Nederland, verkocht de NS eerder voor vrijwel niets. Terwijl ProRail die grond als eerste aangeboden kreeg. Maar ProRail schatte toen in dat de aankoop niet noodzakelijk zou zijn en het onderhoud zou te veel kosten. Die afweging werd mede gebaseerd op advies van het huidige ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Deze gevallen laten goed zien wat er misgaat met het beheer van snippergroen. Overheden of overheidsinstanties hebben vaak geen goed overzicht van hun grond en weten niet wat de grond in de toekomst voor hun taakuitoefening kan betekenen. De overheid schuwt ook de kosten van het onderhoud van de percelen. Het lijkt handig om de grond te verkopen of zelfs weg te geven. Op lange termijn blijkt ‘goedkoop’ dan ‘duurkoop’ te zijn – de grond blijkt nodig voor een infrastructuurproject en de overheid moet de grond duur terugkopen.

Lees ook: Conflict met vastgoedhandelaar kost ProRail 18 miljoen

In veel gevallen doen overheden helemaal niets met het snippergroen. Vooral gemeenten onderhouden het snippergroen tussen privé-achtertuinen en fietspaden, sloten, stoepen en wegen vaak niet. Voor de eigenaar van de achtertuin ontstaat een prikkel om het snippergroen bij zijn tuin te trekken. Dit komt, zoals uit mijn recent verschenen onderzoek naar Landjepik in Nederland blijkt, op grote schaal voor. Daarna lijkt alles goed geregeld: de eigenaar heeft een grotere tuin en de gemeente is van de onderhoudskosten af. Een win-win situatie, op het eerste oog.

Schijn bedriegt. Als de overheid de grond later wél nodig heeft voor bijvoorbeeld het onderhoud van kabels en leidingen, de aanleg van een warmtenet of parkeerplaatsen met laadpalen voor e-auto’s, dreigt ruzie met de gebruiker van de grond. De gebruiker zal vaak niet inzien waarom hij de grond terug moet geven. Hij heeft de grond immers heel lang ‘gratis’ verzorgd zonder dat de overheid zich om de grond heeft bekommerd. Deze ruzie kost veel geld, met name als de overheid de gebruiker voor de rechter moet dagen.

Als de overheid goede afspraken met de gebruiker zou maken, dan zou dit niet gebeuren. Dat zou veel geld schelen. Maar goede afspraken worden te weinig gemaakt. Veel bestuurders willen het gebruik van overheidsgrond niet inventariseren en regelen. Met snippergroen valt geen politieke winst te behalen – bestuurders willen niet negatief in het nieuws komen en hebben daarom andere prioriteiten. Het zou ook te veel tijd en geld kosten. Penny wise, pound foolish.

Nog duurder voor de overheid wordt het als de gebruiker een hek heeft geplaatst rond de overheidsgrond en de grond sinds twintig jaar gebruikt. Dan wordt hij eigenaar door verjaring. Als de gebruiker zich ervan bewust was dat hij overheidsgrond in gebruik had, kan de overheid de grond maximaal twintig jaar later nog terugvorderen. Daarna is de kous echter af en moet de overheid de grond aankopen. Kortetermijndenken kost ons allemaal geld – en is een opdracht voor de wetgever om de regels over verjaring te heroverwegen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.