Bruin en lelijk eten, dé trend van 2019

Wat eten we? Foodtrends zijn eigenlijk heel vermoeiend. In 2019 gaan we alwéér allemaal kimchi eten.

In 2019 gaat het gebeuren. We gaan ‘meaty’ planten eten, klaargemaakt alsof het gebraad is. We ‘swappen’ ongezonde ingrediënten voor biet of bloemkool, de frikandel wordt een vegan salade uit de muur, in het café – o nee, in hotelbars – bestellen we een nolo’tje (drankje met geen of minder alcohol). Paddenstoelen worden het helemaal – soorten waar je nog nooit van gehoord had zoals enoki of maitake (fluweelpootje en eikhaas klinken toch minder 2019). We staan elke ochtend op met een zelfgecentrifugeerde celery juice en we gaan allemaal kimchi maken, groente fermenteren, beide voor gut health, gezonde darmen.

Kimchi? Hé! Waar hebben we dat eerder gehoord!

Acht jaar geleden werd kimchi al een trend genoemd. En die andere trends zagen we ook al eens langskomen, hooguit met andere namen. Trends voorspellen is terugkijken zonder dat al te veel aan de grote klok te hangen: groot maken wat je in het klein al zag gebeuren. Dat doet niks af aan het werk van trendmensen. Je moet het wél zien. En vooral voor voedingsindustrie en horeca is het enorm handig om te weten what’s cooking. Maar wat er over tien jaar van overblijft en of mijn moeder straks ook mushroom coffee uit haar Senseo-apparaat drinkt, dat is moeilijker te voorspellen.

Zo vermoeid als je kunt raken van het zoveelste foodtrendje, zo opwekkend kan het zijn om eens naar gewone veranderingen te kijken. Veranderingen die niet over food gaan maar over eten. Niet over het nieuwste matcha-tentje (voor mijn moeder: matcha is thee) maar over wat we dagelijks eten, meestal uit de supermarkt, waar we driekwart van onze boodschappen doen. Dan zie je dat we over de jaren geleidelijk wat gezonder zijn gaan eten: iets meer groente en fruit. En we drinken minder alcohol. De dalende vleesconsumptie lijkt weliswaar niet door te zetten, maar het aanbod aan vleesvervangers is veel groter en smakelijker dan een jaar of vijf geleden.

Vooropgesteld dat supermarkten op aarde zijn om winst te maken – desnoods met roze koeken – verandert er heel voorzichtig wel iets ten positieve. Niet als bij een slang die in één keer zijn huid afwerpt, maar meer zoals bij mensen: elke dode cel wordt zonder dat je het merkt door nieuwe vervangen.

Supersaai, en superbelangrijk

In het schap waar tot voor kort gesuikerde cruesli’s en honey loops domineerden, staan nu suikervrije muesli’s, gepofte granen en mixen van zaden en pitten. In het frisdrankschap staan nog steeds cola en sinas maar ook steeds meer watertjes met smaakjes. Er zijn supermarkten die geen energiedrank en sigaretten meer verkopen. Kromme komkommers, paprika’s en aubergines hebben een vaste plek in het schap gekregen of gaan in de soep. Plastic verpakkingen en tasjes worden dunner om afval te verminderen. Er hangen herbruikbare netjes waar je groente en brood in kunt doen als je geen tasje wilt. Supersaai. Superonopvallend. En superbelangrijk om mee door te gaan, ook als niemand het ziet.

Lees ook: Al die verspilling van eten zou de honger kunnen oplossen

Gewoon een beetje gezonder eten, wat minder vlees, wat meer groente en peulvruchten. Niet te veel weggooien. Dat is al heel wat. En het hoeft er niet altijd uit te zien als een pokebowl. Eten mag ook bruin en lelijk zijn. De bekende koks Nigella Lawson en David Chang zeggen het al jaren. En ja hoor, laat dat nou ook nét helemaal de trend van 2019 zijn.

    • Martine Kamsma