Hoeveel macht hebben de OPEC-landen nog?

Deze rubriek belicht op maandag beursontwikkelingen die in de belangstelling staan. Deze keer: de schommelende olieprijs in 2018.

Tot oktober steeg de olieprijs. Maar in het laatste kwartaal ging een groot deel van het herstel verloren.
Tot oktober steeg de olieprijs. Maar in het laatste kwartaal ging een groot deel van het herstel verloren. Foto Rodger Bosch / AFP

Oliehandelaren hebben een schizofreen jaar achter de rug. Ze kwamen januari binnen op de golf van optimisme die de markt sinds eind 2016 kenmerkte. De positiviteit was een gevolg van een productiebeperking door OPEC-landen die bijzonder goed leek te werken. Van 50 dollar voor een vat Brent in november 2016 steeg de prijs naar 86 dollar afgelopen oktober. Zo hoog was de prijs in vier jaar niet geweest.

En toen volgde de implosie. Als een trapveer daalde de olieprijs, om begin december net boven de 60 dollar voor een vat tot stilstand te komen. Dat was het moment dat de OPEC en enkele andere olieproducerende landen bijeenkwamen in Wenen en besloten: aan die daling moet een eind komen, vanaf 2019 brengen we de productie terug met 1,2 miljoen vaten per dag.

Normaal gesproken zou zoiets beleggers geruststellen. De olieprijs zou zijn weg naar boven inzetten om na verloop van tijd te stabiliseren rond een enigszins normaal punt. Maar hoewel de koers na de bekendmaking van de productiebeperking even opkroop, schommelt die sindsdien rond de 53 euro.

Moeilijk voorspellen

Met de olieprijs is dit jaar van alles aan de hand. De koersval van bijna 40 procent sinds oktober heeft volgens grondstoffenanalist Hans van Cleef van ABN Amro met drie zaken te maken. Ten eerste is er het algehele negatieve beurssentiment in het laatste kwartaal. Dat maakt beleggers onzeker, waardoor ze posities in risicovolle beleggingen, zoals olie, sluiten. In de tweede plaats is er onrust over de toekomstige vraag naar olie. De dreigende handelsoorlog tussen de VS en China, de afnemende economische groei, het zijn allemaal factoren die het moeilijker maken te voorspellen wat de wereld in 2019 aan olie nodig heeft.

Ook in de VS begint de prijsdaling pijn te doen

Hans van Cleef, analist ABN Amro

Maar de voornaamste reden voor de lage olieprijs is dat de OPEC had voorgesorteerd op hardere Amerikaanse sancties tegen Iran. Verwacht werd dat van president Trump vanaf begin november niemand meer Iraanse olie zou mogen kopen. In afwachting van de sancties hadden de OPEC-landen, met Saoedi-Arabië voorop, hun olieproductie juist flink opgevoerd om het verwachte Iraanse gat te vullen. Maar vervolgens bleek dat Trump een uitzondering maakte voor bedrijven in bevriende landen als Japan, Zuid-Korea en India. Het gevolg: flinke olieoverschotten, en dus dalende prijzen.

‘Verkeerd geprijsd’

Intussen zingt de vraag steeds meer rond hoe machtig de OPEC eigenlijk nog is om invloed te hebben op de oliekoers. De VS, met hun grote voorraden schalie-olie, zijn sinds een aantal jaar de grootste olieproducent ter wereld en vullen elk gat op dat de OPEC achterlaat. De aankondiging van de nieuwe productiebeperking door OPEC-landen leidde dan ook tot een verdere prijsdaling in plaats van -stijging.

Maar volgens analist Nitesh Shah van WisdomTree is wat we nu zien niet de tanende macht van de OPEC, maar irrationeel gedrag van beleggers. „De markt heeft olie op dit moment verkeerd geprijsd. De productiebeperking van 1,2 miljoen vaten per dag vanaf januari is een minimum. Saoedi-Arabië heeft aangekondigd zelf één miljoen vaten te minderen. Dat gaat echt wat met de prijs doen. Ik verwacht dat die zichzelf snel corrigeert naar 75 dollar per vat.” 

Ook volgens Van Cleef van ABN Amro is de prijs op dit moment onrealistisch laag. Hij denkt dat die in de loop van 2019 optrekt naar 70 dollar voor een vat. En hoewel de Amerikaanse schalie-olieproducenten inderdaad kunnen inspelen op een productievermindering van de OPEC, zullen zij dat niet onbeperkt doen. „Amerikaanse olie kost nu 45 dollar per vat. Ook daar begint de daling pijn te doen. Zij zullen net zo goed hun productie moeten beperken als de olieprijs langer laag blijft.”