Opinie

Regeringspartijen laten het geven van richting over aan de flanken

politieke jaar

Commentaar

In binnenlands politiek opzicht kan 2018 worden gekenschetst als het jaar van het wachten en het jaar van de vertrekkers. Daarnaast was het eerste volledige jaar van het derde kabinet Rutte wederom het jaar waarin de klassieke politieke stromingen zoekende waren waardoor de flanken in onevenredige mate de toon konden zetten.

Op het personele vlak kreeg het eind oktober 2017 beëdigde kabinet in februari al na een kleine vier maanden te maken met een forse aderlating door het vertrek van Halbe Zijlstra (VVD) als minister van Buitenlandse Zaken. Zijn toen bekend geworden leugen over een bezoek aan de datsja van de Russische president Vladimir Poetin in de tijd dat hij in opdracht van Shell werkte, had hem in een onhoudbare positie gebracht. Dat het nog ruim 24 uur moest duren voordat dit besef ook was doorgedrongen tot de coalitiepartners in de Tweede Kamer, die Zijlstra aanvankelijk de hand boven het hoofd hielden, is veelzeggend voor de heersende naar binnen gerichte cultuur in Den Haag. Eerst steun dan pas nadenken is nog altijd het devies.

Met Zijlstra vertrok niet alleen de minister van Buitenlandse Zaken maar ook één van de architecten van het kabinet. Zijlstra was tijdens de kabinetsformatie de secondant van Mark Rutte en kende daardoor alle details van het regeerakkoord plus, niet onbelangrijk voor de onderlinge cohesie, de moeizame totstandkoming ervan. Een tweede verlies voor premier Rutte was het opstappen van D66-leider Alexander Pechtold begin oktober. Ook hij was nauw betrokken bij de vorming van het huidige kabinet en had al eerder vanuit zijn ‘constructieve’ oppositieperiode een bijzondere vertrouwensband met Rutte weten op te bouwen.

Kortom, het is leeg aan het worden rondom de man die nu al acht jaar leiding geeft aan het land en zich al 12 jaar leider van de VVD mag noemen. In toenemende mate wordt hij geconfronteerd met de ‘hoe-lang-nog’ vraag. De discutabele wijze waarop Rutte dit jaar in eerste instantie de omstreden verlaging van de dividendbelasting bleef verdedigen en dit besluit nadat Unilever was afgehaakt onmiddellijk weer introk riep twijfels op over zijn politieke beoordelingsvermogen.

Tegelijk is Ruttes rol in polderend Nederland nog verre van uitgespeeld. Typerend was het beroep dat op hem werd gedaan om een doorbraak te bewerkstelligen in de al jaren voortdurende onderhandelingen tussen werkgevers, werknemers en overheid over een nieuw pensioenstelsel. Het heeft overigens niet mogen baten. De loopgravenoorlog gaat nog even door.

Hetzelfde geldt voor het klimaatbeleid waarvoor in het regeerakkoord ambitieuze doelstellingen staan geformuleerd, maar het wachten blijft op concrete maatregelen. Er ligt sinds vorige week weliswaar een ontwerpakkoord maar dit moet opnieuw worden doorgerekend. Ondertussen laat de politieke besluitvorming om de veelbesproken energietransitie vorm te geven opnieuw op zich wachten. Het draagt allerminst bij aan het gevoel voor urgentie dat hoort bij het vinden van draagvlak voor ingrijpende maatregelen.

Ondertussen is het vanuit de coalitiefracties VVD, CDA, D66 en ChristenUnie vooral stil. Als er al iets voelbaar is, is het de rem. Maar in een tijdsgewricht waar zoveel vaste waarden en zekerheden in geding zijn, is het geven van richting wel zo gewenst. Ook dat is de taak van een politieke partij. De extremen menen de gemakkelijke oplossing in petto te hebben. Des te meer reden om het speelveld niet volledig aan hen over te laten.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.