Opinie

    • Hugo Camps

Leve 2019

Hugo Camps

Vandaag wordt de Johan Cruijff Arena ingeruild voor Thialf, tempels onder elkaar. De druk op de schaatsers is enorm, want naast titels staan startbewijzen voor de grote toernooien op het spel. De schaatsvedetten Sven Kramer en Kjeld Nuis doen in publieke animositeit niet onder voor de voetballers Hakim Ziyech en Dusan Tadic. Het respectievelijke publiek is even fanatiek.

2018 was een goed sportjaar, maar historisch was het niet.

Het Nederlands elftal is nog in opbouw, Epke Zonderland zit met zijn hoofd in Tokio, Max Verstappen heeft nog altijd een iets te grote bek om charismatisch te zijn en Ronald Koeman verkeert tussen broeigassen zoeken en experimenteren.

Er was ook nog Kiki Bertens, en Esmee Visser, die vanuit het niets naar olympisch goud schaatste op de 5.000 meter, maar hun doorbraak vraagt om bevestiging. Toch was er vreugde in de sportnatie Nederland. Om te beginnen bij PSV en Ajax die het voetbal een nieuw design gaven. PSV in de nationale competitie, Ajax ook in Europa. Nederlandse voetballers zijn weer gewild op de internationale transfermarkt, voor belachelijke prijzen zelfs. Vooral Ajax is een academie van hoge kunsten. Zo hoog dat trainer Ten Hag zich steeds minder thuis voelt onder de artiesten. Hij staat de hele tijd met open mond voor de dug-out en wordt na elke galamatch sprakelozer. Juichen is hem niet gegeven. Het gezicht van Jaap Stam is een sterrenhemel vergeleken met dat van de Ajaxcoach. PEC Zwolle gaat vrolijke tijden tegemoet.

Het Nederlandse wielrennen is in 2018 opgefleurd, maar tot een grote doorbraak kwam het niet. We hebben weer sprinters, dat wel, en Niki Terpstra blijft een onverbeterlijke kasseienvreter, maar eerst moet Tom Dumoulin zich nog vrijmaken van twijfel. Hij kon alles winnen, Tour en Giro, maar de keuze ontbrak. Dumoulin koerst nog als een amateur die een uitzonderlijke prestatie ondergeschikt maakt aan het veelvoud. De navelstreng met een kermiscoureur is nog niet helemaal doorgeknipt. Het vrouwenpeloton kleurde brutaal oranje.

Ik kwam 2018 niet door zonder brok in de keel. Wat pijn deed, was de stilstand van Feyenoord. Modaal cluppie dat van iedereen kan verliezen.

Feyenoord vindt geen aansluiting meer bij grootmachten, heeft er ook de spelers niet voor. Is het niet wraakroepend dat grijsaard Robin van Persie nog steeds de motor is van kleine succesjes. Van Persie speelt met een Rotterdamse ziel, daar kun je de overige heren van de selectie niet op betrappen. Hun onverschilligheid is een misdaad tegen stad en traditie.

Verdrietig was ik bij het internationale afscheid van Arjen Robben. De weergaloze speler van Bayern München en van het Nederlands elftal laat een enorm gat na. Al die jaren heeft hij het nationale team gedragen en dat zou dan nu gaan uitbollen bij FC Knudde. Onverdraaglijk. Robben zou nog lang dodelijk kunnen zijn met zijn fenomenale linker.

Ook dit sportjaar eindigt in treurigheid. In een hel van racisme en discriminatie. Apengeluiden tijdens Inter-Napoli tegen Kalidou Koulibaly. Een aantal sterspelers van de Serie A wil de competitie stilleggen. Zelfs Cristiano Ronaldo sprak zijn walging uit, maar het kwaad blijft voortwoekeren. In het Nederlandse voetbal valt beterschap te noteren, maar ook hier worden onderhuidse gezwellen van racisme ongemoeid gelaten.

Spreek Robin, Arjen, Jaap en Gio. Fileer ze publiekelijk, die superieure blanken met hun minderwaardigheidscomplex. Gooi ze desnoods de zee in.

Leve 2019.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.