Eastermar, Friesland. De meeste inwoners zijn geboren in de omgeving.

Foto Kees van de Veen

Het Friese dorp Eastermar een jaar na de postcodekanjer

Eastermar In januari viel de postcodekanjer van 53,9 miljoen in het Friese dorp Eastermar. Sommigen werden rijk, anderen kregen niets.

De truck van de Postcode Loterij bereikt zijn bestemming als de zon al onder is. 53,9 miljoen, staat in gouden letters op de zijkant, verlicht door tientallen gele lampjes. Op de eerste dag van 2018, even na vijven, houdt de truck sissend halt op It Breed, het centrale plein van het Friese Eastermar.

Eddy Westra is de eerste dorpsbewoner die weet wat er te gebeuren staat. Hij wordt gebeld door de Postcode Loterij, of hij zijn herberg tegen betaling wil dichtgooien. Herbergh de Parel ligt ook aan het driehoekige plein, de loterij wil het restaurant ombouwen tot tijdelijke televisiestudio voor hun talkshow Koffietijd. Kerst was druk, Westra heeft zijn personeel op vakantie gestuurd. Zijn vrouw is zwanger van hun eerste kind, ze is over drie dagen uitgerekend. Hij zegt ja.

Gosse Koopmans woont langs een grachtje met knotwilgen, op zo’n honderd meter van It Breed. De kunstschilder voelt zich „ongelofelijk beroerd” die dag. Griep. Het is rumoerig buiten. Gosse staat op van de bank, trekt de gordijnen open. Een „waaier van licht” valt binnen.

De secretaresse van de burgemeester neemt altijd op als haar baas belt, ook op skivakantie in Oostenrijk. Vanuit haar hotelkamer kijkt ze uit op de piste, zelf heeft ze nog nauwelijks „op de latten” gestaan. Zodra ze van de vrachtwagen hoort, boekt ze een vliegticket naar huis.

De vier oprichters van de Nationale Postcode Loterij overwogen dertig jaar geleden een loterij op basis van nummerborden of persoonsnummers – maar die bleken mensen niet uit hun hoofd te kennen. Ook het telefoonnummer werd genoemd als optie, maar dat bleek niet haalbaar omdat nog niet alle telefoonlijnen waren gedigitaliseerd. De postcode bleek om nog een reden een slim concept: als je niet meespeelt, kun je toch het gevoel krijgen dat je verloren hebt.

Nieuwjaar is de belangrijkste trekking voor de Postcode Loterij. Voor de nieuwjaarstrekking worden vier miljoen loten verkocht aan bijna drie miljoen mensen – bijna een kwart van alle mensen die mee mogen spelen, omdat ze ouder dan achttien jaar zijn.

Op It Breed zijn cameraploegen opgesteld om de opwinding van toestromende bewoners vast te leggen. In Eastermar hebben alle 1.500 inwoners dezelfde cijfers in hun postcode. Welk bedrag ze winnen is nog niet bekend; de waarde van één lot wordt over vier dagen bekend, op vrijdagavond. Er wordt druk gerekend. De slager heeft voor de Postcode Loterij wel eens Ben & Jerry’s uitgedeeld aan mensen met een lot. Had hij toen niet vierhonderd van die ijstonnetjes staan? Voorzichtig worden plannen gesmeed, alle loterijclichés komen voorbij. Een nieuwe keuken, een verre reis, trouwen, misschien een nieuwe auto of de hypotheek aflossen.

Deze maandagavond blijkt al welke postcode uit Eastermar – cijfers én letters – de Postcodekanjer wordt. De eigenaren van die postcode delen net als de wijkprijswinnaars bijna 27 miljoen met elkaar, de helft van 53,9 miljoen. Winnaars van de Postcodekanjer krijgen vaak een miljoenenbedrag op hun rekening bijgeschreven. In Nederland hebben gemiddeld zestien woningen exact dezelfde postcode.

Postcode Loterij-medewerker Bea Post die de winnaars begeleidt staat aan de rand van een industrieterrein. Ze belt aan bij de bewoners van een twee-onder-één-kap-woning. De winnende postcode wordt dit jaar gedeeld door slechts twee gezinnen: dat van een gepensioneerd stel en een jonger koppel. Presentator Martijn Krabbé valt met draaiende camera’s in zijn kielzog hun huis binnen. Ze winnen recordbedragen: 17,9 en 8,9 miljoen euro.

