Koeman is een tikje milder, maar nog altijd oersterk

Portret Ronald Koeman (55) gaf het plezier terug aan Oranje. Dwars door zijn opmars als bondscoach heen lopen persoonlijke verhalen van relativering, verdriet en geluk.

Onder Ronald Koeman spreekt Oranje weer tot de verbeelding.
Onder Ronald Koeman spreekt Oranje weer tot de verbeelding. Foto Eric Verhoeven/Soccrates

Tijd voor een knuffel na afloop was er amper. „Iedereen klampt hem dan aan”, zegt Marijke van der Gaast. „Hij was zo blij.” Ze was erbij in de Kuip in Rotterdam, die avond waarop alles klopte in een magnifieke interland tegen de wereldkampioen. Nederland-Frankrijk: 2-0. Maar reken maar, zegt de moeder van bondscoach Ronald Koeman, dat hij stress heeft. „Als het dan achter de rug is, denk ik wel dat hij doodmoe is in zijn hoofd. Dat zie je aan de ogen, hè.”

Ze klinkt nog Zaans, ergens, ondanks de 55 jaar waarin ze naar eigen zeggen ‘helemaal is vergroningst’. Vanuit hun appartement – ze woont samen met haar partner Eddy met wie ze al 23 jaar samen is – kijk je uit over grasland in de kop van Drenthe. Er komt een berichtje binnen van Erwin, de oudste zoon die met Fenerbahçe in Slowakije voor de Europa League speelt. Zijn werk als interim-trainer van de Turkse club eindigt die avond, na een nederlaag. „Wat daar allemaal gebeurt”, zegt Van der Gaast, „daar kan je een boek over schrijven”.

Even verderop, in een flat in de wijk De Wijert, begon het voetballeven van haar zoons. Vader Martin Koeman, toen nog getrouwd met Marijke, werkte als slager naast zijn carrière als semi-prof bij GVAV, later FC Groningen. De jongens, Erwin en zijn broertje Ronald, deden weinig anders dan voetballen. „Ze kwamen gewoon niet naar boven”, zegt hun moeder. Soms gooide ze de boterhammen maar vanaf het balkon naar beneden.

Tja, wat moet ze nog zeggen over Ronald. „Het is een mannetjesputter, hè.” Als speler glansrijk, als trainer gevierd, geknakt en weer opgekrabbeld. Opportunistisch, soms. Een zelfverklaard streber. „Hoe krijg je het voor elkaar allemaal, denk ik weleens”, zegt zijn moeder. „Ik heb eens gehoord van iemand: jullie Ronald zegt dat hij naar Barcelona wil. Hij was twaalf! Hoe is het mogelijk. Ja, echt waar.” Ze lacht er zelf om. „Ronald was er één hoor. Erwin was bescheidener.”

Schijt aan de hele wereld

Compromisloos werkte de jongste Koeman zich omhoog in de voetbalwereld. Erwin, de oudere broer, zei in Voetbal International: ‘Ik geef om mijn medemensen, Ronald laat ze gewoon stikken.’ Dat was nog voordat Ajacied Ronald in een wedstrijd tegen FC Groningen zijn broer overhoop schopte en zonder blikken of blozen wegliep. Als jonge prof bij FC Groningen zei Ronald Koeman eens: „Ik vind het schitterend als mensen zeggen: die Koeman heeft schijt aan de hele wereld.”

Uitspraken van decennia geleden, allang achterhaald. Hij bracht rust en vond rust in Zeist, in de bossen waar het Nederlands elftal onder zijn leiding neerstreek. Dwars door zijn opmars tot bondscoach heen lopen verhalen van mildheid, relativering, verdriet, geluk. De mannetjesputter Koeman wordt opa volgend jaar. „Ronald is niet iemand die op iedereen afvliegt”, zegt zijn moeder. „Zo zit onze hele familie eigenlijk in elkaar. Martin, zijn vader, was net zo. En dan krijg je al gauw het idee dat iemand afstandelijk is. Maar dat is hij helemaal niet.”

