Hollandse Hoogte

De pater familias van Jumbo schrijft nog elke week alle omzetten op

Karel van Eerd (80) is een van de grootste ondernemers van zijn generatie. Hij bouwde het Jumbo-imperium eigenhandig op. „Hij is de Willem van Hanegem van de retail. Fantastisch spelen, maar na afloop blijven zeuren over wat er niet goed is gegaan.”

Als de meute zich naar buiten beweegt, schiet Karel van Eerd de andere kant op. Langs de nog onbemande kassa glipt hij de lege supermarkt in. Het is woensdagochtend 13 december, even voor negen, en om stipt negen uur zal de nieuwe Jumbo officieel geopend worden. Hoe dat gaat, kan de 80-jarige Van Eerd dromen. Honderden winkelopeningen heeft hij al meegemaakt, met ontelbare gele ballonnen, een aftelmoment en een confettikanon. Vandaag benut hij die paar minuten dat er nog geen drommen klanten door de gangpaden scharrelen liever om de nieuwe vestiging te inspecteren. Hij wil rondkijken, de winkel próéven.

Met zijn handen in de zakken van zijn lange, zwarte jas staat Karel van Eerd voor een bak met verse maaltijden. Over de rand van zijn bril bekijkt hij aandachtig de rijen geplastificeerde aluminiumbakjes. Hachee met witte rijst, pasta carbonara, groentetortilla met kip, gevulde portobello. Vers in de winkel bereid, vermeldt de verpakking. Buiten klinkt plots een keiharde knal. Lange, gele slierten confetti schieten de lucht in. Karel van Eerd tilt zijn hoofd even op, verstoord, zo lijkt het, en vervolgt zijn ronde. Met de handen achter zijn rug en een keurende blik loopt hij langs de vleesafdeling, waar emmertjes ‘kipwings’ en ‘sticky spareribs’ worden aangeprezen. Af en toe maakt hij een praatje met een medewerker („Prachtige afdeling!”) of een oude bekende („Hé, hallo jongen!”). De winkel is inmiddels geopend voor het publiek en de eerste klanten zoeven voorbij met hun karren. Dan staan Karels dochters voor zijn neus, om hun vader onder lichte dwang terug naar de ingang te dirigeren. Het is tijd voor de familiefoto.

Erik van der Burg/ Hollandse Hoogte

Wie hem zo in zijn eentje door de gangpaden ziet lopen, zou het misschien niet zeggen, maar Karel van Eerd is een van de grootste Nederlandse ondernemers van zijn generatie. En hij heeft zijn imperium helemaal eigenhandig opgebouwd. Toen hij in 1957 het bedrijf van zijn vader overnam, was dat nog een groothandel, die bovendien nog geen Jumbo heette. Inmiddels is het Brabantse familiebedrijf na Albert Heijn de grootste supermarktketen van Nederland, met een omzet van ruim 7 miljard euro, bijna 80.000 medewerkers en dik zeshonderd winkels. Jarenlang was Karel van Eerd de algemeen directeur, sinds tien jaar is hij president-commissaris en staat hij op grotere afstand van de dagelijkse leiding. Maar als er nieuwe winkels opengaan, is hij erbij. Na de overnames van Super de Boer (2009), C1000 (2012) en Emté (2018) kreeg Jumbo er honderden winkels bij, die natuurlijk eerst moesten worden omgebouwd. Jarenlang werden bijna elke woensdag wel ergens in het land nieuwe winkels geopend. Karel en zijn vrouw Kitty bezoeken ze op de openingsdag „het liefst allemaal”, al moeten ze er het hele land voor doorrijden.

