Achttien schrijvers over de belangrijkste boeken in 2018

Achttien Nederlandse schrijvers, waaronder Murat Isik, Nina Polak en Tommy Wieringa, vertellen over het boek dat in 2018 de meeste indruk op hen maakte.

Illustratie: Paul van der Steen
Illustratie: Paul van der Steen

Ondanks de malaise in het boekenvak verschenen er het afgelopen jaar tal van geweldige boeken, die vertellen wat verteld moeten worden, zoals dat al sinds het Oude Testament gebeurt. Zo geniet ik dezer dagen van Philippe Sands’ Galicische wetten, dat aan de hand van een Joodse familiegeschiedenis verhaalt over de oorsprong van genocide en misdrijven tegen de menselijkheid. Als je de huidige wereld door een Joodse bril bekijkt, waan je je tenslotte vaak een kanarie in de kolenmijn. Ook ben ik onder de indruk van Marek Sindelka’s roman Materiaalmoeheid, die ik gisteravond in één ruk heb gelezen. Het verhaal is dat van Amir, een jongen die de burgeroorlog in Syrië is ontvlucht en verstopt onder de motorkap van een auto Europa wordt binnengesmokkeld. Doordat Sindelka zich richt op een enkeling, zit je na 278 bladzijden ademloos in je stoel, alsof je vijf uur lang zelf zo’n vluchteling bent geweest.

Amir is op weg naar Duitsland, waar hij zijn broer hoopt terug te vinden, die vooruit is gegaan. Behalve een verslag van die reis en de tussenstations die Amir aandoet, gebeurt er verder niet zo heel veel. Het enige geweld dat Amir op zijn pad tegenkomt, is dat van een stel jonge neonazi’s die hem en zijn metgezel op die – Midden-Europese – etappe, een jonge Palestijn, te grazen nemen. ‘Weg uit Europa’, roepen ze, terwijl ze hun slachtoffers in elkaar trappen.

Het gaat Sindelka in Materiaalmoeheid om de treurmuziek van het leven, die hij in ritmische zinnen, zoals in Schuberts Winterreise, weergeeft. Zo laat deze Tsjechische schrijver je de angst en moedeloosheid ervaren van een eenzame vluchteling, die op weg is naar nergens, want het Duitsland waar hij heen wil, zegt hem niets, behalve dat hij er vrij en veilig hoopt te zijn.

Aan achttien schrijvers vroegen we of zij in 2018 ook zo’n onthutsende leeservaring hadden. Het leverde verrassende resultaten op, die je alleen maar tot nog meer lezen aanzetten.

Peter Verhelst over Valeria Luiselli: Vertel me het einde

Vertel me het einde van Valeria Luiselli werd in 2017 uitgegeven, maar is nu nog actueler dan toen. In het essay beschrijft Luiselli aan de hand van veertig standaardvragen hoe het is voor kinderen om de Verenigde Staten via de Mexicaanse grens binnen te komen om het bendegeweld in Mexico te ontvluchten. Uiteraard is dit een boek over geweld, ontbering en vernederingen. De fragmenten over de mensen die bij wijze van tijdverdrijf op illegalen jagen doen je bloed koken. Maar dat geldt ook voor het staatsgeweld, de administratieve muur die een regering bouwt om het voor de vluchtelingen zo moeilijk mogelijk te maken te blijven. Des te onthutsender is het besef dat het niet over het Trumptijdperk gaat, maar over de Obama-regering.

Lees ook het interview met Valeria Luiselli: ‘Ik was vooral woedend’

Luiselli, zelf een immigrante, is persoonlijk betrokken, maar zoals goeie literatuur altijd doet, beschrijft het boek met een omweg wie wij zijn, Europeanen, omdat het ons confronteert met ons eigen democratische laagje vernis dat wel heel snel aan het verdwijnen is door een migratie-, nee, door een vluchtelingencrisis.

Een boek is geschreven uit woede. Maar wel boven de woede uitgetild omdat Luiselli nu eenmaal een fantastische stiliste is.

Het confronteert, hoe onnozel het ook mag klinken, auteurs ook met de vraag hoe ze over onze wereld en onze tijd kunnen schrijven. Of hoe literatuur (ja, essay is literatuur) urgent en relevant kan zijn.

Annet Schaap over Jaap Robben: Zomervacht

Dit is een jaar waarin ik in de krant lees dat er van alles langzaam uit de hand aan het lopen is. Ik niet en niemand weet wat er nou precies aan gedaan moet worden of hoe dan en wanneer, en intussen doen we maar zo’n beetje wat ons voor de voeten rolt. Eten, slapen, wat rondscharrelen, werken, zo goed mogelijk zorgen voor diegenen die ons zijn toevertrouwd. In dit boek loopt ook iets heel langzaam verschrikkelijk uit de hand. Iets wat misschien ooit wel begonnen is uit liefde of goede bedoelingen, maar ook gewoon uit geldzucht en opportunisme.