Niet alleen het hele dorp weet wie miljonair is geworden; héél Nederland ziet ze op televisie in polonaise door de tuin gaan. Om de lotenverkoop te stimuleren is een uithangbord nodig.

‘Jullie zijn graaiers’

Die nacht ligt Nynke de Jong (54) te woelen in bed. Regen slaat tegen het dak – het is al dagen slecht weer. Ze heeft twee loten, weet nog niet precies hoeveel geld ze gaat winnen maar wel dat ze misschien wel meer dan een ton bijgeschreven krijgt. Zij en haar man Anne Oosterdijk (57) hebben dat geld eigenlijk helemaal niet nodig. Nynke werkt 3,5 dag per week in een apotheek, Anne fulltime als afdelingsbegeleider op een sociale werkplaats. Ze gaan hier heus niet weg. Hun boerderij is uit 1908, een Frysk wâldhuske. Ze wonen er meer dan twintig jaar. Tegen zonsondergang staan er soms reeën in de wei, die achter de tuin begint en zich ver uitstrekt. Aan de voorkant ligt een zandpad, waar vroeger paard en wagen reden. Bezoek moet ze precies uitleggen waar het is; zelfs de modernste navigatiesystemen leiden je er niet naartoe.

De muren van de woonkamer zijn versierd met opgezette ‘verkeersslachtoffers’. Eén van de twee bunzingen hebben ze per ongeluk aangereden. De muskusrat lag dood langs de weg. Aan de nieuwste spullen of luxe hebben ze geen behoefte: liever hun houtkachel dan centrale verwarming. Nynke kan misschien een reis naar Spitsbergen gaan maken, maar dat zou ze toch al gaan doen.

Nynke de Jong (54) en haar man Anne Oosterdijk (57).Foto Kees van de Veen

Het dorp zou het loterijgeld wél goed kunnen gebruiken. De lindeboom op It Breed is laatst omgewaaid. En ze kent mensen met weinig geld. Wat als ze zonder gedoe een nieuwe stofzuiger zouden kunnen kopen? Anne had eens gezegd: als we ooit een miljoen winnen, gaan we dat delen. Al geeft elke winnaar uit het dorp maar honderd euro. Dat is dan misschien wel 40.000 euro. Het zal Eastermar veranderen.

In het Nederlands heet Eastermar Oostermeer, maar zo noemt niemand het. De meeste inwoners zijn geboren in deze omgeving van meren, weilanden en houtwallen. Fries is de voertaal in de supermarkt en bij de dokter. Het gemiddelde inkomen per inwoner is iets hoger dan 20.000 euro. Niet veel, in vergelijking met de rest van Nederland, waar het gemiddelde op bijna 24.000 euro ligt. Door de inwoners wordt het niet als een probleem gezien. Eastermarders laten zich erop voorstaan dat ze sober en zuinig leven.

Eddy Westra (33) kwam vijf jaar geleden in het dorp wonen. Hij kocht De Parel; een woonhuis, restaurant en elf hotelkamers. Vaste klanten zijn gasten die ‘op kost’ zitten. Arbeiders van de betonfabriek in de buurt. Lang reed hij in een Peugeot, al had hij liever een BMW. „Maar daar begin ik nog maar even niet aan”, zegt hij. Hij is bang dat mensen hem dan een opschepper vinden. De Parel had voordat Eddy er kwam een simpel menu: „Gehaktbal, schnitzel, saté.” Eddy heeft frisdrank van Fritzkola en een vegetarische curry op het menu gezet, dat wordt niet door iedereen gewaardeerd. Van zijn klantenkring komt een groot deel van buiten het dorp.

Westra woont middenin Eastermar, maar hij bekijkt het dorp met de blik van een buitenstaander. Hij groeide op in de buurt, in Oentsjerk, en kwam op zijn vijftiende voor het eerst in Eastermar, voor „een meisje”. Hij had verkering met Doutzen Kroes, samen met volksverhalen-verteller Dam Jaarsma de bekendste Eastermarder. Wie je in Eastermar ook spreekt, op een zeker moment laten ze haar naam vallen. Eddy, een jongensachtige man met achterovergekamd, zwart haar, was ook model. Op zijn 19de woonde hij een jaar in New York, daarna in Parijs en Milaan. Het verdiende geld maakte hij op aan reizen. Daarna specialiseerde hij zich in horeca en koken. De Parel kostte hem zijn relatie met een andere vrouw uit het dorp. „De eerste jaren zijn zo belangrijk, om een basis te leggen. Al mijn geld zit erin.”