Op deze vrieskoude decemberdag hoeven ze niet van ver te komen. De nieuwste Jumbo-winkel ligt namelijk aan de Stationsstraat in Veghel, vlakbij hun huis. Jarenlang keken Karel en Kitty uit op een Emté-supermarkt, maar nu Jumbo ook die keten heeft overgenomen, is de groene Emté-vlag verruild voor de gele van Jumbo. En daar is de familie Van Eerd maar wat trots op. „Jullie begrijpen dat deze winkel al een jaar of veertig hoog op ons lijstje stond”, zegt zoon Frits, topman van Jumbo, vlak voor de opening. Om vervolgens met een grote lach op zijn gezicht een cadeautje aan zijn moeder te overhandigen: de oude Emté-vlag. „Voor als je hem een beetje mist.”

2018 is een bijzonder jaar voor Karel van Eerd. Hij vierde naast zijn tachtigste verjaardag ook dat hij al meer dan zestig jaar in de zaak zit. Maar er was ook slecht nieuws: afgelopen zomer kreeg hij te horen dat de lymfeklierkanker is teruggekeerd in zijn lijf, terwijl hij in januari nog een feestje had gegeven om te vieren dat hij ‘schoon’ was. Ondanks de terugslag houdt hij zich kranig, zeggen mensen in zijn directe omgeving. Karels kinderen vertellen hoe strijdvaardig en optimistisch hij is, vastbesloten om weer beter te worden. Tegelijk beseft hun vader hoe onberekenbaar kanker is. Frits: „Hij zegt: het kan over een paar weken afgelopen zijn en ik kan nog honderd worden.”

Intussen geniet Karel nog volop van het leven. Zijn grootste passie is pianospelen. Hij is niet alleen supermarktondernemer maar ook jazzmuzikant en treedt geregeld op met zijn band Birdie Seven. Thuis speelt hij graag op zijn vleugel, een zwarte Steinmeyer. Als hij boos is keiharde jazz, anders Chopin of Beethoven. Zijn grootste angst was dat zijn vingers gevoelloos zouden worden van de chemokuren, maar dat is niet gebeurd.

Verder brengt hij graag tijd door met zijn tien kleinkinderen, van wie de oudste twintig is. En hij kijkt graag sport. Hij is een voetballiefhebber, PSV, maar vooral wielerfanaat. Hij vindt het prachtig om de door Jumbo gesponsorde wielerploeg aan te moedigen, bijvoorbeeld tijdens de Giro d’Italia. Dan rijdt hij mee in de ploegleidersauto, geeft de renners hun bidons aan. En het liefst praat hij met teamleider Richard Plugge mee over de strategie.

Karel golft nog wekelijks. Dat doet hij samen met Kitty op hun eigen baan, The Duke in Nistelrode, een chique bedrijfsgolfclub met achttien holes. Kitty is een begenadigd golfer en dus verliest Karel meestal. Hun jongste dochter heeft al zo vaak gezegd: „Laat pap toch winnen, dan heb je een leuke avond.” Maar daarvoor is Kitty te fanatiek. Afgelopen najaar is Karel met vrienden gaan golfen in Spanje, vertelt Frits. „Het was te slecht weer voor een karretje, dus dan loopt hij vijf dagen achter elkaar achttien holes.” Hij wordt misschien ouder en fragieler, bedoelt Frits te zeggen, maar het is een taaie.

Karel en Kitty van Eerd in 1969, met links Colette, rechts Frits en op schoot Monique. Jumbo

Karel van Eerd wordt geboren op 8 april 1938 in Veghel, als oudste zoon van een gezin met vijf kinderen. Hij groeit op in het huis waar hij nu nog woont. Op een dvd die voor zijn tachtigste verjaardag is gemaakt, zegt jeugdvriend Frank Meeuwissen dat Karel „geen flierefluiter” was. Hij was serieus en altijd met cijfers bezig. Op zijn veertiende verkocht hij aan medescholieren op de handelsschool snoepgoed, zoals Mars-repen. Die kon hij goedkoop inkopen via de groothandel van zijn vader en „tegen een flink winstje” doorverkopen.

Tijdens vakanties helpt Karel zijn vader mee. Al van jongs af aan weet hij dat hij later in de zaak wil werken. Daarom gaat hij naar de kruideniersvakschool in Utrecht, en volgt hij een opleiding boekhouden. Lang duurt zijn studietijd niet, want al op zijn achttiende neemt Karel de dagelijkse leiding van het familiebedrijf over. „Veel te jong”, zegt hij hier later over. Hij vindt het spijtig dat hij niet verder kon leren. Maar het kon niet anders: zijn vader kreeg ernstige hartproblemen en moest het van de dokter rustig aan doen.

Lees ook: Hoe Jumbo de vakbonden buitenspel zette

In de jaren zestig begint Karel, een jonge twintiger, over zelfbedieningswinkels na te denken. Kan de groothandel in plaats van aan winkels niet beter zelf, rechtstreeks, aan de klant gaan verkopen? Hoe hij dat het best kan aanpakken, weet hij niet. Zijn vader heeft ook geen idee, maar wel een tip. Ga eens op studiereis naar de Verenigde Staten, oppert hij. En dus vertrekt Karel op zijn 23ste voor zes weken naar de VS. Het is een trip die populair is onder de supermarktondernemers in die tijd. Ab Heijn (van Albert Heijn), Ed Hettema (Edah), Cor Deen (Deen) en Jac Hermans (Hermans, later opgegaan in C1000) – allemaal steken ze de oceaan over om te zien hoe de winkel van de toekomst eruitziet.

Wat meteen opvalt aan de Amerikaanse supermarkten, zijn de enorme oppervlakten, van 800 of 1.000 vierkante meter. Ter vergelijking: de grootste winkel die Van Eerd op dat moment bedient, is 75 vierkante meter. Bij het succesvolle Walmart ziet de Brabander bovendien een formule die in Nederland tot dat moment onbekend is: every day low prices. Niet elke week nieuwe aanbiedingen, maar áltijd lage prijzen. Jaren later besluit Van Eerd dit Walmart-model over te nemen, in tegenstelling tot de andere Nederlandse ketens die vasthouden aan het aanbiedingenmodel.

Karel is 26 als hij op een feestje in Vught de Zeeuwse Kitty ontmoet. Ze gaan op de divan zitten en het is meteen aan. Negen maanden na de bruiloft wordt in 1966 dochter Colette geboren. Elf maanden later volgt zoon Frits. En nog eens zeventien maanden later komt Monique ter wereld. Vaste grap van Karel is: „Ik hoef haar maar op de trap tegen te komen of ze is al zwanger.”

Karel is altijd aan het werk en veel van huis – dat blijft zo na de komst van de kinderen. „Mijn moeder was het hoofd van het gezin”, blikt Monique terug. „Mijn vader was nooit voor acht uur ’s avonds thuis. Hij was de man die ons een kusje kwam geven voor het slapengaan.” Later zag ze haar vader vooral in de keuken. „Mijn ouders hebben een kleine keuken, met een AGA-kachel, zo één die altijd aanstaat, waardoor het altijd warm is. Daar zat hij dan te lezen.” Karel en Kitty verschillen totaal. Karel is rustig, denkt, rekent en schrijft. Kitty is extravert en heel sociaal. Monique: „Mijn vader wil meer op de achtergrond blijven, maar zij geeft hem een duwtje wanneer dat nodig is.”

Hoewel Karel bewust nooit tegen zijn kinderen had gezegd dat hij het leuk zou vinden als ze bij hem kwamen werken – bang dat ze zich verplicht zouden voelen – kloppen ze begin jaren negentig alle drie bij hem aan. Frits is de eerste. Hij werkt een tijd in de supermarkt in Tilburg, waar hij door zijn vader helemaal vrij wordt gelaten. „Hij was niet het type dat zei: kom eens zitten en vertel wat je hebt geleerd.” Na anderhalf jaar is Frits het beu. Supermarkten zijn de toekomst, daar is hij van overtuigd. Maar niemand in Tilburg die het snapt. Dan gebeurt er iets wat hij niet had zien aankomen. „Mijn vader zei: jij hebt meer verstand van supermarkten dan ik. Als je vindt dat het anders moet, dan moet je het maar veranderen.”

