Opinie

Alles wat mogelijk is zal gebeuren

Column Robbert Dijkgraaf De toekomst is te voorspellen. Neem de laatste ontdekkingen uit het lab of de studeerkamer en trek een lange stippellijn naar het dagelijks leven.

Robbert Dijkgraaf

De toekomst is gemakkelijker te voorspellen dan we denken. Althans, op de lange termijn. De wereld lijkt steeds grilliger en chaotischer te worden. Het dagelijks nieuws volgt een pad vol haarspeldbochten, soms langs diepe ravijnen. Onvoorspelbaar gedrag lijkt in het huidige politieke klimaat eerder een troef. Maar achter de wild schommelende beurskoersen en populariteitscijfers loopt de gestage stippellijn van de technologie, de stille kracht van de geschiedenis.

In de afgelopen twee eeuwen is steeds correct voorspeld dat de mensheid in de toekomst gezonder, beter opgeleid, rijker en mobieler zou zijn. Deze vooruitgang is het samenspel van vele factoren geweest: verrassende inzichten, technische doorbraken, gelukkig toeval, geleidelijke verbeteringen en vooral veel doorzettingskracht. Geen van die stappen leverde vette krantenkoppen op. Je vindt ze ook niet terug in de geschiedenisboeken. Er was geen ‘slag bij de transistor’ of ‘val van het genoom’. Grote ontdekkingen blijken pas achteraf cruciaal te zijn.

Teunis Dijkgraaf

Neem onze gezondheid. De afgelopen 150 jaar is de levensverwachting bij geboorte in Nederland meer dan verdubbeld, van onder de 40 naar boven de 80. Midden 19e eeuw overleefde een kwart van de baby’s het eerste levensjaar niet. Mijn overgrootvader Teunis Dijkgraaf werd in 1858 geboren in een gezin van tien kinderen. Maar vier van hen haalden de volwassen leeftijd. Deze spectaculaire verbetering in gezondheid is onder meer het gevolg van betere hygiëne en voeding, schoon water, antibiotica en andere geneesmiddelen. Geen enkele concrete doorbraak van biomedisch onderzoek was te voorspellen, van de ontdekking van micro-organismen door Pasteur tot de laatste gentherapie, maar de trend is duidelijk en zal zich zeker voortzetten.

Of kijk naar computers. In 1965 voorspelde Gordon Moore, de oprichter van chipfabrikant Intel, dat het aantal schakelingen op een microchip iedere twee jaar zou verdubbelen. Nu, meer dan vijftig jaar later, zijn computers inderdaad 100 miljoen keer kleiner en krachtiger geworden. Op de laatste Apple microprocessor zitten 7 miljard transistoren, de wereldbevolking op een duimnagel. Dat alle apparaten van een huiskamer uit de jaren zestig nu in een smartphone passen, is het gevolg van deze consequent doorgevoerde miniaturisering. De groeiende kracht en invloed van computers en hun algoritmes is wederom een gemakkelijke voorspelling.

Wifi als stromend water

Twee van mijn favoriete definities van technologie zijn: ‘alles wat niet werkt’ en ‘alles wat na je geboorte is uitgevonden’. Kortom, als je ermee opgroeit, zoals kinderen van nu met het internet, dan vinden we het vanzelfsprekend. De krachtigste technologieën zijn onzichtbaar, want opgenomen in de achtergrond van het leven. Voor jongeren is wifi als stromend water of elektriciteit voor vorige generaties.

Technologische vooruitgang is onder meer zo voorspelbaar vanwege de grote investeringen over lange tijd, niet alleen van geld en infrastructuur, maar ook van ‘menselijk kapitaal’. Een nieuwe chipfabriek kost miljarden euro’s, moderne datacentra bevatten honderdduizenden computers en zijn zo groot als een kleine stad, en wetenschappers besteden hun hele leven om aan de top te komen. Vooruitgang vraagt tijd en is eerder een mammoettanker dan een speedboot. Bijkomend voordeel is de gestage, voorspelbare groei, nadeel de inherente traagheid. Het schip van technologie is moeilijk te wenden, zoals de opwarming van de aarde pijnlijk laat zien.

Om de toekomst te voorspellen hoeven we alleen de laatste ontdekkingen uit het lab of de studeerkamer te nemen en de lange stippellijn naar het dagelijks leven te trekken. We gaan ziekte en gezondheid op het moleculaire niveau begrijpen. Het genoom herschrijven, stamcellen maken, geneesmiddelen op maat ontwerpen. De nieuwe industriële revolutie vindt plaats op nanoschaal, met apparaten zo groot als de mechanieken waar ons eigen lichaam mee vol zit. We gaan de volle kracht benutten van de quantumfysica, waar deeltjes op meerdere plekken tegelijk zijn, over lange afstanden ‘verstrengeld’ raken of door barrières heen kunnen ‘tunnelen’. Met als gevolg slimme materialen, veilige communicatiemiddelen en supersterke quantumcomputers. De combinatie van massale hoeveelheden data en rekenkracht gaat kunstmatige intelligentie vleugels geven.

Speeltjes voor fysica-nerds

Zo veel is duidelijk. Minder gemakkelijk te voorspellen is wat we met al die nieuwe technologie gaan doen. In 1969 werden de eerste twee computers over lange afstand verbonden en vormden zo de aanzet tot het internet. Maar het was een verrassing dat we dat netwerk zouden gaan gebruiken voor communicatie, eerst via e-mail daarna met sociale media. Ik kan me nog goed herinneren hoe ik op feestjes vertelde dat ik mijn eerste e-mail had verstuurd en iedereen z’n schouders ophaalde — typische speeltjes voor fysica-nerds. Het ergste is, dat dacht ik zelf ook! De toekomst is soms dichterbij dan we denken.

Kan deze krachtige technologische onderstroom ons rust geven in deze woelige tijden? Het mooie is dat technologie moeilijk tegen te houden is. Maar dat is tevens verontrustend. Alles wat mogelijk is, zal ook gebeuren – ergens, door iemand. Het recente nieuws uit China van genetisch gemanipuleerde baby’s, tegen alle ethische regels in, heeft dat weer eens duidelijk gemaakt. We kunnen ons er dus maar het beste op voorbereiden. Want zeg later niet dat de toekomst niet te voorspellen was.

Robbert Dijkgraaf is directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton.