Recensie

Recensie Theater

Existentiële onmacht wordt tastbaar in ‘Eg er vinden’

Theater De nieuwe voorstelling van Maatschappij Discordia en Tg. Stan is zo bescheiden dat hij haast voor je ogen in het niets oplost. De ingetogen vorm sluit goed aan bij de inhoud.

Damiaan De Schrijver en Matthias de Koning in een extreem onopgesmukte voorstelling: ‘Eg er vinden’.
Damiaan De Schrijver en Matthias de Koning in een extreem onopgesmukte voorstelling: ‘Eg er vinden’. Foto Tim Wouters

De twee mannen (gespeeld door Damiaan De Schrijver en Matthias de Koning) zitten naast elkaar op een stoel. Ze zijn identiek in zwart gekleed. De een heeft geen sokken aan en de ander wel. Er staan wat flesjes water en blikken bier tussen hen in. Het blijft lang stil voordat iemand het woord neemt en zelfs als er een gesprek begint komen de mannen nauwelijks van hun plaats.

De twee vrienden in Eg er vinden (naar een tekst van Jon Fosse, voor het eerst naar het Nederlands vertaald door Maaike van Rijn) maken een boottochtje. Terwijl de een (De Schrijver) steeds contact probeert te maken met zijn reisgenoot, zakt de ander (De Koning) steeds verder weg in duistere overpeinzingen. Loepzuiver vangt de tekst een gevoel van wegdrijven, het verloren gaan van een vriendschap, van contact, van de wil om verder te leven.

De extreem onopgesmukte vorm die de makers aan de tekst hebben gegeven past uitstekend bij het thema. Het ingetogen spel van de anders zo explosieve De Schrijver geeft sterk zijn vertwijfeling weer. De Koning zet juist zijn kenmerkende zoekende, bijna verstrooide spel nog extra aan, waardoor de dolende kwetsbaarheid van zijn personage tastbaar wordt. De chemie tussen de acteurs, die elkaar al decennialang van tegenspel voorzien, zorgt ervoor dat ook de vriendschap tussen de twee mannen gelaagd voelt.

Vanwege de elliptische vorm en het bewuste gebrek aan dynamiek blijft de inhoudelijke reikwijdte van Eg er vinden bescheiden – het is niets meer en niets minder dan een onderdompeling in een bepaalde staat van zijn. De existentiële onmacht die in het stuk centraal staat wordt echter buitengewoon tastbaar: dankzij de onnadrukkelijkheid van de voorstelling glipt het geheel als zand tussen je vingers door, en blijft er alleen een gevoel van ongrijpbaar verlies achter.