Koemans trainersloopbaan kreeg eind vorig jaar een vervolg met het hoogste ambt in het Nederlandse voetbal: bondscoach. NRC sprak de afgelopen maand met een aantal mensen die de bondscoach van nabij meemaken. Stafleden, familie, vrienden, en bekenden spraken aan het slot van een succesvol debuutjaar bij Oranje over de man die het volk koortsig maakte.

Ronald Koeman na zijn laatste wedstrijd als profvoetballer in 1997. Foto Cor Mulder/ANP

Hij heeft „respect voor iedereen en ontzag voor niemand”, zegt Patrick Lodewijks, intimus van de familie en keepertrainer onder Koeman bij Oranje, en eerder ook bij Everton en Feyenoord. „Hij kijkt altijd zo naar een wedstrijd: wat valt hier te halen?” Koeman, zegt assistent-bondscoach Kees van Wonderen, heeft de internationals doen beseffen „dat ze veel beter kunnen voetballen met elkaar dan ze dachten”.

Na zijn ontslag bij Everton, najaar 2017, kon het maar één kant op. Dat vond eigenlijk heel Nederland, dus ook Tim Koeman (28). „Dit past perfect bij hem. Tactisch zag hij het altijd al super, maar zijn kracht is een team klaarstomen voor belangrijke wedstrijden”, zegt de zoon van de bondscoach. Bij Everton ging hij altijd om zeven uur ’s ochtends naar de club, vertelt hij. „En ook weer als laatste weg. Hij is van de discipline hè, dus dat doet-ie dan. Maar nu dat niet meer hoeft elke dag, hoor je hem daar niet over klagen.”

In de cosmetica-boetiek Skins in Oosterbeek, eigendom van Tim en zus Debbie, schenkt de oudste zoon van de bondscoach cappuccino in. Het is op de dag vijf jaar terug dat Martin Koeman, Tims opa, overleed. Ze hadden er nog bij stilgestaan, op de app. Vaak als Ronald Koeman over zijn vader spreekt, breekt hij. „Gek, hè”, zegt Tim. „Ik ben het inmiddels wel gewend.”

Troostende arm

Op reis voor het televisieprogramma ‘Waar is de Mol?’, met presentator Johnny de Mol en Tim in Argentinië, kwam het verdriet weer boven. Ineens, „pats boem”, was zijn vader er niet meer, vertelde de bondscoach. Hij veegde een traan uit zijn oog, de troostende arm van Tim wreef over zijn schouder.

„Dan zie je hem zoals wij hem ook vaak zien”, zegt moeder Marijke. „Heel bijzonder. Ja, wat moet je daar van zeggen. Hij zal ’m missen. Er zit veel emotie diep van binnen. Bij Erwin ook, het zijn jongens die zich niet zo snel uiten. Maar op zulke momenten zie je hoe diep dat zit. Ze spraken ook veel met elkaar, met z’n drieën. Het ging altijd over voetbal.”

Ronald vliegt niet op iedereen af. Zo zit onze hele familie niet in elkaar

Moeder Marijke

Elke dag nog kreeg hij een berichtje, van zijn vader. „Hij zit in ons hart, Martin. Bij ons allemaal”, zegt Marijke. „Maar moet je horen, de jongens zijn nu 55 en 57. Het leven gaat ook door. Hun pad is natuurlijk geëffend. Nee, die redden zichzelf heel goed hoor.”

Vrij van verdriet was het leven al niet meer toen Koemans vrouw Bartina in 2010 ernstig ziek werd. Borstkanker. Zelf zei ze dat ze ziek was geworden van de stress die met de baan van haar man gepaard ging. „Dat denkt ze echt”, zegt Marijke. „Een gevoelsmens, Bartina.”

