Nieuw verdrag is antwoord op Trumps handelsoorlog

CPTPP Elf landen rondom de Stille Oceaan presenteren zondag een groot vrijhandelsverdrag. De VS doen niet mee.

Elf landen aan beide kanten van de Stille Oceaan hebben afspraken gemaakt om onderlinge handel makkelijker te maken
Elf landen aan beide kanten van de Stille Oceaan hebben afspraken gemaakt om onderlinge handel makkelijker te maken Foto iStock

Wijnboeren uit Nieuw-Zeeland exporteren hun wijn goedkoper naar Japan. Canada brengt het importtarief voor Japanse auto’s naar nul. En producenten die shirts en schoenen in Vietnam laten maken, kunnen die ook voordeliger exporteren.

Op zondag 30 december gaat het handelsverdrag CPTPP in, het Comprehensive and Progressive Agreement for Trans-Pacific Partnership. Elf landen aan beide kanten van de Stille Oceaan hebben afspraken gemaakt om onderlinge handel makkelijker te maken: Australië, Brunei, Japan, Maleisië, Nieuw-Zeeland, Singapore, Vietnam en aan de overkant Canada, Chili, Mexico en Peru. De afspraken liggen vast in een document van bijna 600 pagina’s.

Het verdrag kreeg vooral aandacht toen Donald Trump de Verenigde Staten in zijn eerste week als president terugtrok uit de onderhandelingen, in januari 2017. Hij noemde TPP, zoals het toen nog heette, „het grootste gevaar tot nu toe” voor Amerika.

De andere elf landen gaven niet op. Zij presenteren nu hun verdrag als hét antwoord op de handelsoorlog tussen de VS en China, als geluid tegen protectionisme en voor samenwerking.

De Aziatische benadering – vooral Japan nam de leiding – valt op omdat het de chique weg is, schrijven twee analisten van de Amerikaanse denktank Peterson Institute. „Ze beantwoordt conflict met samenwerking.” Dat zal deelnemende landen plus „de wereld als geheel” voordeel opleveren.

Lees hier waarom Trump uit het handelsverdrag stapte

Volgens het Peterson Institute valt het nationaal inkomen van de deelnemers aan het CPTPP in 2030 157 miljard dollar hoger uit dan zonder het verdrag. De elf landen die nu meedoen, zijn samen goed voor 13,5 procent van de wereldhandel. Vanaf dag één van het verdrag gaan voor 90 procent van de importtarieven verlagingen in en de landen bouwen de meeste tarieven de komende jaren af tot nul.

De afspraken uit het verdrag zijn breed en tegelijk vrij precies. Bijna alle sectoren vallen eronder, alleen voor landbouw zijn uitzonderingen gemaakt omdat die tak in veel landen gevoelig ligt. Denk aan de rijstproductie. Om voor de lagere tarieven in aanmerking te komen, moeten bedrijven ook aan voorwaarden voldoen over arbeidsomstandigheden. Dat zal vooral voor landen als Peru en Vietnam nog aanpassing vergen, maar als het lukt, is vooral Vietnam één van de landen die het meeste profiteert.

Zeven van de elf landen hebben het verdrag nu geratificeerd en de verwachting is dat de rest snel volgt. En geheel in stijl, als geluid tegen het protectionisme, stellen de landen nadrukkelijk dat iedereen mag meedoen. Ze hebben een „gezamenlijke visie dat het CPTPP open staat voor anderen, als die kunnen voldoen aan de hoge standaard”, schrijft het Australische ministerie van Buitenlandse Zaken in een verklaring.

Thailand, Indonesië en Zuid-Korea hebben al interesse getoond, net als Colombia en Costa Rica. Toetreding van de VS zou óók nog kunnen – een paar maanden nadat Trump de VS had teruggetrokken, zei hij ineens dat hij dat besluit mogelijk heroverweegt. Zelfs het Verenigd Koninkrijk, geografisch toch wat uit de richting, zou na de Brexit interesse hebben om toe te treden. De Japanse premier Shinzo Abe zei meteen dat ze de Britten „met open armen” zouden verwelkomen.

Correctie (28-12-2018): in een eerdere versie van dit artikel stond in de opsomming van deelnemende landen Canada twee keer vermeld. Vietnam was juist weggelaten. Dit is aangepast.