‘Echte liefhebbers’ denken het hele jaar aan hun vuurwerk

Oud & Nieuw Vuurwerkliefhebbers zoeken elkaar online op om ervaringen en voorpret te delen. Ze vinden elkaar ook uit onvrede over de aandacht voor een vuurwerkverbod, en om een tegengeluid te mobiliseren. „Mijn vuurwerk, dat steek ík af.”

Bij Verbakel Vuurwerk in Pijnacker is men druk bezig om de winkel en de vuurwerkbunker gereed te maken voor de start van de vuurwerkverkoop die dit jaar begint op vrijdag 28 december.
Bij Verbakel Vuurwerk in Pijnacker is men druk bezig om de winkel en de vuurwerkbunker gereed te maken voor de start van de vuurwerkverkoop die dit jaar begint op vrijdag 28 december. Foto Lex van Lieshout/Hollandse Hoogte

Er is een periode dat Rob Snijders (38) minder aan vuurwerk denkt. Eind januari zwakt zijn aandacht af. Alle filmpjes die anderen tijdens de jaarwisseling maakten heeft hij dan bekeken, en nog een keer. De uitverkoop is afgelopen, de eerste bestellingen zijn geplaatst. „Dan ga je met andere dingen aan de gang.”

Toch zegt hij: een „echte liefhebber” is het hele jaar bezig. Die denkt in februari al na over wat hij elf maanden later gaat afsteken, op welk moment, in welke volgorde. Die kijkt meerdere keren per week of er iets nieuws te bestellen is, bezoekt demonstraties, die rijdt het halve land af om pakketten op te halen. Echte liefhebbers, zegt Snijders, „zijn net zo gek als ik”.

Deze liefhebbers hebben ook het gevoel in de hoek te zitten waar klappen vallen. De roep om een verbod op consumentenvuurwerk klinkt de afgelopen jaren steeds luider. Een ruime meerderheid (63 procent) van de Nederlanders is voor een verbod op knalvuurwerk, blijkt uit een peiling van I&O Research. Een advies van de Onderzoeksraad voor Veiligheid over het inperken van vuurwerk besloot het kabinet niet over te nemen.

Liefhebbers zoeken elkaar online op, om ervaringen en voorpret te delen. Maar óók uit onvrede over de toenemende aandacht voor een knalverbod en om een tegengeluid te mobiliseren. In de cultuurstrijd die de discussie over vuurwerk dreigt te worden, vrezen ze onvoldoende gehoord te worden.

Lees ook de mening van onze lezers over het vuurwerkdebat: Afkeer en nostalgie hand in hand in vuurwerkdebat

Anti-vuurwerkverbod: 27.000 likes

Ron Brinkman (31) uit Groenlo begon de de Facebookpagina Anti-vuurwerkverbod, met inmiddels meer dan 27.000 likes. In zijn eigen omgeving hoort hij eigenlijk nooit voorstanders van een vuurwerkverbod. En ook de peilingen vertrouwt hij niet. Een verbod, daarvoor kiezen mensen alleen als de optie van het aanpakken van illegaal vuurwerk of betere handhaving niet worden aangeboden, denkt hij.

Rob Snijders richtte onlangs de website Vuurwerkfederatie.nl op. Slagzin: ‘Tijd om weer normaal te gaan doen samen’. Liefhebbers worden geattendeerd op onlinepolls, om enthousiast tegen een verbod te stemmen. Ook richtte Snijders een meldpunt in, om te kunnen aangeven dat je géén overlast van vuurwerk ervaart.

„Dit gaat veel verder dan vuurwerk”, zegt Brinkman, die een vergelijking trekt met de discussie over Zwarte Piet. „We houden in Nederland tegenwoordig veel te veel rekening met een kleine groep met een uitgesproken mening. Omdat het niet in hun wereld past, moet het verboden.”

Van links naar rechts: Pim Vriens (Enschede), Ron Brinkman (Groenlo), Rob Snijders (Harbrinkhoek, Twente). Alle drie zijn ze actief in Facebookgroep tegen vuurwerkverbod.