Bij Valencia kwam Koeman terecht in een verscheurde club, bij AZ verloor de directie na drie maanden het vertrouwen. Negentien keer verhuisde het gezin, becijfert ze. „Bartina verdient een lintje. Die regelde dat allemaal. Daar had Ronald geen omkijken naar. Soms waren ze ergens met een half jaar weer weg. Ik weet nog in Valencia, dat Bartina zei: ik hang de gordijnen nog maar niet op, hoor.”

Zoon Tim gruwelt nog altijd als de Spaanse stad ter sprake komt. „Vrienden vragen me wel eens om tips, waar ze moeten zijn in Valencia. Dan zeg ik: niet gaan.” Zijn broer Ronald junior had het er moeilijk, zegt Tim. Hij en zus Debbie bleven in Nederland. „Hij werd gepest op school, om zijn vader. Terwijl hij in Nederland altijd het binkie van de klas was.”

Chemotherapie

Bartina genas, na intensieve chemotherapie. Sinds de ziekte, zeggen mensen om hem heen en hijzelf ook, relativeert Koeman het spelletje. Hij leerde koken, was mantelzorger. Huisman, voor het eerst. „Hij is rustiger geworden”, zegt Tim. „Voetbal was even niet meer het allerbelangrijkste. Al moet ik zeggen: vrij snel werd het dat toch wel weer, hoor.”

De klassieke Koeman is die van de magneetjes op het bord, liefst neemt hij die mee op het trainingsveld. Dat is zijn „absolute kracht”, zegt René Felen. Hij is al twaalf jaar op de achtergrond actief als ‘teamontwikkelaar’ voor de trainer Koeman. „Uiteindelijk wil hij gewoon die wedstrijd winnen. Hij is tacticus, ziet de x-jes, de y-tjes, maakt een plan, ‘zo en zo zou het moeten gaan’.”

Felen treedt niet vaak of graag op de voorgrond, maar Koeman stemde in met zijn bijdrage aan dit artikel. Zijn expertise is groepsdynamiek in topsport. Kijken, praten, sturen. Sleutelen aan teamprocessen. Hoe werkt de hoofdcoach met zijn staf, hoe werkt de staf met spelers?

Ronald Koeman met zijn vrouw Bartina tijdens het EK 1988. Foto Leo Vogelzang

Onderling vertrouwen

Soms zijn het sessies, meestal gewoon een kop koffie. „Het is niet dat hij zegt: ik zit ergens mee”, zegt hij. „We hebben weinig onderlinge afspraken, het bekende halve woord is genoeg.” Toen Koeman naar Southampton ging, kwam Felen in het vliegtuig Bartina tegen. „‘Zo leuk!’, zei ze. ‘Ronald zei meteen: René gaat ook mee.’ Het aardige was dat hij mij niet eens gevraagd had. Daar keek Bartina toch even van op. Vond ik zelf wel een mooi voorbeeld van onderling vertrouwen.”

Felen leerde bij FC Groningen Martin Koeman kennen. Hij vroeg, het was 2007, of hij Erwin en Ronald mocht benaderen, destijds trainers van Feyenoord respectievelijk PSV. Bij Feyenoord zat het er op dat moment niet in, zei Erwin. „Ronald belde een dag later terug. ‘Kom maar langs op de Herdgang, dan praten we na de training’. Dus hij stapte na de training op me af. Wilde meteen weten wat ik er van vond, wat ik had gezien op die training. Terwijl: wie was ik nou helemaal?”

Wat is het kenmerk van ‘top’ volgens Felen? „Voor mij betekent het: er zijn er niet veel. Want als er veel van zijn, heet het middelmaat.” Hij vroeg hetzelfde aan Koeman, in een van hun eerste gesprekken. „Dus blijkbaar in de top, Ronald, heb jij dingen gedaan die anderen niet kunnen. Dan vraag ik: hoe kun je verwachten dat spelers dat wel kunnen? Hij vindt dingen normaal die voor anderen niet normaal zijn. Maar waarom doet een speler iets wel en dan ineens niet? Hoe beïnvloed je dat?” Felen noemt dat: eerst begrijpen voor je begrepen wordt. „Vindt Ronald interessant, die extra informatie.”