Karel wil niet dat iemand plaats moet maken voor de kinderen van de baas

Als vervolgens ook Monique en Colette zich melden, verzint Karel niet-bestaande functies voor zijn kinderen. Hij wil niet dat iemand plaats moet maken voor de kinderen van de baas. Frits wordt verantwoordelijk voor de broodafdeling, Colette voor de vleeswaren en Monique voor de kaas. Elke week moeten ze hun resultaten presenteren. Voor zijn kinderen is hij nog strenger dan voor het andere personeel.

Nieuwe formule

In 1996 bedenkt Karel samen met zijn kinderen de Zeven Zekerheden, waarin de klant centraal staat. Jumbo stelt nog nauwelijks iets voor, het Brabantse familiebedrijfje heeft 37 winkels. Toch belooft Jumbo vanaf dat moment met zijn Zekerheden de laagste prijzen, het grootste assortiment en de beste service. Het bedrijf stapt af van het standaard-supermarktconcept met een folder en weekaanbiedingen. Colette: „Mijn vader was ervan overtuigd dat we het extreem moesten aanpakken.” Wel wilde hij de nieuwe formule eerst in één winkel in Den Bosch uitproberen. „Ik weet nog dat mijn vader zei: dan gaan we daar van 180.000 naar 600.000 gulden omzet”, zegt Colette. „Iedereen lachte hem uit. Pa, dat kán helemaal niet! Jawel, zei hij, ik meen het serieus. Maar dan doen we ook álles anders. We hadden twee of drie kassa’s, dat moesten er tien worden. De winkel moest groter, ten koste van magazijnruimte. Dan maar iedere dag beleveren, zei hij. Mijn vader denkt niet in belemmeringen. Als mensen zeggen dat iets niet kan, wordt hij juist enthousiast.”

Karel van Eerd (r) met zijn vader Frits van Eerd sr. in 1979.Jumbo

De nieuwe Jumbo-formule slaat aan en langzaam begint het bedrijf te groeien. En waar andere regionale ketens zoals Deen, Jan Linders en Poiesz vasthouden aan de regio’s waar ze ooit zijn begonnen, kiest Jumbo ervoor ook boven de grote rivieren supermarkten te openen. Het besluit wordt met enige scepsis ontvangen, zal Karel jaren later vertellen in NRC. Noord-Nederland bevoorraden vanuit Veghel, is dat wel te doen? Demonstratief kiest Van Eerd ervoor zijn eerste winkel in het noorden te openen in Uithuizen, een klein Gronings dorp pal tegen de Waddenzee. Verder van Veghel is nauwelijks denkbaar. „Dan was meteen de discussie voorbij hoe ver we wilden gaan.”

In april 2002 zal Karel bekendmaken dat zijn zoon hem opvolgt als algemeen directeur en dat hij zelf president-commissaris wordt. Al het personeel, zo’n zevenhonderd man, is uitgenodigd in de kantine. „We hadden een hele presentatie voorbereid”, zegt Frits. „Maar vijf minuten voor we het podium op zouden gaan, zei hij: ik ga het niet doen. Ik zei: pap, ik heb hier een hele presentatie over hoe we willen gaan groeien, over onze rollen. Alles is klaar, iedereen zit te wachten. Ik wil het niet, zei hij. Maar ik heb wel een oplossing: we worden allebei algemeen directeur.” En zo geschiedt het. Vader en zoon zijn vanaf dat moment allebei de baas – en zullen dat blijven tot 2009. Achteraf een verstandige zet, zeggen betrokkenen. Frits was indertijd nog een tikkeltje wild en onbesuisd. En vader en zoon vullen elkaar perfect aan. ‘Meneer Karel’ is de analyticus, die uitvoerige masterplannen en memo’s schrijft over waar het naartoe moet met het bedrijf. Frits werkt liever met zelfsturende teams en verzamelt mensen om zich heen die hij enthousiasmeert en inspireert. Colette is intussen formule- en marktingdirecteur en Monique is verantwoordelijk voor de cultuur, sponsoring en evenementen.