Eddy Westra (33) en zijn gezin.Foto Kees van de Veen

Eastermar heeft een haven, die in de zomer boottoeristen op doortocht trekt. Bij mooi weer gaan zij eten op het terras van De Parel of als ze het iets goedkoper en eenvoudiger willen bij snackbar ’t Breed, ertegenover. Verderop is een buurtsuper, een uitzondering in een klein Fries dorp. De supermarkt weet zich staande te houden door de ondernemende eigenaar. Hij bezorgde al boodschappen op elke postcode in Friesland voordat Albert Heijn dat deed. Het bezorgsysteem wordt draaiende gehouden door gepensioneerde vrijwilligers. Omdat er geen directe busverbindingen zijn met dichtstbijzijnde steden Leeuwarden en Drachten, hebben vrijwel alle inwoners een auto.

Hoe begin je een fonds? Nynke de Jong heeft de burgemeester gebeld. Zou hij willen helpen? Jeroen Gebben, een VVD’er, noemt het een ‘superinitiatief’ en beschermheer wil hij best zijn, maar hij kan niets doen. „We gaan niet aan geld zitten van mensen, dat doet een overheid niet”, zegt hij.

Achter haar laptop op het kleine houten schrijversbureau, met uitzicht op de tuin en het weiland, typt Nynke een Facebook-bericht. Ze heeft een pagina aangemaakt voor het ‘Eastermarder Fonds’.

‘Beste prijswinnaars, hierbij is het initiatief gelanceerd om een fonds op te richten voor mensen die geen lot hadden maar het geld wel heel goed kunnen gebruiken. Als iedereen doneert, kunnen we daar iets leuks mee doen.’

„Jullie zijn graaiers”, schrijft een Facebook-gebruiker uit Dieren. Wat doet iemand uit Gelderland op een pagina over ons fonds, denkt Nynke. Niet veel later hangen de eerste journalisten aan de lijn. Zij zijn een stuk positiever. De meest gestelde vraag: even concreet, hoe gaan jullie het nou doen? AD-columnist Nynke de Jong schrijft een column over haar naamgenoot: „Wat zij heeft bedacht is zo slim en lief.” Ze stelt voor haar in het zonnetje te zetten. „Hulde aan haar en haar lieve medestanders. Dat er maar veel dorpsfeesten opgeleukt mogen worden door het geld van de Postcodeloterij.”

In het dorp komen nieuwjaarswensen op de tweede plaats. De eerste vraag is: had je een lot? Mensen zonder lot blijven die eerste dagen liever binnen, zegt Eddy Westra. Hij krijgt een stortvloed aan berichten, ook van mensen die hij jaren niet gesproken heeft. De telefoon gaat uit. Eddy constateert dat vooral ouderen winnen – zijn vrienden hadden geen lot, net als hij. Een jaar meespelen in de Postcode Loterij kost 189 euro. „De jeugd gaat dat niet doen, we maken al kosten genoeg.” De winkans bij de Postcode Loterij is één op zeven, berekende het AD een paar jaar geleden, het laagste van alle grote loterijen in Nederland. De kans op een miljoenenprijs bij de trekking in januari is nog veel kleiner: één op de 242.000. Economen noemen het kopen van loten ‘domheidsbelasting’.

In de eerste week van januari zijn zo’n 250 mensen van de loterij in het dorp aan het werk. Elke dag wordt een uitzending van Koffietijd gemaakt, en het feest rond de bekendmaking van de wijkprijs wordt voorbereid. De loterijmedewerkers slapen in het Van der Valk-hotel in Drachten. Eddy en zijn vrouw hebben er ook een suite aangeboden gekregen voor wat meer rust en ruimte. De Parel is elke dag afgeladen, de eettafels en stoelen staan opgestapeld in de gangen, voor de deur staat beveiliging. Maar Eddy ziet zijn vrouw niet in een Van der Valk bevallen, zegt hij. Ze blijven thuis.

Er zijn 273 winnaars, blijkt op vrijdagavond. Gaston, de kale man met de enthousiaste stem in een rood windjack, komt het podium op. „Laat de meter maar draaien!” Op het scherm verschijnen langzaamaan vijf cijfers. Het bedrag komt uit op maximaal 76.968 euro per lot.