Lees ook waarom Koeman de onvermijdelijke bondscoach was.

Via Feyenoord en Southampton blies Koeman zijn trainerscarrière nieuw leven in, na de krassen van Valencia en AZ. Tussendoor, in 2010, sprak Koeman onder meer met hockeycoach Marc Lammers, en met schaatscoach Gerard Kemkers. Hij zocht nieuwe prikkels. „Het was stoer van hem, dat hij zich uit zijn comfortzone begaf”, zegt Kemkers. „Je moet als coach ervoor waken dat je niet bezig bent met het reproduceren van je eigen carrière als sporter. Het was heel duidelijk dat hij verdieping zocht in zijn rol.”

Die ‘open minded’ Koeman zag Kemkers ook op het Sportgala, vorig jaar. De aankomend bondscoach, toen was nog niets formeel, reikte daar de prijs uit voor sportvrouw van het jaar. Hij sprak zijn lof uit voor de onbevangenheid – „doe lekker normaal” – van toonaangevende sportvrouwen en sloot af met: „Sorry dat ik het moet zeggen, daar kan het mannenvoetbal wat van leren.” Cool, vond Kemkers. „Dan durf je wel, hoor.”

De handigheid van de manager Koeman viel Lodewijks op bij Feyenoord, in 2011. Aanvaller John Guidetti kwam binnen als huurspeler van Manchester City. „Grote mond, je kent het wel, een mannetje. Dacht dat-ie de koning was”, zegt Lodewijks. „Dat was-ie ook wel, ergens. Maar op een dag, ik vergeet het nooit, zei Ronald: ‘Realiseer jij je eigenlijk wel dat er in je contract staat dat we jou ook gewoon meteen terug kunnen sturen?’ Je zag het gewoon op zijn plek vallen daar bij Guidetti. Toen ging het lopen, hè.”

Hij heeft vrij snel in de gaten of mensen om hem heen onzin praten of niet

Kees van Wonderen, assistent-bondscoach

Toen PSV in 1988 de Europa Cup I won onder trainer Guus Hiddink was Patrick Lodewijks reservedoelman. „Schietschijf dus” voor Koemans kanonskogels op de training en in de warming-up. „Ik heb hem als speler nooit zo bezig gezien met anderen, maar hij is wel in staat om met aparte jongens om te gaan. Hij heeft Romario meegemaakt, Stoitjskov. Jongens bij wie een draadje los zit. Pellè [opvolger van Guidetti als Feyenoord-spits] had ook kortsluiting soms. Ronald is in staat om iedereen aan boord te houden. Ook de extravagante.”

Lodewijks zat in de sportschool, bokshandschoenen aan, toen Ronald Koeman hem belde in de zomer van 2016. „Hoe het met me ging, met mijn dochters.” Dit keer liet hij een voicemailbericht achter. „Gek, dat deed-ie anders niet.” Het was dringend: of Lodewijks meewilde met Koeman naar Everton. Hij had nog een week om te beslissen. „Dat was misschien maar goed ook”, zegt Lodewijks. „Had ik langer kunnen nadenken, dan had ik meer beren op de weg gezien.”

De wereld van Lodewijks was een jaar eerder ingestort. Op 29 april 2015 verongelukte zijn vrouw Yvonne, de moeder van zijn drie dochters. Bij Oranje stopte hij, bij Feyenoord begon hij na een aantal maanden weer aan het nieuwe seizoen. Maar lang weg van huis – op trainingskampen – wilde hij niet. Dat wist Koeman ook. „Daarom durfde hij me eerst niet te vragen voor Everton”, zegt Lodewijks. „Maar Bartina had gezegd: als je het hem nu niet vraagt en hij had het wel gewild… Dat zou zonde zijn.”

