Opinie

    • Frits Abrahams

Beste boek van het jaar

Frits Abrahams

Voor mij komt het beste boek van het jaar niet uit het afgelopen jaar, maar uit 2009. Het heet Een web van dromen en is een keuze door Gerben Wynia uit de dagboeken van de dichter C.O. Jellema, die leefde van 1936 tot 2003. De dagboeken bestrijken de periode van 1960 tot 2003.

Ik had die dagboeken nooit eerder gelezen omdat ik me pas de laatste jaren verdiept heb in de poëzie van Jellema. Mooie, zij het soms moeilijke poëzie, al staan er ook in de minder toegankelijke gedichten altijd een paar schitterende regels. Ik las ook goede essays van hem, maar zijn dagboeken waren aan mijn aandacht ontsnapt, totdat ik ze in de openbare bibliotheek ontdekte. Ze waren niet vaak uitgeleend, zag ik aan de vrijwel ongeschonden kaft.

Een dichter als Hans Warren is bekender om zijn dagboeken dan om zijn gedichten, bij Jellema is het andersom. Toch zijn de dagboeken van Jellema beter dan die van Warren, met hoeveel plezier ik ook enkele (ik raakte verzadigd) van Warrens dagboeken gelezen heb.

Jellema moet, afgaande op zijn werk, een veel introverter man dan Warren zijn geweest, maar hij was openhartig genoeg om de lezer te blijven boeien. Warren kon soms zó expliciet worden dat je als lezer een zekere gêne voelde – je wilde wel veel weten, maar niet steeds hoe verrukkelijk hij nu weer was klaargekomen.

In zijn dagboeken is Jellema ook een betere stilist dan Warren en blijkt hij beschouwelijker aangelegd. Wat ze gemeen hebben, is hun homoseksualiteit en het aanvankelijke, niet geringe getob daarmee. Het gaf grote twijfels en problemen bij het opgroeien – in het gezin, op school, in de omgang met vrienden. Soms lieten ze zich verleiden tot relaties met vrouwen, maar dat liep onvermijdelijk uit op wederzijdse ontgoocheling.

„Niet dat het daardoor makkelijker wordt, maar oprecht en eerlijk aanvaarden is in dit geval beter dan onderdrukken en sublimeren”, schrijft Jellema, 24 jaar oud, in 1960. Hij verwacht dat zijn innerlijk leven daardoor harmonischer wordt.

Maar die aanvaarding blijkt in de praktijk moeilijker dan hij had gehoopt. Een vriend moet hem erop attenderen dat zijn eerste gedichten onoprecht zijn doordat hij de seksualiteit vermijdt. „Erik heeft dit zeer scherp gezien”, geeft hij toe.

Al haakt hij naar sociale verbanden, toch zal hij zich buitenstaander blijven voelen. „Buitenstaander-zijn is een bepaalde zijnswijze. Misschien het best te omschrijven als: achter het gebeuren aan leven, of: naast het gebeuren leven. Dat houdt in: observatie van en distantie tot het moment.”

Jellema schrijft in verfijnd proza scherpzinnig over vriendschappen en liefdes en over de grote thema’s van zijn dichterschap: dood, vergankelijkheid, God. Je hoeft zelf geen gelovige te zijn om hem toch gefascineerd te volgen in zijn mystieke bespiegelingen. Ook over aardsere zaken, zoals ontmoetingen en reizen, weidt hij boeiend uit.

Ik kreeg ook steeds meer bewondering voor de volharding waarmee hij zijn dichterschap uitdroeg. Hij heeft tot omstreeks zijn 45ste moeten wachten op erkenning. Uitgevers weigerden zijn werk aanvankelijk; ook Geert van Oorschot liet weten dat hij het maar ‘doorsnee’ vond. Maar wat je ook van Jellema mag vinden, ‘doorsnee’ was hij zeker niet.