Op televisie leek de uitreiking misschien een feest, zegt Eddy Westra. Maar voor hem voelde de sfeer op het plein gespannen. „De één wint, maar de ander verliest. Iedereen is alleen maar met geld bezig.” Het doet hem denken aan het nare gevoel dat een casino kan veroorzaken. „De winnaars gingen met opgeheven hoofd naar huis.” Een half uur na de uitreiking is het plein leeg. Het regent nog steeds onophoudelijk.

Vier dagen na het feest beginnen de weeën. Eddy’s zoon heet Louis.

Er rijden vreemde auto’s door het dorp. Postcode Loterij-toerisme. Ze worden gesignaleerd bij de winnende twee-onder-een-kapwoning en rijden langs De Parel, om te kijken waar Koffietijd werd opgenomen. Eddy ziet ze wijzen. Verder lijkt het geld die eerste weken weinig te veranderen.

Foto Kees van de Veen
Foto Kees van de Veen

Drie Tesla’s

Op een dinsdagavond in februari spreekt Nynke op het Goed Geld Gala van de Postcode Loterij. In theater Carré in Amsterdam wordt 357,5 miljoen euro uitgedeeld aan meer dan honderd goede doelen. Dat is de helft van de loterij-inleg, zoals voorgeschreven door de Nederlandse Kansspelwetgeving. „Goeie jûn allegearre”, begint ze. „Oftewel: Goedenavond allemaal.” Nynke draagt haar lange haar in een vlecht, zoals altijd. „Ik woon in het mooie Eastermar, dus eigenlijk zou ik deze avond het liefst in het Fries willen doen. Maar er waren niet genoeg oortjes voor de vertaling.” Nynke kijkt het publiek in. „And it would be a little confusing for mister DiCaprio. In één oor van Fries naar Nederlands, en in het andere van Nederlands naar Engels.” Leonardo DiCaprio lacht, hij zit op de eerste rij, naast Postcode Loterij-oprichter en directeur Boudewijn Poelmann. Nynke: „Ik heb het initiatief ontplooid om een fonds op te richten door en voor Eastermarders.” Anne, een grote man die van klussen houdt, zit ook in het publiek. Voor de gelegenheid draagt hij geen spijkerbroek, maar een pak.

Er zijn in Eastermar drie Tesla’s en een Mini Cooper bijgekomen, al wordt het loterijgeld vooral aan huizen besteed. Zonnepanelen op de daken, warmtepompen, er staan opvallend veel aannemersbusjes in de straten. In de supermarkt vertelt een klant dat ze voor een kliksysteem op de kastjes in haar nieuwe keuken heeft gekozen, in plaats van de geplande eenvoudige handvatten. Eetcafé ’t Breed op het plein krijgt een nieuwe gevel. Sinds een paar maanden staan er bij de wekelijkse bridge-ochtend in de kantine van Voetbalvereniging Eastermar zes elektrische fietsen voor de deur. Eén speler wordt sinds de loterij met ‘meneer’ aangesproken.

Foto Kees van de Veen
Foto Kees van de Veen

Nynke heeft in de apotheek een crème van 35 euro in haar handen als een collega haar aanspreekt. „Ja, die kun je nu wél betalen!” Ze legt de crème terug in het schap. Eddy Westra heeft de felblauwe BMW station gekocht die hij zo graag wilde, in de veronderstelling dat het in de nasleep van de loterij minder zou opvallen. Hem wordt gevraagd of hij toch een lot had.

In 2016 voerde de Postcode Loterij een onderzoek uit onder winnaars van 10.000 euro of meer. Bij 70 procent was het geluksgevoel niet toegenomen. Dat gold ook voor de winnaars van een miljoen euro of meer.

Geld maakt niet gelukkig. Het is zo vaak gezegd, dat we er amper nog aan twijfelen. „Geld heeft nog nooit iemand rijk gemaakt!”, schreef filosoof Seneca al in 65 na Christus. De Nijmeegse hoogleraar psychologie Ab Dijksterhuis bestudeerde voor zijn boek Maakt geld gelukkig? onderzoeken die naar het onderwerp zijn gedaan. Hij stuitte op een „ongemakkelijke waarheid”: geld maakt wel degelijk gelukkig.