Ronald Koeman, als speler van PSV, in duel met Aguas van Benfica tijdens de finale van de Europacup in 1988. Die finale eindigde in 0-0, waarna PSV won met strafschoppen. Foto Simon Bruty/Getty Images

‘Hoe kan ik je helpen?’

Lodewijks was aan iets anders toe. Zijn dochters, twintigers inmiddels, zeiden ook: doen. Maar na twee maanden in Liverpool „ging het gewoon niet goed”. Eigenlijk precies waarom Koeman had geaarzeld hem te vragen. Lodewijks: „Het is maar een uurtje vliegen. Maar je bent wel een halve dag kwijt heen, en een halve dag terug.” Tijd die er in het jachtige Engelse topvoetbal niet is. „Dat ging niet.”

Het gemis van elkaar vrat aan het gezin. „Ineens was er niemand meer thuis voor ze.” Lodewijks dacht aan stoppen. „Ronald zei: hoe kan ik je helpen? Want ik wil je wel graag hier hebben.” Hij kon de uitlooptraining op zondag best missen, vond Koeman. De keepertrainer van het tweede kon dat wel af, zodat Lodewijks na elke thuiswedstrijd op zaterdag voor twee dagen naar Nederland kon. Logisch gebaar? „Misschien. Hij had dit niet hoeven doen. Je kan ook zeggen: sorry, maar dat had je van tevoren kunnen weten. Of: met alle respect, dan ga ik toch voor een ander.”

Op de dag van Frankrijk-Nederland, op 9 september, zou Yvonne Lodewijks vijftig zijn geworden. Het was ook de verjaardag van Edwin Goedhart, de bondsarts. Koeman nam het woord. „Hij feliciteerde Edwin”, zegt Lodewijks, „maar hij zei ook dat het een verdrietige dag was voor mij. Spelers wisten dat niet, ik hou dat ook voor mezelf. Nou, dat kwam wel aan. Dan heeft Ronald het ook lastig, hoor.”

We praten in hotel Woudschoten in Zeist, waar Oranje tegenwoordig tijdens interlandperiodes samenkomt. De verhuizing naar Zeist, weg van Huis ter Duin in Noordwijk, wordt vaak genoemd als voedingsbodem voor de hernieuwde saamhorigheid bij het Nederlands elftal. De paradox is dat terwijl de trainingen niet meer toegankelijk waren voor pers en publiek, het Nederlandse elftal aaibaarder werd dan ooit tevoren.

Maakt dat uit, een ander, kleiner hotel? Keepertrainer Lodewijks: „Het is toch anders praten als je Jasper Cillessen of Jeroen Zoet even tegenkomt voor een praatje. Beter dan dat je ze op hun kamer moet appen: ‘Hé, kom je om 19.00 uur even praten’. Dan denken ze: ‘Oh, wat zou er zijn?’ Je bespreekt hetzelfde, maar de context is anders. Natuurlijker.”

Koeman heeft de spelers de verantwoordelijkheid gegeven voor de spelhervattingen: cornervarianten, vrije trappen. Lodewijks: „Dan zeggen wij: dit doet de tegenstander, wat zetten jullie daar tegenover? Wat denken jullie dat het beste is? Ze spreken met elkaar dingen af, zodat het van hen wordt. Wij zetten het dan op papier.”

Natuurlijk is elke coach afhankelijk van de ontwikkeling van spelers. Maar vanaf dag één was wel duidelijk hoe Koeman het voor zich zag, zegt Kees van Wonderen. „Het belangrijkste is zijn voetbalinhoudelijke kennis, zijn ervaring. Hoe hij kijkt naar wedstrijden, naar spelers, naar zijn staf. Daar zit hij ontspannen, maar wel heel scherp in”, zegt de assistent-bondscoach. „Aan het begin, even gechargeerd gezegd, was dat grotendeels hoe hij vond dat het moest. Maar hij heeft vrij snel in de gaten of mensen om hem heen onzin praten of niet. Hij wil wel altijd weten: wat vind jij?”

