Recensie

Recensie Strips

Van fictieve legende tot zinderend nachtleven: drie opvallende strips

Strips Afgelopen jaar verschenen ruim 1.400 stripalbums in het Nederlands taalgebied, met een piek in het najaar. NRC kiest drie in het oog springende grafische novellen.

Fragment uit Het Amusement.
Fragment uit Het Amusement. Brecht Evens
    • Stefan Nieuwenhuis

De Gouden Eeuw is met afstand de indrukwekkendste strip van Cyril Pedrosa (1972), en dat wil wat zeggen: de gelauwerde auteur van grafische novellen als Drie schimmen, Portugal en Vier jaargetijden heeft nog nooit een zwak album afgeleverd. Zijn nieuweling, het eerste deel van een tweeluik, is in alles de overtreffende trap. Het is een overweldigende leeservaring.

De Fransman Pedrosa begon als animator bij Disney, voordat hij zich toelegde op het beeldverhaal. Zijn animatie-achtergrond is evident – je ziet het terug in de beweeglijkheid van de figuren, maar vooral in de gekozen standpunten: Pedrosa speelt voortdurend met filmische perspectieven.

Die aanpak levert pagina’s op die allesbehalve statisch zijn: ze vloeien, swingen en laten de lezer werkelijk over de kleurrijke bladzijden dwalen. In De Gouden Eeuw heeft Pedrosa alle zwarte lijnen omgezet in kleur, vooral bruin, oudroze en blauw; een bewerkelijke, beproefde animatietechniek.

Pagina uit ‘De Gouden Eeuw’. Cyril Pedrosa & Roxanne Moreil

De manier waarop Pedrosa verschillende illustratiemethoden heeft gecombineerd is kolossaal. Hij gebruikt de krasserige scraperboard-techniek voor bomen, grasvelden en muren; voor kleding en interieurs liet hij zich inspireren door middeleeuwse kunst. Hij verwerkt motieven en patronen uit wandtapijten, miniaturen, fresco’s en glas-in-lood om het verhaal een authentieke zweem te geven.

De plot van De Gouden Eeuw leest als een fictieve legende met veel sprookjeselementen. Als op een dag de koning overlijdt, maakt zijn dochter Tilda zich op zijn plaats in te nemen. Het koninkrijk is er slecht aan toe; er heerst hongersnood en er is onvrede over hooggeplaatste notabelen. Tilda is voornemens het tij te keren, samen met haar getrouwen Tankred en Bertil. Maar voordat ze de daad bij het woord kan voegen, wordt ze verbannen. Tilda is vastberaden haar koninkrijk te heroveren en laat zich daarbij leiden door De Gouden Eeuw, een legende waarvan de kracht zo groot is dat die de wereld kan veranderen.

De Gouden Eeuw leg je maar moeilijk weg: het is een grafische vertelling waarin je heerlijk blijft dwalen.

Het amusement

Het kleeft aan hem: iedere keer als Vlaming Brecht Evens (1986) met een nieuwe graphic novel komt, gaat het in eerste instantie over de auteur zelf. Op zijn twintigste was hij de grote belofte, later heette hij de belangrijkste exponent van de Vlaamse golf, werd vaandeldrager en kroonjuweel, grossierde in belangrijke internationale stripprijzen, tot hij instortte en zich geplaagd door depressies en een psychose liet behandelen. Dat wij dit weten, is omdat Evens er niet voor terugdeinst zijn kunstenaarschap ten volle uit te buiten: zijn eigen leven als groots en meeslepend drama, dat zich vooral ’s nachts afspeelt in het gedruis van feesten en nachtclubs.

Dat zijn productie er niet onder lijdt, bewijst Evens met Het Amusement, een bekoorlijke pil van 336 ritmische pagina’s die hij de afgelopen vier jaar schreef en tekende.