Dit jaar nog ontdekten onderzoekers aan de universiteiten van Stockholm en New York dat het winnen van de loterij een positief effect heeft op iemands tevredenheid. Vlak na de winst is er onrust – waarschijnlijk zijn de loterijwinnaars uit het onderzoek van de Postcode Loterij daarom niet onverdeeld positief. Er moet veel worden geregeld: vaak een verhuizing, gedoe met de Belastingdienst. Maar na enkele jaren ervaren loterijwinnaars méér gemoedsrust en weten ze beter wat hen gelukkiger maakt.

Ook los van zo’n loterijprijs maakt een goed inkomen gelukkiger. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek blijkt dat van de armste Nederlanders 77,8 procent gelukkig is, terwijl van het rijkste deel 92,6 procent aangeeft gelukkig te zijn.

Inkomensverschillen kunnen het geluksgevoel wel temperen of doen dalen, schrijft Dijksterhuis. Wie ziet dat het bij de buren beter gaat, voelt zich slechter over zichzelf.

Kunstschilder Gosse Koopmans en zijn vrouw Sharon wonen in het huis van de in 1991 overleden volksverhalenverteller Dam Jaarsma. Jaarsma’s schrijfkamer doet nu dienst als woonkamer. In de muur van de woonkeuken, die wordt verwarmd door een gaskacheltje, is een porseleinen tegel verwerkt met daarop een geschilderd drinkgelag uit de 18de eeuw.

Gosse (60) is in een paar maanden tijd twaalf kilo afgevallen. Met Wildfit, een Amerikaans dieet waarbij je gekoppeld wordt aan een coach. „Voor een paar maanden meedoen betaal je minstens 500 euro.” Zijn blauwe ogen glinsteren onder borstelige wenkbrauwen. Op tafel staat een schaal met mandarijnen. „Sinds de Postcode Loterij kopen we alleen nog biologisch fruit.” Sharon Koopmans (50) zit naast Gosse aan tafel. Ze heeft een vrolijk gezicht en donkere, springerige haren. Haar baan in een hobbywinkel heeft ze in januari opgezegd. „Het eerste wat ik deed.” Nu werkt ze aan haar eigen praktijk, ze is „transformatiecoach voor vrouwen”.

Op 25 april om 14 uur – hij weet het nog precies – deed Gosse Koopmans zijn duurste aankoop tot dan toe: een bruine bestelbus van Nissan, die hij diezelfde week nog liet beplakken: ‘Artist on the road’. „20.000 euro, dat is voor ons een flink bedrag.” De vorige caddy was veertien jaar oud en ternauwernood door de keuring gekomen. Als kunstschilder zou hij waarschijnlijk nooit rijk worden, dat wist hij ook wel. In 1983 zat Gosse in Leeuwarden een gevangenisstraf van een paar dagen uit omdat hij zijn parkeerboetes niet had betaald. En nu ze 118.000 euro bijgeschreven hebben gekregen? Hij ademt diep in. „Er is nu meer lucht. Niet de hele tijd die kramp.” Hij vergelijkt het nieuws dat de loterij in het dorp viel met de keren dat hij hoorde dat de Elfstedentocht doorging. „Alsof je droomt.” Hij schaatste drie keer mee.

De auto, het dieet en het fruit: dat zijn nog maar de kleine dingen. „Wist je dat je als zelfstandige geen hypotheek meer kunt afsluiten als je na ’67 geboren bent?” Na de prijs kregen ze een telefoontje van de bank, ze waren er al eens op gesprek geweest. Nu kon het wel. In februari verhuizen ze naar Warfhuizen, een dorpje in Groningen. Het komt precies op tijd, zegt Gosse, want begin dit jaar zei de verhuurder dat hij zelf weer over het huis in Eastermar wil beschikken. In Warfhuizen nemen ze een theeschenkerij, een lijstenmakerij en een galerie over. Ze volgen een cursus lijsten maken. Gosse slaat enthousiast op de tafel. „We gaan een heel nieuw leven beginnen.”