Ronald Koeman tijdens een training van het Nederlands elftal. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Het briefje

Daarin past, onvermijdelijk, het ‘briefje van Dwight Lodeweges’. Nederland werd in de laatste groepswedstrijd in de Nations League weggespeeld door Duitsland. Het stond 2-0, met nog tien minuten te gaan. Van Wonderen: „Wij vroegen: wil je het anders gaan doen? Je bent altijd aan het scannen, hoe kunnen we helpen? Wat doet de tegenstander? Wat doen wij?”

Toen viel de 2-1. „Dwight had al een opzet gemaakt. Dus wij: ‘Nu dan?’ En Ronald: ja, nu.”

De rest is recente interlandgeschiedenis. Zonder zelf te kijken wat er op stond, drukte de bondscoach het briefje aan de zijlijn in de hand bij Kenny Tete. De nieuwe speelformatie ging van speler tot speler. Verdediger Virgil van Dijk, zo stond geschreven, moest samen met Luuk de Jong voorin staan. Prompt viel de 2-2, van Van Dijk, en zo plaatste Nederland zich voor de finaleronde.

Het jaar waarin alles goed viel eindigde – in de meest tastbare vorm – met een velletje papier, dat voor 35.000 euro werd geveild ten bate van de Johan Cruyff Foundation. „Mooi dat hij in de pers zijn staf de credits geeft”, zegt Van Wonderen. „Het gaat om de prestatie in zijn geheel, daar heeft ieder zijn aandeel in. Soms worden dingen gedaan en valt het niemand op. Hoeft ook niet. Nu wordt het heel concreet, dat is leuk. Maar ook niet meer dan dat. Sommige wedstrijden kun je honderd jaar spelen, en dan valt-ie [het doelpunt] nooit.”

Nederland plaatste zich voor de Final Four van de Nations League dankzij ‘het briefje’.

Toplaag van het interlandvoetbal

Het Shelbourne Hotel in Dublin, begin december. De loting voor de Nations League Final Four. Ronald Koeman schuift aan, met bondsvoorzitter Michael van Praag, teammanager Fernando Arrabal en perschef Bas Ticheler. Schuin naast ze staat de trofee, een gekrulde plaat van massief zilver. De lotingballetjes wijzen Engeland aan als tegenstander in de halve finale, in juni in het Portugese Guimarães.

Het evenement op zich stelt weinig voor; vier bondscoaches die beleefdheden uitwisselen en het nieuwe UEFA-format voor vriendschappelijk voetbal bezingen. Maar dát Koeman daar zit, bij deze toplaag van het interlandvoetbal, had niemand kunnen bevroeden, zo kort na de marginalisering van het Nederlands voetbal.

Het klimaat rond de ploeg is radicaal veranderd, de prestaties spreken weer tot de verbeelding. „Het is zo’n leuke groep”, zegt moeder Marijke. „Dat hoor ik dan van Ronald. Het heeft ook met zijn capaciteiten te maken, dat zo’n elftal gaat draaien. Moet je maar eens naar Memphis Depay kijken. Die jongen heeft een totaal andere uitstraling op het ogenblik. Die heeft het naar zijn zin, dat kun je zo zien.”

En haar zoon, de man die het plezier teruggaf aan Oranje? „Je ziet hem altijd denken, voor de wedstrijd”, zegt Marijke. „Eigenlijk komt hij altijd vrolijk thuis. Hij beurt Bartina op, die is zo gespannen. Maar hij? Hij is altijd zo relaxed. Ik zou nooit zeggen dat-ie ooit gebukt is gegaan onder het trainerschap. Hij is oersterk volgens mij.”

Correctie 31 december: in een eerdere versie van dit artikel stond als fotobijschrift dat de Europa Cup I-finale PSV - Benfica eindigde in 2-1. Dit is onjuist. Het werd 0-0, waarna PSV won met strafschoppen. Het bijschrift is aangepast.

    • Bart Hinke