In Het Amusement is het zoeken naar een verhaallijn. Evens kiest voor een aantal hoofdpersonages die de lezer een poos volgt en weer kwijtraakt in het rumoer van de vertelling. Het amusement uit de titel verwijst naar het nachtleven, met benevelde kletspraat en uiterlijk vertoon. Welbeschouwd is dat wat we krijgen. Allemaal leuk en aardig, maar na verloop van tijd nekt het zich: wie zich bij iedere passant afvraagt wat hij of zij bijdraagt aan het verhaal, is na een kwart van de strip afgepeigerd. Evens verlangt van de lezer dat die meebeweegt met de personages door het verhaal te zien als een lange ontmoetingstocht, vol levenswijsheid.

Pagina uit ‘Het Amusement’. Brecht Evens

Veel genietbaarder zijn de verbluffende pagina’s, die Evens in de voor hem herkenbare kleurstellingen schildert met waterverf, zonder gebruik te maken van kaders en tekstballonnen. Alle personages spreken in een eigen letterkleur zodat de lezer de dialogen prima kan volgen. En dat is nodig: Evens is op zijn best als hij een horde mensen tegelijk laat praten, ouwehoeren eigenlijk.

Zijn expressieve, kunstzinnige figuren discussiëren in een vrijwel lege entourage, maar áls de omgeving ertoe doet, dan pakt Evens uit met paginagrote scenes vol nachtvogels, vormen en kleurvlakken.

Als de ochtend aanbreekt neemt de experimenteerdrift toe, maar ook daar weigert Evens de lijntjes aan elkaar te knopen. Het verhaal eindigt niet toevallig met een fade-out.

Wellicht dat Evens ons over vier jaar opnieuw overrompelt met een visueel ongeëvenaard spektakel. Als de vertelling dan net zo uitmuntend is als het tekenwerk, zal hij alle loftuitingen werkelijk waard zijn. Daarvoor is het nu te vroeg: Het Amusement is een visuele krachtmeting die hunkert naar een waarachtig verhaal.

Totem

Totem is het prima stripdebuut van de Duitse tekenaar Mikaël Ross op scenario van de Belgische Nicolas Wouters. Het sinistere coming-of-age-verhaal begint als de twaalfjarige Louis op zomerkamp wordt gestuurd omdat zijn broer ernstig ziek is. Er is geen kwaad in de zin: zijn ouders willen hem ontzien, omdat hij nog zo jong is. Desondanks grijpt het Louis juist aan dat hij niet bij zijn broer kan zijn. In het kamp voelt hij zich ellendig vanwege het leeftijdsverschil, hij kan er zijn draai niet vinden.

Tussen de andere jongens ziet de lezer Louis langzaam veranderen; van het angstige jongetje naar een prille puber die stilletjes zijn plan trekt. Als hij tijdens een initiatieritueel zijn totemdier krijgt toegewezen, lijkt zijn transformatie compleet. Hij is de vos geworden, die door sluw handelen de problemen van het leven trotseert. Zijn kindertijd ligt voorgoed achter hem.

Pagina uit ‘Totem’. Mikaël Ross & Nicolas Wouters

Vanaf dan speelt het verhaal zich af op de grenzen van realiteit en fantasie, tussen kinderspel en buitenwereld. Totem fascineert door de duistere fantasieën van Louis in combinatie met de snelheid van de vertelling. De krasserige maar trefzekere tekenstijl van Ross zit tussen die van Christophe Blain (Isaac de Piraat, Gus) en Wilbert van der Steen (Zon) in. Zijn tekeningen, uitgewerkt in een ongenadig kleurpalet, leveren koortsachtige scènes op vol subtiele symboliek. De expressieve boslandschappen lijken zich over de kleine jongen heen te buigen: ze bieden bescherming en ontnemen hem het zicht. Zo zit het verhaal vol kleine geschenken aan de zorgvuldige lezer. Totem is een surrealistische leeservaring die nasiddert, met een sluitstuk van jewelste.