Brainstormsessies

Anne en Nynke hebben dorpelingen uitgenodigd voor een gesprek in een zaaltje van de kerk. Twintig mensen melden zich. Anne en Nynke waren ervan uitgegaan dat zij met een deel van de inkomsten van het fonds armere dorpelingen zouden kunnen helpen, maar dat is zo gemakkelijk nog niet. De gemeente heeft de 21 Eastermarders in de bijstand een brief gestuurd: zij moeten het melden als ze een prijs hebben gewonnen en mogen niet zomaar giften aannemen, dan wordt het bedrag dat zij ontvangen gekort. En Nynke hoort, niet rechtstreeks maar via via, dat de diaconie moeite heeft met hun initiatief. De avond eindigt zonder concreet plan.

„Over hulp bieden moet je niet vergaderen”, zegt Atse Atsma (52), boer en lid van de kerkenraad. We staan in zijn koeienstal. Hij tikt met een raamwisser op een met vliegenstront bedekte kaart van de omgeving. „Hier vlakbij is het Bergumermeer”, zegt hij, „daar woonden de eerste Friezen.” Met 220 melkkoeien is zijn bedrijf één van de grootste van de omgeving.

Atse vindt het fonds een „loffelijk streven” maar heeft bedenkingen bij de vele publiciteit die het fonds heeft gekregen. Hulp geven, zegt hij, is een kunst die je met grote voorzichtigheid moet beoefenen. „De kerk heeft door schade en schande geleerd hoe je moet helpen. Zo gemakkelijk is dat niet.”

De maatschap Atsma investeert de laatste jaren veel in grond. Ze bezitten inmiddels 50 hectare en hebben 150 hectare in beheer. Sommige delen land gebruiken ze niet intensief, maar ze willen het achter de hand hebben, om te kunnen groeien of te ruilen met de provincie. Atsma praat graag, veel, en in tegeltjeswijsheden. „Met regels is niets geregeld”, zegt hij. En: „Kennis is macht, kennissen zijn machtiger.” Op een van hun stukken land hebben ze een fietspad aangelegd omdat de gemeente Tytsjerkstradiel dat daar graag wilde. „Als je je dienstbaar maakt, maak je je onmisbaar.” Mensen kunnen tussen de koeien door fietsen.

We zijn langsgekomen om over de loterij en de geldprijs van zijn vader Jan (77) te praten, maar over gewonnen geld hebben de Atsma’s het liever niet. Jan, die drie jaar geleden weduwnaar werd, had vier loten en won dik twee ton. „We hebben ons leven hetzelfde gehouden”, zegt Atse. „Nou ja, mijn vader heeft er ledencertificaten van Campina mee gekocht”, zegt hij na enig aandringen. Over andere investeringen praat hij met groot gemak. De drie volautomatische ‘astronaut melkrobots’ die ze sinds 2010 gebruiken om hun vee te melken kostten 100.000 euro per stuk. „De koeien worden naar de machine gelokt met droge brokken.” Vanuit het kantoor, „de cockpit”, is te volgen hoeveel melk met hoeveel vet en eiwitten elke koe geeft.

De elektrische verwarmer die Atse Atsma gebruikt om kalvermelk mee op temperatuur te brengen, heeft de dominee weleens geleend voor het doopwater. „Dat was behoorlijk koud.” Atsma wil maar zeggen: het boerenbedrijf van Eastermar is nauw verweven met de kerk. Vroeger stonden boeren een tiende van hun inkomen af aan de kerk. Meer dan de helft van de mensen in Eastermar is protestants.

De grote protestantse gemeente heeft de laatste tien jaar klappen gehad: gereformeerden en hervormden moesten een kerkgebouw met elkaar gaan delen. Dat gebeurde vanaf 2006 in heel Nederland – een gevolg van ontkerkelijking. De kleinere locatie van de gereformeerden delfde het onderspit. „Een enorme rouwperiode.” De oude kerk middenin het dorp werd na een grondige verbouwing een zorgcentrum, de plaatselijke huisarts kocht het gebouw voor 55.000 euro.

De kerk van de hervormden werd het nieuwe gemeenschappelijke kerkgebouw. Er kwam een uitbouw van grote glasplaten met stroken transparante raamfolie, waaruit alle straatnamen van Eastermar zijn gesneden. Het ontwerp moet openheid uitstralen. De diaconie, die van oorsprong hulp biedt aan arme of lijdende leden van de kerk, kijkt sinds een paar jaar ook buiten de grenzen van de eigen gemeenschap. In zware tijden kunnen ook andersdenkenden steun verwachten.

