Eerst de wereldtitel dammen, dan weer aan de studie

Profiel Roel Boomstra Hij werd in 2016 ’s werelds beste dammer, maar zijn nieuwe status viel Roel Boomstra (25) zwaar. Als hij een partijtje squash verloor, was ineens ‘de wereldkampioen’ verslagen. Nu is hij weer in topvorm en wil hij zijn wereldtitel terug.

Dammer Roel Boomstra in 2016, het jaar dat hij wereldkampioen werd in een tweekamp tegen landgenoot Jan Groenendijk.
Dammer Roel Boomstra in 2016, het jaar dat hij wereldkampioen werd in een tweekamp tegen landgenoot Jan Groenendijk. Foto Corné Sparidaens/HH

Wie niet beter weet, ziet in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, op de borrel na de persconferentie voor de WK-tweekamp dammen, een doorsnee student. Ontspannen lachend, gekleed in een zwart pak met een rode stropdas, en in zijn hand een wijnglas – gevuld met water. Maar Roel Boomstra (25) is niet zomaar een natuurkundestudent. Waar veel jochies dromen van een toekomst als profvoetballer, wilde hij als kind de beste dammer ter wereld worden.

Zijn vader nam hem als zevenjarige mee naar een schaakclub in Soest. „Ik leerde wat een paard kon, terwijl ik al wist wat rokeren was. Toen ben ik maar op dammen gegaan”, zei hij eerder tegen NRC. De plaatselijke slijter had zijn vader op de damclub gewezen.

Boomstra is jarenlang betiteld als hét Nederlandse damtalent, maar hij ziet zichzelf inmiddels als „de eerste van de nieuwe generatie”. Hij won de wereldtitel dammen in december 2016, maar tijdens de tweekamp tegen de Russische grootmeester Alexander Schwarzman (51) zal pas blijken of hij de dominantie van de „oude Russen” – die sinds 1984 slechts twee keer de wereldtitel misliepen – definitief een halt kan toe roepen. „Dit kan de grote doorbraak zijn, het zal nieuwe talenten enorm helpen om te laten zien dat het kan”, zegt Boomstra, uitdager van de viervoudige, regerend wereldkampioen. „Dit is zoals ik het altijd voor me heb gezien: een van de grote Russen tegen de nieuwe lichting uit Nederland.”

Twee jaar terug bleef de verwachte generatieclash uit. Toen werd Boomstra wereldkampioen in een tweekamp tegen landgenoot Jan Groenendijk (nu 20). Het leverde hem een nieuwe status op en zorgde voor „een bijzondere periode”, zegt Wouter Sipma (25), een goede vriend en net als twee jaar terug secondant van Boomstra. Hij liet niet meer zijn eigen spel zien, maar ging „rare dingen doen”. In het jaar na de wereldtitel eindigde Boomstra bij geen een toernooi met partijen van twee uur bedenktijd op het podium. En als titelverdediger werd hij in oktober 2017 in de voorronde van het WK onttroond.

Enorm verrast

Boomstra werd enorm verrast hoe de wereld om hem heen veranderde. Als hij een potje squash verloor, was ineens ‘de wereldkampioen’ verslagen. „Daar was ik gewoon niet op voorbereid”, zegt Boomstra. „Er veranderde zoveel om me heen.” Het kostte tijd om aan de situatie te wennen, en daar ging het mis. Na de inspannende WK-tweekamp ging Boomstra van huldiging naar huldiging, en in plaats van zich weer rustig op te laden, zat Boomstra twee en een halve maand na zijn wereldtitel alweer achter het bord en pakte hij tegelijkertijd ook zijn studie weer op. „Die break was te kort. Absoluut”, geeft bondscoach Rob Clerc (63) toe. „Er was te weinig aandacht voor wat er na de wereldtitel zou komen.”