In 2006 doet zich de eerste mogelijkheid voor een substantiële overname voor. De familie Van Eerd wil dolgraag de Konmar-supermarkten kopen, 42 stuks, plus veertig Edah-winkels. De commissarissen zijn akkoord, de banken willen financieren. Alleen Ton van Veen, twee jaar eerder aangetreden als financieel topman, heeft grote twijfels. Van Veen is de eerste en enige buitenstaander in de top van Jumbo. Potentieel een ondankbare rol, weet hij: lang niet alle familiebedrijven luisteren naar advies van buitenaf. Toch raadt hij de familie af de overname door te zetten, Jumbo is er nog niet klaar voor. Tot zijn verbazing zegt Karel resoluut: „Dan doen we het niet. Jij moet het ook zien zitten.” Alsof hij een volwaardig lid van de familie is. Van Veen gaat met een knoop in zijn maag naar huis.

Een paar maanden later kan hij alsnog achter twaalf Konmar-winkels aan, omdat koper Ahold ze niet allemaal wil hebben. Karel en Frits zitten in de VS voor een autorace en Van Veen mag „met de portemonnee van de familie” de onderhandelingen doen. Terwijl Karel en Frits nog liggen te slapen, brengt hij volgens afspraak een bod uit van 20 miljoen euro. Dan belt Frits: „Pa is net wakker geworden, het moet 30 miljoen worden.” Van Veen kan zijn broodheren ervan overtuigen dat het onverstandig is als hij ineens 10 miljoen extra biedt, en bovendien onnodig. Uiteindelijk slaagt de deal. „Karel en Frits gaven me heel veel ruimte en vertrouwen”, zegt Van Veen. „Maar, zeiden ze: haal het wel binnen!!!”

Karel van Eerd heeft een eigenaardige gewoonte: iedere week schrijft hij de omzetten van alle winkels in een schriftje. Daardoor weet hij precies hoe de winkel in, zeg, Stadskanaal het doet. Hij laat franchisers verbluft achter als hij ze – uit zijn hoofd – met hun omzetcijfers confronteert. Tijdens het kerstdiner met zijn familie is het Karel die een soort quiz houdt over de kerstomzetten. Raad eens, zegt hij dan, welke winkel de meeste omzet per vierkante meter heeft behaald?

Na de overname van Konmar is het zaak zo snel mogelijk verder te groeien, beseft de familie. Met een marktaandeel van zo’n 5 procent is Jumbo te klein om mee te kunnen met de landelijke ketens. Wie groot is, heeft een sterkere positie ten opzichte van leveranciers, kan een huismerk ontwikkelen, heeft meer reclamebudget en kan gemakkelijker de miljoenen bijeenbrengen die nodig zijn voor nieuwe ontwikkelingen, zoals het thuisbezorgen van boodschappen. Om snel te groeien is het zaak overnames te plegen. Liefst grote. En dat betekent: ingewikkelde acquisitietrajecten. Met het oog op professionalisering en groei wordt in 2009 een zware raad van commissarissen gevormd, bestaande uit Harry Bruijniks, Antony Burgmans en Wilco Jiskoot. Zij adviseren bij overnames en bij de toekomstplannen.

Het zijn drie zwaargewichten, thuis in werelden die de familie nauwelijks kent. Bruijniks werkte jarenlang in de top bij twee supermarktgiganten, Laurus en Albert Heijn, bedrijven die veel groter zijn dan Jumbo. Burgmans weet als voormalig bestuursvoorzitter van Unilever hoe het bij leveranciers toegaat. En Wilco Jiskoot, ooit hoofd van de zakenbank van ABN Amro, is specialist in geldzaken en grote overnames. De grote vraag is wie de club gaat voorzitten. Blijft Karel directeur en kiest de familie iemand van buitenaf? Of wordt Van Eerd senior na zeven jaar alsnog president-commissaris? „Dat heeft wel bedenktijd gekost”, zegt Ton van Veen. „Hij had het gevoel dat hij langs de kant kwam te staan. Uiteindelijk stemde hij in, maar dan wilde hij nog wel bij de directievergaderingen zitten.”