Anne en Nynke wisten niet eens dat de kerk ook andersdenkenden helpt. Het fonds kan zich niet gaan richten op individuen, concluderen ze. Het moet voor de gemeenschap als geheel worden. Anne heeft een adviesbureau ingeschakeld om brainstormsessies te begeleiden. Dat betaalt hij zelf. Iedereen krijgt de beurt om zijn voorkeuren te delen. De coach zegt dat niemand elkaar in de rede mag vallen. Anders krijgen de ‘grootbekken’ de overhand. Tijdens het derde gesprek ontstaat een plan waarin alle aanwezigen zich kunnen vinden. In de buurt staat een verzamelpand te koop, wat als ze dat zouden aanschaffen? Daar kunnen woningen en voorzieningen voor ouderen in, en de supermarkt, die meer ruimte kan gebruiken. Het zal niet gemakkelijk worden: er zitten nog huurders, die kunnen niet zomaar uit hun huis worden gezet.

Foto Kees van de Veen

Zuidas

In het midden van het Postcode Loterij-kantoor staat een stam van staal die tot het dak reikt. Het licht valt naar binnen door de 6.800 aluminium ‘bladeren’ in het verder transparante dak. De loterij is een paar weken geleden verhuisd naar het ‘energieneutrale’ gebouw op de Amsterdamse Zuidas. Ontworpen door architectenbureau Benthem Crouwel, dat ook het Stedelijk Museum bedacht. Bea Post: „We trekken de wc’s door met regenwater.” Wie naar binnen wil, moet door twee beveiligingspoortjes. Post werkt sinds 1989 bij de loterij, het jaar van de oprichting. „We zaten in een klein winkelpandje.”

Post herinnert zich hoe de loterij in 1992 voor het eerst één miljoen gulden weggaf, een recordbedrag. Tijdens de uitreiking stond ze „in een hoekje van de kamer te janken”. „Een miljoen, dat is niet normaal. Ik vond het zo emotioneel. En die vrouw ook, die het won. Ik heb haar mijn kaartje gegeven. Ze wilde wel tien keer de bevestiging hebben dat we daar echt wel waren geweest. We kunnen die mensen niet aan hun lot overlaten, zei ik daarna tegen de directie.” Zo creëerde Bea Post haar eigen baan.

Bijna elk jaar geeft de Postcode Loterij méér geld weg. Post is niet per se een voorstander van prijzen van vele miljoenen. Een geldprijs moet „behapbaar blijven”, zegt ze. „Met 1 miljoen zijn mensen net zo blij als met 2 miljoen.” Volgens Post geven mensen die veel hebben gewonnen in het begin weinig uit. „Ze zijn niet gewend aan grote bedragen. Ze zeggen dat ze altijd al een BMW uit de 5-serie wilden, maar toch kopen ze eerst een BMW uit de 1-serie. Na een half jaar komt alsnog die duurdere.” Niet slim, vindt Post. „Een auto na een half jaar inruilen is hartstikke duur.”

De twee winnaars van miljoenen in Eastermar hebben het niet altijd makkelijk. Ze krijgen bedelbrieven. Er blijven vreemde auto’s langs hun afgelegen huis rijden. Eén gezin verhuisde naar een boerderij in een naburig dorp, bij het andere zijn de gordijnen dicht. Ze willen niet meer met journalisten praten, zegt Post. In het dorp wordt gepraat over de nieuwe rode Ferrari van de zoon van een van de winnaars.

Hottub

Anne bouwt een vlonder voor de nieuwe houtgestookte hottub. Anne en Nynke doen verstandige dingen met het geld – de hypotheek is afgelost – maar vinden dat ze zichzelf ook „een prijsje” mogen geven.

Iedereen blijft vragen waarom ze dat fonds willen. Waarom niet? Misschien is het die calvinistische inborst die Nederlanders altijd wordt toegedicht: sober, ingetogen, wars van pronken. Dan liever weggeven.

De meeste mensen ploffen na hun werk neer op de bank. Anne en Nynke niet. Zij organiseert het jaarlijkse straatfestival. Anne is imker. In de tijd van massale bijensterfte een nobele taak, vindt hij. Een paar jaar geleden bedacht hij dat er in de hoofdstraat van Eastermar duurzame ledverlichting moest komen. Ging hij bij de verantwoordelijke ambtenaar langs op kantoor. De groep vrijwilligers met wie hij ooit een campagne over afvalverwerking bedacht, vindt hij nog „de mooiste club” waar hij ooit in zat. De energie die hij „voelt stromen” tijdens vergaderingen en projecten heeft hij nodig.