Lees ook de recensie: Brian zit vanaf het begin met de gebakken peren

De vader van Brian (13) besluit om zijn andere zoon, de grote achterlijke Lucien, voor een tijd in huis te nemen. Alleen dat huis is helemaal geen huis, maar een half verrotte caravan op een vuil landje. Boze buren overal. Nooit geld.

Zorgen doet de vader nauwelijks, voor beide zijn zoons niet. Dus Brian zorgt maar voor zijn broer, zo goed en zo kwaad als hij kan, met vallen en opstaan en glassplinters en blauwe plekken. En domme beslissingen, want ja jeetje, hij is dertien. Dus liefde en goede bedoelingen ten spijt, het gaat allemaal vreselijk mis. Het werd wel erg mooi opgeschreven, door Jaap Robben, in prachtige gevoelige zinnen waar de hitte en de viesheid vanaf druipen. In een boek waarin de dingen niet goedkomen, maar misschien, soms, een klein beetje beter worden.

‘Ooit maak ik het allemaal goed, broertje’, zegt Brian.

Pieter Waterdrinker over Olivier Guez: De verdwijning van Josef Mengele

Ooit zag ik in een Wit-Russisch stoppelveld een oplegger staan. Te midden van al het cyrillisch verbaasde ik me meer over de Latijnse letters dan over de merknaam: Mengele. En dacht: vermoedelijk oorlogsbuit. Wat ik niet wist, was dat het landbouwwerktuig ooit was geproduceerd door Mengele Agrartechnik. Een bedrijf gerund door een vermogende katholieke familie uit Beieren die in de persoon van Josef Mengele de verpersoonlijking van de duivel op aarde heeft voortgebracht.

Lees ook de recensie: Een dichter zal de nazi Mengele niet vergeten

Deze ‘engel des doods’, die in Auschwitz met een vingerbeweging een oceaan van Joden naar de gaskamers stuurde en gruwelijke medische experimenten op hen uitvoerde, is de protagonist van Olivier Guez’ De verdwijning van Josef Mengele. In deze meticuleus gedocumenteerde vertelling voert hij de lezer mee naar twee gebieden: het naoorlogse Zuid-Amerika, waar Mengele net als andere oorlogsmisdadigers een veilig heenkomen vond, en in het hoofd van de arts zelf. Een narcist, die heerlijke wittebroodsweken doorbrengt met zijn vrouw, op spuugafstand van de verbrandingsovens van Auschwitz. En die zich later in het Argentinië van Perón laat pijpen in bordelen.

Historische psychologische romans zijn vaak riskant. Maar de inkijkoperatie die Guez de lezer levert in het doodzieke brein van de Mengele, op de hielen gezeten door nazi-jagers, nimmer door zijn geweten, zich bewegend in een soort predood, ontdaan van alle plezier, totdat hij in 1979 in Brazilië op 68-jarige tijdens het zwemmen sterft, is van onvergetelijke klasse.

Joke van Leeuwen over Klaus Mann: De vulkaan

Lees ook de recensie: Hoe het hedonistische Berlijn veranderde in de hoofdstad van het nazisme

Het zal geen toeval zijn dat dit jaar – voor het eerst – een Nederlandse vertaling van Der Vulkan is verschenen. Je wordt als lezer van deze oorspronkelijk in 1939 gepubliceerde roman ondergedompeld in de levens van een stel Duitse bannelingen die al in 1933 beseften dat ze geen andere keus hadden dan te vluchten. De proloog is een brief van een (voorlopige) blijver, over het hoopvolle enthousiasme dat in Duitsland zou heersen. De persvrijheid was er toen al afgeschaft en het eerste concentratiekamp opgericht.

De groeiende wanhoop bij de ontwortelden, hun discussies en hun pogingen om in andere Europese steden en later in de Verenigde Staten hun leven weer op te pakken, kruipen onder je huid. Er komen fenomenen langs die ook nu bekend zijn: een schijnhuwelijk om aan papieren te komen, hardvochtige bureaucratie en het gebrek aan inlevingsvermogen van wie bij hun eigen ‘ons’ meenden te horen. De ‘anderen’ bleven aan de rand van de maatschappij staan ‘totdat er nieuwe, strengere wetten tegen hen, de vreemdelingen, waren bedacht’. Iemand riep dat ze hun heil maar elders moesten zoeken, ‘Niet bij ons! Jullie verpesten de lucht die jullie inademen!’. De passerende Amsterdammers en de toen al vele fietsers op het Leidseplein hadden er geen idee van dat de man die vereenzaamd op een terras zat een ooit in zijn geboorteland gerenommeerde professor was, die inmiddels werd gebombardeerd tot ‘geestelijk verrader van zijn vaderland’. Waar hebben we dat meer gehoord?