Overnames

Van de uitgekiende groeiambitie wordt meteen werk gemaakt. In 2009 neemt Jumbo, met 128 winkels, het veel grotere Super de Boer (300 winkels) voor circa 550 miljoen euro over. Een ingewikkelde overname, aangezien Super de Boer moet worden losgeweekt uit een beursgenoteerde onderneming. Later verkoopt Jumbo 138 winkels door aan concurrenten, waarmee het bedrijf een aanzienlijk deel van de koopsom terugverdient. Terwijl de ombouw van de winkels van Super de Boer nog volop bezig is, doet Jumbo opnieuw een gedurfde zet: het koopt voor 900 miljoen C1000 van private-equitymaatschappij CVC. Van de 424 C1000-winkels worden er 135 doorverkocht.

Even verderop in Veghel, bij het concurrerende groothandelsbedrijf Sligro, vinden ze de overnames een „soort kamikaze-actie”, zegt toenmalig bestuurder Abel Slippens. „Ik vond het een extreem groot risico. Je had er heel veel kapitaal voor nodig. Dat risico hebben zij durven nemen.” Jarenlang werd de Brabantse keten in de supermarktbranche met scepsis bekeken. Wat ze daar in Veghel deden, dat kon nooit rendabel zijn. Zolang Jumbo niet echt serieus werd genomen, werd het ook niet bestreden. Na de verrassende overnames van Super de Boer en C1000 is het familiebedrijf echter in één keer een speler van formaat.

De overnames zijn vooral het werk van Frits en Ton van Veen. Zij voeren de gesprekken, met hulp van een team specialisten. De rol van Karel is beide bestuurders te ondersteunen en te controleren, zegt Jiskoot. „Hij laat Frits in zijn waarde en zal nooit zeggen: je doet het helemaal verkeerd. Maar als hij een andere mening heeft, schuwt hij niet die te delen.”

In zijn nieuwe functie is Karel van Eerd eerder de hoeder van de Jumbo-formule, ziet ook Burgmans. Als pater familias ziet Karel erop toe dat de explosieve groei niet ten koste gaat van de Zeven Zekerheden. Ten tijde van de overnames van Super de Boer en C1000 kwamen de oude winkels even niet op het eerste plan, vertelt de commissaris. Alle aandacht ging uit naar de integratie van de gekochte ketens. „Dat zinde Karel helemaal niet. Want, vond hij, die oude winkels zijn óók kinderen op wie je moet passen. Dat analyseerde hij dan feilloos, met een potloodje en een stukje papier. Dan kon hij precies aantonen hoe die oude winkels achteruitholden, en dan wisten we dat daar iets aan gedaan moest worden.” Niels Onkenhout, die na de overname van C1000 een tijd in de raad van bestuur zat: „Dan kwam hij weer aan met zijn beroemde schriftje. ‘Jongens, het gaat helemaal fout in Ekkersrijt, wat dóén jullie?’ Dan probeerden wij uit te leggen: we hebben net een miljard geleend van de bank, we zijn een bedrijf aan het integreren, er is een opstand onder de franchisers. Door de realiteit van alledag kwam de zuiverheid van de uitgangspunten soms onder druk te staan. Dat knetterde dan echt wel even.”