Nynke de Jong (54) en haar man Anne Oosterdijk (57) bij de hottub.Foto Kees van de Veen

Het fonds brengt meer gedoe met zich mee dan ze hadden verwacht. De tijdgeest zit ook niet echt mee. De vrijgevigheid van Nederlanders is duidelijk afgenomen. Het Centrum voor Filantropische Studies van de Vrije Universiteit Amsterdam doet er al twintig jaar onderzoek naar, de jongste conclusies verschenen in 2017. Na een stijging eind jaren negentig bereikte de vrijgevigheid in Nederland in 1999 een top; van 0,96 procent van het bruto binnenlands product. In 2015 was dat gedaald naar 0,77 procent. Het deel van het besteedbaar inkomen dat huishoudens besteden aan giften is gedaald van 0,93 procent in 1999 naar 0,69 procent in 2015. Ontkerkelijking wordt als de belangrijkste oorzaak van die afname genoemd. Kerkelijke Nederlanders geven meer dan onkerkelijke. Nederlanders zijn steeds minder „prosociaal” ingesteld, concluderen de onderzoekers. Uit het rapport: „Het lijkt erop dat Nederlanders over het algemeen minder opofferingsgezind zijn, minder emotioneel betrokken zijn bij anderen die het minder hebben en zich minder verantwoordelijk voelen voor de samenleving.”

In een ideale wereld zouden we schenken aan het doel dat het geld het hardste nodig heeft. In werkelijkheid baseert maar 3 procent van de mensen die aan goede doelen geven de schenking op de prestaties die een liefdadigheidsinstelling daadwerkelijk heeft geleverd, zo blijkt uit Amerikaans onderzoek. Mensen geven aan doelen waar ze zich goed bij voelen. Veel Postcode Loterij-deelnemers zeggen dat zij meespelen vanwege de liefdadigheidsinstellingen waaraan geschonken wordt. Als je niet wint, ben je tenminste weldoener.

Vlak na de winst hebben loterijwinnaars grootse plannen, weet Bea Post. Haar advies: „Doe geen toezeggingen op televisie.” „Zeggen ze: ‘Ik geef mijn moeder een miljoen, mijn zusje een miljoen. Dat wil je niet, denk ik dan. Als jij een miljoen weggeeft, kost die je door de belasting 1,6 miljoen.” Ze adviseert winnaars nooit zomaar geld te geven, zelfs niet aan familie. Vraag wat ze willen, en ga mee naar de winkel. Zo kan er achteraf geen ruzie ontstaan over waar het geld aan is besteed.

‘Voor mij is the sky the limit”, zegt Anne. „Ons plan werd heel groot.” Te groot, denkt hij achteraf. „Daardoor was men kritisch over het fonds. Terwijl het er nog niet eens was. Azijnpisserij.”

Hij heeft het zich gemakkelijk gemaakt: schoenen uit, rechtervoet op een fauteuil. Nynke buigt voorover om rode wijn in te schenken. Het verzamelpand dat de projectgroep voor ogen had voor een ouderenproject, kost vier miljoen euro. Zonder hulp van buiten het dorp krijgen ze dat nooit voor elkaar. „De loterijwinnaars hebben hun geld allang uitgegeven”, zegt Nynke.

Anne: „Nog nooit is iemand met zijn kritiek naar ons toegekomen.” Dat vindt Anne vreemd. „Wij zijn juist aan het verbinden hiermee.”

Zonder de Postcodemiljoenen was er in het dorp nooit gepraat over een nieuwe voorziening voor ouderen, bedoelt hij. Hij verwacht nog steeds dat dat gesprek iets gaat opleveren.

Het fonds zoals ze dat bedacht hadden is niet gelukt, dat moeten ze nu toch echt onder ogen zien. „Maar het blijkt geen probleem te zijn voor mij”, zegt Anne. „Ik verras mezelf. Ik weet er nog wel een goed verhaal van te maken.”

Om Nederland warm te maken voor de Postcode Loterij staat de grote rode truck dezer dagen weer ergens in het land. In januari valt er weer 53,9 miljoen op een postcode. Dan zal de rode vrachtwagen op 1 januari aan het einde van de dag een nieuw postcodegebied binnen rijden.

Foto Kees van de Veen