Opinie

Loempia

Marcel van Roosmalen

We waren al een paar keer gaan verzitten, er zaten al worstenbroodjes, kerstkransjes, een half kerstbrood en meerdere koppen koffie in toen ik krakend vanuit de bank omhoogkwam en zei dat het nu tijd was om naar de Chinees te gaan zodat de mensen die van ver kwamen – ik doelde op het eigen gezin – ook weer op tijd naar huis konden.

Mijn moeder moest worden aangeschreeuwd.

„De Chinees, de Chinees, hij gaat naar de Chinees”, zei mijn zus. Ze riep terug dat ze een loempia wilde. En verder niets.

„Ik haal wel wat!” riep ik.

Mijn moeder: „Wat?”

Mijn zus, nu harder: „Hij haalt wat!”

Mijn moeder: „En een loempia!”

Ik vroeg wie er mee wilde.

Toch nog een hele optocht: de vriendin, mijn jongste dochter, mijn broer en de twee puberdochters van mijn zus, die ook met elkaar via hun smartphones communiceren.

Het was nog niet gemakkelijk om Chinees Indisch Restaurant Blue Lotus binnen te komen. Het restaurant zit in een flat die alleen toegankelijk is middels een steile trap. Erg snel ging dat niet, met een slechtziende en een buggy.

Het restaurant was, een enkel stelletje daargelaten, nog verlaten. We werden rondom een glazen tafel met een leesmap en een enorme mand kroepoek gedrapeerd. Mijn jongste dochter probeerde de mand naar het aquarium met tropische vissen te slepen.

Ik bestelde in het wilde weg het een en ander.

En een loempia voor mijn moeder.

Het tapijt en het uitzicht over het parkeerterrein waren nog hetzelfde. Hier lagen gedeelde herinneringen. Over dit vloerkleed had ik als kind gekotst en mijn vader had er een bord saté op laten vallen. Hier waren verjaardagen, een pensionering, een koperen en een zilveren huwelijk en diploma’s gevierd, en er was afgehaald na een begrafenis. Hier was veel gezegd, weinig geluisterd en nog meer gezwegen.

Het duurde en duurde.

Mijn zus belde namens mijn moeder.

Hoe lang het ongeveer nog duurde. En of we niet vergaten om een loempia mee te nemen?

„Hoe is het daar?” vroeg ik.

„Nog hetzelfde.”

„Hier ook”, zei ik, want in feite hadden we ons gewoon verplaatst. We zaten op een rij, ongezellig was dat niet.

Een kwartier later ging er een belletje.

Twee volle plastic tassen.

En een loempia, de serveerster deed hem voor de zekerheid in een apart tasje.

Vroeger at mijn moeder nooit loempia, ik kon me het tenminste niet herinneren.

Thuis zei ze: „Er is veel afgegaan, maar loempia is erbij gekomen.”

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.