Karel doet niet aan ‘verfijnde beleefdheidsuitingen’

Karel van Eerd bezigt duidelijke taal, hij doet niet aan „verfijnde beleefdheidsuitingen”, zegt Burgmans. „Als Engelsen iets niet goed vinden zeggen ze: ‘Well, that’s been a very interesting presentation. I think it merits further consideration.’ Karel zal dat nooit zeggen. Die zegt: ‘Ik vind het helemaal niks.’” Dat is ook precies wat er fout gaat in 2013, als Karel van Eerd met een paar scherpe uitspraken op een retailbijeenkomst in Amsterdam de toch al zo precaire verhouding tussen Jumbo en de C1000-ondernemers op scherp zet. Jumbo en C1000 verschillen wezenlijk van elkaar – waar Jumbo every day low prices hanteert, zweert C1000 bij scherpe prijsacties. Dus nadat Jumbo zijn concurrent had overgenomen, waren de driehonderd franchisenemers uiterst sceptisch. Bij Jumbo proberen ze de ondernemers mild te stemmen door het best of both worlds-principe te beloven. De naam C1000 verdwijnt dan wel, maar de ‘verrijkende elementen’ van die formule keren terug bij Jumbo. Werkgroepjes van Jumbo en C1000 zijn er al maanden mee bezig, het ligt allemaal extreem gevoelig. En wat zegt Karel op het congres? „Het klopt dat wij gezegd hebben dat we het beste van C1000 mee zouden nemen in de Jumbo-winkels. We moesten gewoon een verhaal hebben tijdens de overname. Maar Jumbo blijft vooral gewoon Jumbo.” Wijlen supermarktdeskundige Gerard Rutte spreekt van een „faux pas”. Op zijn weblog schrijft hij: „Bij Dirk van den Broek hebben ze bepaald dat oprichter Dirk senior zich niet meer uitlaat in de media. Wellicht is dit een goed advies aan de familie Van Eerd.”

Ouderwets schrijven

En inderdaad, sindsdien spreekt Karel van Eerd zelden nog in het openbaar. Binnenskamers ging het er na de uitglijder stevig aan toe, vertelt Onkenhout. „Karel is toen echt aangepakt door Frits, en later in de raad van bestuur nog eens. Toen vroeg Karel: kan ik dan niet meer zeggen wat ik vind? Ons antwoord was: nee! Want je bent niet Karel van Eerd, je bent de eigenaar van Jumbo.” De houding van Karel naar de zelfstandig ondernemers was al nooit erg fijnzinnig. Onkenhout: „Hij wilde wel ondernemerschap stimuleren, maar híj was de ondernemer. Hij wilde de franchisers kunnen vertellen wat er moest gebeuren.” Van Veen: „Hij begrijpt niet altijd dat franchisers niet zomaar doen wat je zegt.”

Ook nu Jumbo meer dan zeshonderd winkels heeft, schrijft Karel van Eerd nog wekelijks de omzetten op. Zijn kinderen en Ton van Veen hebben al ettelijke keren voorgesteld een app te ontwikkelen zodat hij de getallen op zondag in één oogopslag kan zien. Hij weigert pertinent. Monique: „Als je het zelf niet uitrekent en opschrijft, zegt hij, dan krijg je het niet goed in je hoofd.” Daar komt bij: Karel heeft wel een mobiele telefoon, maar gebruikt dat ding nooit. Een computer? Zelden. Laat hem maar ouderwets schrijven.

Jumbo

Familiebedrijf of niet, Karel vindt dat het zakelijk belang altijd voorop moet staan. „Ongeacht wat het ons aan energie of ergernis kost”, zegt Frits. „We maken het elkaar soms moeilijk omdat we overal het maximale uit willen halen. Dat geeft gezonde spanning.” Ook commissaris Jiskoot ziet weleens „scherpe kantjes”, zegt hij, „maar als ze een paar uur afstand hebben genomen, zijn ze het allemaal weer eens dat het altijd om het bedrijf gaat”.

De familie Van Eerd is niet geïnteresseerd in groot geld, zeggen mensen in hun omgeving. Natuurlijk willen ze een solide bedrijf runnen, maar ze houden zich het liefst bezig met: hoe kunnen we de allerbeste supermarkt worden? Dat zie je terug bij de commissarisvergaderingen, waar ook de vier aandeelhouders – Karel, Colette, Frits, Monique – bij zijn, zegt Burgmans. „Bij veel bedrijven wordt urenlang over de cijfers gezeverd. Bij Jumbo niet. Daar mag de financiële topman de resultaten even presenteren, maar dat is na vijf of tien minuten klaar. Het interesseert ze niet. Dan vallen ze bijna in slaap. Ze willen praten over de winkel, over de consument, over de producten.”

