Loon of pensioen: vrijwel iedereen gaat er op vooruit

Koopkracht Al worden de boodschappen duurder, iedereen gaat er volgens de prognoses op vooruit in 2019. Dankzij hogere lonen en lagere inkomstenbelasting.

Boodschappen worden duurder, onder meer door de verhoging van de btw. Maar de inkomstenbelasting daalt.
Boodschappen worden duurder, onder meer door de verhoging van de btw. Maar de inkomstenbelasting daalt. Foto ANP/Robin Utrecht

Wie dit jaar voor het eerst boodschappen doet of de energierekening bekijkt, zou het misschien niet zeggen. Toch ziet het ernaar uit dat 96 procent van de huishoudens er dit jaar per saldo op vooruitgaat, omdat de inkomsten harder stijgen dan de vaste lasten. Een doorsnee huishouden gaat er 1,6 procent op vooruit, becijferde het ministerie van Sociale Zaken in december.

Wat betekenen alle veranderingen dit jaar voor het loonstrookje en de koopkracht? Een overzicht per groep.

Werkenden

Zelfs werknemers die dit jaar geen loonsverhoging krijgen, zien hun nettoloon stijgen. Dat komt door de lagere inkomstenbelasting: iedereen heeft baat bij de hogere heffingskortingen. Het meest profiteren de mensen met een modaal inkomen (2.100 euro netto per maand). Hun nettoloon valt 2,5 procent hoger uit. Een twee keer modaal loon stijgt met 1,7 procent en drie keer modaal met 0,7 procent.

Daar komen de loonafspraken in bedrijven en sectoren nog bovenop. Het Centraal Planbureau verwacht dit jaar een gemiddelde ‘structurele’ loongroei van 2,8 procent – individuele loonsverhogingen niet meegerekend.

Er zijn dus genoeg plussen om de verwachte prijsstijging van 2,4 procent op te vangen. Een groot deel van die prijsstijging (1 procentpunt) wordt veroorzaakt door de hogere btw- en energiekosten.

Wat betekent dit voor de koopkracht van een alleenstaande met een modaal inkomen zonder kinderen? Die kan 2,1 procent méér kopen dan vorig jaar.

Lees ook de kanttekeningen bij koopkrachtprognoses: In een economie die snel verandert, is koopkracht onzeker

Belangrijke kanttekening: de ramingen houden geen rekening met persoonlijke omstandigheden zoals een echtscheiding, verhuizing of nieuwe baan – ook al hebben die grote invloed op je koopkracht.

Kinderen

Ook wie kinderen heeft, gaat erop vooruit. De kinderbijslag stijgt met ongeveer 20 euro (afhankelijk van de leeftijd van het kind). De prijzen voor de kinderopvang zijn verhoogd in verband met strengere kwaliteitseisen. Maar de toeslagen gaan ook omhoog voor kinderopvang, buitenschoolse opvang en opvang bij een gastouder.

De kinderopvangtoeslag stijgt het hardst voor de lage inkomens. Een voorbeeld: ouders die samen 20.000 euro verdienen en één kind drie dagen per week (11 uur per dag) naar de kinderopvang sturen, zien hun toeslag stijgen van zo’n 12.000 naar 13.200 euro, berekende de Consumentenbond.

Gepensioneerden

Er zijn maar weinig pensioenfondsen die de aanvullende pensioenen mogen laten meestijgen met de inflatie. Toch lijkt de koopkracht van veruit de meeste gepensioneerden te gaan stijgen.

De AOW-uitkering wordt wél verhoogd. Daar komt bij dat gepensioneerden net als werkenden profiteren van de lagere inkomstenbelasting. Die werkt direct door in de uitkering. Voor gepensioneerden is er nog een extra belastingvoordeel: de ouderenkorting gaat met zo’n 180 euro omhoog naar maximaal 1.600 euro.

Het grootste belastingvoordeel is er voor wie een groot aanvullend pensioen heeft. De ouderenkorting valt niet langer abrupt weg zodra je inkomen een bovengrens bereikt. De korting wordt nu geleidelijk afgebouwd. Huishoudens die jaarlijks (samen of alleen) 30.000 euro aanvullend pensioen krijgen, zien een koopkrachtstijging van 2,9 procent.

Huishoudens die leven van één of twee AOW-uitkeringen, gaan er ongeveer 1 procent op vooruit, net als huishoudens met een aanvullend pensioen van 10.000 euro.

Uitkeringsgerechtigden

De meeste uitkeringen worden verhoogd, omdat ze zijn gekoppeld aan het minimumloon – en dat stijgt mee met de gemiddelde loonontwikkeling. Uitkeringsgerechtigden hebben ook baat bij de lagere inkomstenbelasting. Alleenstaanden met een minimumuitkering zoals de bijstand gaan er al met al 1 procent op vooruit. Een stel met kinderen zelfs, mede dankzij de inkomensafhankelijke kindtoeslagen, 1,7 procent.