Recensie

Recensie Boeken

Hoe een naïeveling/goedzak ten onder gaat aan zijn vrouw/zichzelf

RecensieEen vader en zijn dochter is een variatie op een typisch Emmanuel Bove-thema: hoe een naïeve goedzak ten onder gaat aan de hebzucht van een egoïstische echtgenote en het gedrag van een vrijgevochten dochter.

Een vergeten Franse schrijver, een groot stilist, observator van de middelmaat, ten onrechte verdwenen in de plooien van de literatuurgeschiedenis – het zijn de eerste associaties met het oeuvre van Emmanuel Bove (1898-1945). Toch was het Colette die hem ontdekte, werd hij aanbevolen door Beckett, wilde Rilke persoonlijk met hem kennismaken en vertaalde Peter Handke zijn werk in het Duits. Tegenwoordig behoort Houellebecq tot zijn bewonderaars.

In Frankrijk wordt Boves werk regelmatig herdrukt. Om de paar jaar verschijnen er ook in Nederland nieuwe vertalingen, doorgaans van de geoefende hand van Mirjam de Veth. De mythe van Bove is kortom dat het lijkt of hij in de vergetelheid is geraakt, terwijl hij in werkelijkheid de minst vergeten onder de vergetenen is.

Onlangs verscheen Een vader en zijn dochter (1928). De kleine roman is een variatie op een typisch Bove-thema: hoe een naïeve goedzak ten onder gaat aan de hebzucht van een egoïstische echtgenote en het gedrag van een vrijgevochten dochter. Of: hoe een middelmatige man zonder empathie, die niets van de wereld begrijpt, door zijn eigen domheid zijn vrouw en dochter definitief van zich verwijdert. De eerste interpretatie sluit aan bij de gangbare denkbeelden van bijna een eeuw geleden; de tweede lijkt meer van deze tijd.

Dronkenlap

Hoofdpersoon Jean-Antoine About (‘je suis à bout’ betekent ‘ik ben op’), dronkenlap en schuinsmarcheerder van 64 jaar, krijgt een telegram van zijn dochter: ze is ziek en kondigt aan dat ze terugkomt naar huis. In zijn hoofd, ‘waar al een paar jaar niets gebeurde’, strijden vreugde en hardvochtigheid om voorrang. Lijdt ze aan ‘een schandelijke ziekte, die hij het meest voor haar gevreesd had’?

Dertig jaar geleden trouwde hij met een knap plattelandsmeisje, niet uit liefde maar omdat ‘hij het wel prettig zou vinden om een jong meisje te vormen van wie hij vermoedde dat ze beter ontwikkeld was dan hij’. In die ene paternalistische, ambiguë zin ligt het failliet van het huwelijk al beschoren.

About, zoon van een boer die zich opwerkte van ‘magazijnknecht in dienst bij de spoorwegen’ tot medewerker van ‘de afdeling gevonden voorwerpen’, start een op den duur goedlopende kapperszaak, waar de hogere klassen zich laten knippen. Van een tweekamerwoning verhuist het gezin naar een vijfkamerappartement in een chique buurt.

Slaafse middelmatigheid

Maar van het ‘vormen’ en opvoeden van zijn vrouw is het niet gekomen, zijn slaafse middelmatigheid deed haar alleen maar snakken naar een groots en meeslepend leven buitenshuis. Zijn dochter schaamt zich voor haar vader ‘zonder dat ze zelf begrijpt waarom’. Op een dag rent ze op straat weg van hem: hij realiseert zich dat ze niet in zijn gezelschap gezien wil worden. ‘Hij werd overspoeld door een intense treurigheid’, schrijft Bove, maar ‘hij aanvaardde zijn lot met een schrijnende berusting’. About als antiheld, het archetype van een loser, aan het eind van zijn latijn. Niemand is in staat gebleken die wereldvreemde, zelfgenoegzame About een beetje te vormen.

Stap voor stap voert Bove ons mee in de geest van een man die elk houvast kwijt is. Ontspoord in zijn paranoia, afgetakeld door de drank wentelt hij zich in zelfmedelijden. Anders dan naar zijn schepper, zal er naar hem geen haan meer kraaien.