Afkeer en nostalgie hand in hand in vuurwerkdebat

Lezers over vuurwerkdebat Vuurwerk is zo’n onderwerp waarover de discussie in Nederland de laatste jaren is veranderd. Wat vinden lezers van NRC ervan?

Foto Peter Hilz

Het was het eerste jaar na zijn echtscheiding, toen Nico Vink op oudejaarsavond met zijn zoontje voor de flat stond. Vader en zoon helemaal alleen op een onbebouwd terrein. „Het was een zeer koude nacht”, schrijft Vink (67) , „maar het was een sprookjesachtige ervaring om alleen het geluid van ons vuurwerk te horen en de hemel te zien oplichten door wat wij deden met onze sigarettenpeuk.”

Maar bij Vinks ervaring voegden zich ook andere. Bijvoorbeeld die keer dat zijn vriendin pas 2 januari weer de weg op kon, omdat de vuurwerksmog zo dik was. De jaarlijkse luchtverontreiniging baart hem zorgen, net als de slachtoffers. Vink, schrijft hij, is inmiddels voor een landelijk verbod op consumentenvuurwerk. „Dat schept duidelijkheid.”

Vuurwerk is zo’n onderwerp waarover je de discussie de laatste jaren kon zíen veranderen. Tegenstellingen worden scherp aangezet – gevaar versus betutteling, stad vs. platteland, traditie vs. common sense. Het kabinet besloot dit jaar het huidige beleid te handhaven – maar hoe lang nog?

Tegenstellingen: gevaar- betutteling, stad-platteland, traditie-common sense

Hoe kijkt u naar de Nederlandse traditie vuurwerk af te steken tijdens Oud en Nieuw, vroeg NRC aan lezers. En: is uw mening veranderd?

Binnen een paar dagen tijd reageerden iets meer dan 1.500 mensen. Vooral tegenstanders van vuurwerk grepen de kans hun hart te luchten. Een overgrote meerderheid wil er helemaal van af, een kleinere groep wil plaatselijke verboden. Slechts iets minder dan 15 procent wil het huidige beleid in stand houden. Dat zegt vooral ook iets over onze groep deelnemers – meestal wat oudere lezers, zestigplussers, vaak uit de stad. Landelijk is de groep die voor een verbod op consumentenvuurwerk is nog steeds in de minderheid (48 procent, volgens Onderzoeksbureu I&O).

Lees ook: ‘Echte liefhebbers’ denken het hele jaar aan hun vuurwerk

Velen zijn pas sinds kort tegen

Maar wat opvalt: veel deelnemers keerden zich pas recent tegen vuurwerk. Bijna de helft (46 procent) gaf aan de afgelopen jaren van mening te zijn veranderd. Een groot aantal mensen noemt de milieubelasting als reden. Eric Jansen heeft zich gerealiseerd „hoe onwaarschijnlijk veel afvalstoffen wereldwijd in onze kwetsbare atmosfeer worden gedumpt, alleen voor ons vermaak”. Ook de toename van zwaar vuurwerk wordt vaak genoemd. Veel mensen schrijven over een beangstigende ervaring, over de „knalvuurpijl op de jas” of het te vroeg ontploffende rotje in de hand. Velen schrijven ook over een oudejaarservaring in het buitenland, waar „mensen gewoon de straat op konden (…). Een keer niet die hysterie meemaken (…) deed me realiseren dat het ook anders kan (Gerrit Jan Wielinga, Amsterdam).

Toch huizen er twee zielen in de borst van vuurwerkspijtoptanten. Vraag je naar jeugdherinneringen, of memorabele momenten rond vuurwerk, dan is er al snel óók nostalgie. Han Savelkoel (54) struinde als kind dagen met vuurwerk over straat. „De rotjes waren bescheiden van formaat, maar we voelden ons stoer en vrij.” „De schittering van de vuurpijlen aan de hemel, de kruitdampen en het contact met de buren dat we de rest van het jaar niet hadden”, schrijft Kees Truijens (73). Marleen Bekker (41, Amersfoort) vond „het als kind ronduit opwindend om letterlijk met vuur te spelen”. Evelien Terstappen herinnert zich „de gezelligheid op straat als de vaders het vuurwerk afstaken”. Allen zijn nu tóch voor een landelijk verbod op consumentenvuurwerk. Terstappen (29): „De schade elk jaar is niet meer te verantwoorden.”

Voor tegenstanders zijn mooie herinneringen juist reden de traditie in stand te houden. De Rotterdamse Christine Verboon (33) herinnert zich „heerlijke chaos, vuurpijlen die mijn vader vanuit z’n hand laat vliegen”. „De vuurwerkkrantjes in de brievenbus waar je alles op aankruiste wat je van je zakgeld wilde kopen”, schrijft Laura van der Werff (45). „De geur van kruit”, herinnert Han van Wel (63) uit Huizen zich. En: „De experimenten met rotjes onder water te laten ontploffen of putdeksels omhoog te krijgen met zwaar vuurwerk.”

Vuurwerkliefhebbers wijzen er vooral op dat er „al veel te veel verboden in dit land zijn” (Vladimir Lojen, Den Haag). „Ergens moet je de grens van betutteling trekken”, vindt Amsterdammer Walter Hellebrand. „Wat volgt? Een verbod op autorijden: daar raken ook mensen door gedood of gewond.” De 66-jarige Johan Kloosterman uit Harlingen schrijft: „Voor jongens behoort vuurwerk afsteken gewoon tot de training om een volwassen man te worden. Dat zullen basisschooltrutten nooit begrijpen.”

Is een verzoening van beide kampen nog mogelijk? „De problemen zijn niet zo groot als ze worden voorgeschoteld”, vindt Peter Slootweg (32) uit Oosterhout. „Waar Oud en Nieuw normaal verbindt, zou het vuurwerkverbod mensen juist uit elkaar drijven.” Vuurwerkscepticus Albert van Heteren (56) uit Weert denkt juist: „Een door de gemeente af te steken professioneel vuurwerk brengt de burgers weer samen zonder alle uitwassen.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.