Foto’s Eric Brinkhorst

Net als andere liefhebbers benadrukt hij: je houdt je aan de „steeds strengere” regels, overlast probeer je te voorkomen en illegaal vuurwerk moet worden aangepakt. Maar pijlen, rotjes, cakes en firecrackers: die hóren bij Oud en Nieuw. Zodra het mag, 31 december om 18.00 uur, trekt Brinkman de wijk in, „rugtasje om”. En dan? Rotjes afsteken. „Je komt elkaar tegen. Beetje kletsen, veel samenhorigheid.” Hij denkt even na. „Ja, nostalgie is het ook. Vroeger deed je het net zo.” Later op de avond volgt het grotere siervuurwerk. En na twaalven het mooiste. „Wij hebben nooit zo’n haast. Je kijkt eens om je heen, je wil er vooral van genieten.” Een paar honderd euro steekt hij er jaarlijks in.

De kick omschrijven, dat is nog niet zo makkelijk. „Het is die ontlading”, zegt Snijders. „Je moet op afstand staan, anders krijg je een zere nek. Maar dan is het genieten. Die kleuren. Die knallen.”

Brinkman: „Het gevoel van het lontje aansteken. En dan zie je die boeketten knallen. Je wordt er blij van.”

Acht uurtjes

Andere mensen gaan op vakantie of kopen dure spullen. Maar Pim Vriens (22), student communicatie in Enschede en moderator van de groep Anti-vuurwerkverbod, spaart maandelijks 15 euro, zodat hij in december een flink bedrag heeft. „Het is het hele proces”, zegt hij. „Je kijkt het hele jaar filmpjes en foto’s. En dat het dan in het echt ook echt zo mooi is!”

Brinkman: „Naast elkaar staan, samen omhoog kijken.”

Vriens: „En wegrennen, ja, dat is ook onderdeel van de lol.”

Een centrale vuurwerkshow, waarvoor sommige gemeenten pleitten, is geen vervanging. Brinkman: „Zo’n professionele show is zo gelikt. Massaal. Het kleinschalige, met vrienden en kennissen, dat je het samen inluidt. Mijn vuurwerk, dat steek ík af.”

Snijders: „Wat je ziet, hoort bij jou. Die acht uurtjes, die ene dag, dat is gewoon voor ons.” Vriens: „Je hebt zelf de effecten in de hand, dat is zo mooi.”

Snijders, uit het Twenste Harbrinkshoek: „Hier zijn we toleranter dan in de Randstad. Ik weet dat er één iemand hier in de straat een hekel aan heeft. Dan gaan we gewoon 60 meter verderop staan. Dat kan je toch onderling met elkaar regelen?”

Als het aantoonbaar minder overlast oplevert, zegt Vriens, dan vindt hij vuurwerkvrije zones prima. „Maar sommige gemeenten slaan door. Dan denk ik: ga met buren in gesprek, Ik vind dat iedereen wat toleranter moet worden.”

Snijders: „Het liefst zou ik de vuurwerkbril willen verplichten. Als dat een trend wordt, zal je zien dat er veel minder ongelukken gebeuren. Dat verandert de discussie.”

Typische enthousiastelingen en vind je in alle soorten, zeggen ze. Brinkman: „Vuurwerk is geen product dat past bij een bepaalde groep van de samenleving.”

Snijders: „Je hebt ze in het oosten van het land, maar net zo goed in de Randstad.”

Uitsluitend mannen

Maar, geven ze toe: het zijn eigenlijk uitsluitend mannen. Hoe dat komt? „Misschien is het hetzelfde als bij snelle auto’s”, denkt Snijders. „De spanning, de kick.” Vriens: „Vuurwerk heeft iets competitiefs. Dat zie je meer bij mannen.” Brinkman: „Vrouwen zitten misschien liever met een wijntje en een oliebol op de bank, dan buiten in de kou.”

Van gevaar is hij helemaal niet, zegt Snijders. „Ik heb een hele saaie baan, in de IT.” Ook zijn andere grote hobby, vissen, is een stuk minder enerverend. „Al kan het moment dat je beet hebt ook heel spannend zijn.”

Vriens: „Mijn andere hobby zijn grote domino’s, in de zomer. Ergens lijkt het daar wel op, je bedenkt dingen, ontwerpt het, zet het neer. Dan gooi je het om. Dat is zó’n kick.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.