Het werd hem allemaal even te veel, zoals hem al eerder overkwam. In 2012 was hij overtraind en nam hij een halfjaar rust. Destijds was hij het plezier in dammen echt kwijt. Dat was niet het geval in de herfst van 2017, toen hij eindelijk rust pakte. Toen wist hij: even een pauze en dan komt alles weer goed. „Dat had ik veel eerder moeten doen”, zegt Boomstra. „In principe is het mijn kracht dat ik altijd bezig ben, altijd weer beter wil worden. Maar ik moet daar dus een beetje mee oppassen.”

„Voordat hij wereldkampioen was speelde hij veel sterker dan toen hij zijn doel had bereikt”, zegt Clerc. „Dat is heel vreemd.” Sipma stelt dat Boomstra zichzelf niet meer was in de partijen. Hij maakt een vergelijking met sprintster Dafne Schippers, die ook „na een superjaar een terugval had”. Sipma wil maar zeggen, zo’n nieuwe status is „gewoon heel moeilijk”, ook in andere sporten. „Ze zouden een keer een praatgroep moeten organiseren voor sporters die wereldkampioen zijn geworden. Om elkaar te helpen.”

Lees ook: Wereldkampioen met zeldzame dominantie

Na het verlies van de wereldtitel nam Boomstra dus vrijaf als dammer. Hij maakte vorderingen met zijn studie en pakte het spel pas in april van dit jaar weer op. Hij werd „boven verwachting” meteen tweede tijdens het Nederlands kampioenschap. Het was een van de weinige toernooien die hij dit jaar speelde.

Boomstra verdeelt zijn studie en het dammen tegenwoordig in blokken, vanaf de zomer is hij fulltime in voorbereiding op de WK-tweekamp tegen Schwarzman. De Rus was ooit heel even zijn trainer maar al snel bleek dat de twee heel andere personen zijn. „Hij wilde het zichzelf gemakkelijk maken. Hij verwachtte van mij als dertienjarige dat ik de training zou voorbereiden.” Schwarzman wil niet veel over kwijt over de samenwerking, maar benadrukt dat het eenmalig was omdat Boomstra’s trainer afwezig was.

Jager en verdediger

Dat de tweekamp spannend gaat worden, daar is iedereen het over eens. „In principe is de wereldkampioen altijd favoriet”, zegt Boomstra. Juist dat gegeven biedt volgens Clerc perspectief. „Het is makkelijker om ergens op te jagen dan iets te verdedigen.”

In de damsport zijn de verschillen in de wereldtop heel erg klein. Een tweekamp vindt Schwarzman gevaarlijker dan een toernooi, Boomstra spreekt het een-tegen-een-gevecht juist aan. Want als daarin een van de twaalf partijen verloren gaat, dan is er nog niets aan de hand. „Zelfs als je achterstaat, ligt er druk bij de tegenstander. Je weet dat er nog een lange weg te gaan is.”

Mocht Boomstra voor een tweede keer wereldkampioen worden, dan staat in elk geval vast dat hij een langere break zal nemen. Een voltijds studieblok staat op de planning. „Het moet ook een keer af”, zegt hij lachend. Boomstra begon in 2010 met zijn studie aan de Rijksuniversiteit Groningen, en de afronding van zijn master kost zeker nog een jaar.

Wat hij na zijn studie gaat doen, ligt nog open. „Ik zie het niet voor me dat ik op mijn vijftigste nog steeds om de wereldtitel speel.” Kiezen voor een fulltime bestaan als dammer, brengt veel onzekerheid met zich mee. „Het is keihard. Het moment dat je buiten de top acht van de wereld valt, heb je geen inkomsten meer.”

Maar dammen zal altijd onderdeel blijven van Boomstra’s leven. Daarvoor vindt hij het spel te leuk. „Als ik niet bezig ben met dammen, dan ben ik nog steeds op de hoogte van de laatste partijen die zijn gespeeld.” Volgens Clerc is Boomstra verslaafd aan dammen. „Als hij zegt dat hij op een dag niks gedaan heeft, heeft hij wel drie, vier uur getraind.”