De aandelen van Jumbo zijn gelijk verdeeld over Karel en zijn drie kinderen. Nooit hebben ze zichzelf dividend uitgekeerd. Tot 2016. Toen werd er 20 miljoen euro uitgekeerd (op 109 miljoen winst), een jaar later 40 miljoen (op 156 miljoen winst). Ook dit jaar verzilvert de familie een deel van de winst, verklapt Ton van Veen. Dat de familie vorig jaar werd neergezet als ‘graaiers’, omdat de dividenduitkering openbaar werd tijdens een cao-conflict met de vakbonden, vindt hij „vals”. De familie heeft jarenlang alles in de waagschaal gesteld, zegt hij. „Dan hebben ze toch ook recht op rendement op hun geïnvesteerd vermogen?”

Geen dure pakken

Hoewel Karel flink vermogend is – in de Quote 500 staat hij zesde, met een geschat vermogen van 2,1 miljard euro – wekt hij graag de indruk dat hij zichzelf weinig luxe permitteert. Hij draagt geen dure pakken, horloges of schoenen. Maar hij rijdt wel een Rolls-Royce.

De grootste verdienste van Karel van Eerd is dat hij goede mensen om zich heen verzamelt – Ton van Veen voorop. Volgens alle geïnterviewden heeft de financiële topman – bijnaam: Ton van Eerd – een bepalende rol in het succes van Jumbo. De familie koestert hem, en voelt zich daar niet te goed voor. Karels drijfveer is dat hij de beste wil zijn. Hij wil altijd winnen – dat gen zit overigens in de hele familie.

Karel van Eerd inspecteert een nieuwe winkel in Breda, 2013Marcel van den Bergh / Hollandse Hoogte

Was Jumbo ook zo’n succesverhaal geworden als Colette, Frits en Monique niet in het bedrijf waren gaan werken? „Honderd procent zeker van niet”, zegt Frits. Zijn vader had wel goede ideeën, zegt hij, maar kreeg het alleen niet voor elkaar. „Dat kwam doordat hij heel sterk een hiërarchische leider was, die zichzelf centraal zette en zei: dit is het plan en zo moet het. In vergaderingen was het: ja meneer Van Eerd, nee meneer Van Eerd. Mensen waren bang voor mijn vader.” Karel had nogal wat ja-knikkers om zich heen verzameld, zegt Frits, geen doeners. Karel is een visionair, zegt Colette, maar hij vond het lastig zijn ideeën ten uitvoer te brengen. „Hij heeft het vaker geprobeerd met supermarkten, maar de uitvoering kwam nooit écht van de grond”, zegt Ton van Veen. „Ik denk dat je gewoon mag constateren dat de toetreding van de drie kinderen cruciaal was om de Jumbo-formule in de praktijk te laten werken.”

Maar uitspreken hoe trots hij is op zijn kinderen, dat is niets voor Karel. Hij blijft altijd kritisch, hoe goed het ook gaat. Commissaris Bruijniks noemt hem de „Willem van Hanegem” van de retail: dat je een fantastische wedstrijd speelt, maar na afloop blijft zeuren over de dingen die niet goed zijn gegaan. „Je ziet gewoon dat de kinderen willen dat hun vader trots is. Maar hij is niet een man die constant staat te applaudisseren.”

Niels Onkenhout herkent dit. „Als je één op één met hem zit, zegt hij hoe waanzinnig trots hij is. Maar tegen zijn kinderen spreekt hij dat zelden uit. Dan keken Ton en ik elkaar soms aan van: ‘Zeg het nou! Hoe moeilijk kan het zijn?’”

    • Joost Pijpker
    • Barbara Rijlaarsdam