Ian Buruma over Leila Slimani: In de tuin van het beest

Ik lees weinig nieuwe romans, dus het aantal boeken waaruit ik kan kiezen is beperkt. Maar één boek heeft grote indruk op me gemaakt: In de tuin van het beest van de Franse schrijfster Leila Slimani. De hoofdpersoon is een jonge journalist getrouwd met een keurige arts, waarmee zij een zoontje heeft. Zij is, net als de auteur, van Marokkaanse afkomst, maar dat doet er eigenlijk niets toe. Slimani’s roman gaat niet over ‘identiteit’, maar over seksuele begeerte. Sterker nog, over verslaving aan seksueel genot. Adèle, zo heet zij, voelt niet dat ze leeft zonder zich over te geven aan een eindeloze reeks avonturen, de een nog wilder dan de andere. Net als alle genotsmiddelen, moet de dosis steeds worden versterkt.

Lees ook de recensie: Goede meisjes gaan niet uit

Slimani’s stijl is droog, haast zakelijk. Er is geen sprake van morele veroordeling of verontwaardiging. En dat maakt het zo’n verfrissend boek, vooral in onze tijd, waarin het bol staat van verontwaardiging en veroordeling. Niet dat Slimani een pleidooi houdt voor verslaving. Maar Adèle is geen slachtoffer van de maatschappij, laat staan van mannen. Zij wil ontsnappen uit de banaliteit van het alledaagse leven, en wie wil dat niet?

Een ander boek dat ik zeer kan aanbevelen, vooral in moeilijke tijden, is Overpeinzingen van Marcus Aurelius. Zijn filosofie komt erop neer dat we ons lot gelaten moeten aanvaarden, en er maar het beste van moeten maken, zonder al te veel te zeuren. Dit staat minder ver af van de roman van Slimani dan je op het eerste gezicht misschien zou denken.

Peter Middendorp over Ulrich Alexander Boschwitz: Der Reisende

Ulrich Alexander Boschwitz is niet oud geworden, 27 jaar, en heeft dan ook niet veel kunnen schrijven: twee romans, Der Reisende en Menschen neben dem Leben. Na de machtsovername door de nazi’s vluchtte de schrijver uit Berlijn naar Noorwegen, Frankrijk en Engeland. In 1942 werd het schip waarop hij met veel andere, ongewenste Joodse vluchtelingen van Australië terug naar Engeland werd vervoerd, door de Duitsers getorpedeerd. Hij verdronk, zijn laatste manuscript ging met hem mee.

Lees ook de recensie: Hoe het hedonistische Berlijn veranderde in de hoofdstad van het nazisme

Der Reisende (De reiziger), de eerste roman die we nu weer van hem kunnen lezen, vertelt het verhaal van Otto Silbermann, een fatsoenlijke burger in Berlijn, toevallig Joods, die na de Kristallnacht in 1938 zijn huis moet ontvluchten om aan arrestatie door de nazi’s te ontkomen. De grenzen zijn dicht, hij kan alleen maar reizen per trein, kriskras door het land, steeds radelozer onderweg blijven. Silbermann vluchtte te laat. Hij had niet kunnen geloven dat de nazi’s de daad bij het woord zouden voegen, dat zijn vrienden, buren en collega’s een bedreiging in zijn bestaan zouden gaan zien. Boschwitz vluchtte wel op tijd, maar dit hielp hem niet. Overal werden de grenzen gesloten, geen land wilde Joodse vluchtelingen opnemen. De tijden van Boschwitz zijn gelukkig niet vergelijkbaar met de onze. Ze keren ook niet terug, is ons beloofd – zo zijn we opgevoed. Ze herhalen zich niet, en rijmen doen ze waarschijnlijk evenmin. Geschiedenis bestudeer je volgens de historicus Harari vooral om je ervan te kunnen bevrijden. Ik wens ons veel geschiedenis.

Merijn Oudenampsen over Corey Robin: The Reactionary Mind

De doorbraak van Donald Trump heeft in de VS tot verhitte discussies geleid over de staat van het moderne conservatisme. De conservatief, zo gaat het aloude verhaal, heeft een voorkeur voor geleidelijke verandering, overgeleverde tradities en gevestigde instituties. Die visie op het conservatisme is natuurlijk moeilijk te rijmen met het temperament van Trump. Dichter bij huis is er de Brexit-politiek van de Britse Conservatieven, en de felle uitspraken van Thierry Baudet, die zich in zijn boeken opwerpt als conservatieve intellectueel.

In The Reactionary Mind – door The New Yorker uitgeroepen tot ‘het boek dat Trump voorspelde’ – stelt politiek filosoof Corey Robin dat het conservatisme van oudsher veel populistischer en radicaler is dan veelal wordt aangenomen. In zijn ogen is het conservatisme bovenal een reactieve politiek, gericht tegen progressieve emancipatiebewegingen. Het conservatisme is ontstaan uit een gevoel van verlies, en een verlangen naar restauratie van het gezag. De conservatieve tegenbeweging heeft in de geschiedenis vaak populistische, radicale en zelfs gewelddadige vormen aangenomen.

Robin onderbouwt die these met scherpzinnig geschreven analyses van conservatieve denkers, met een hoofdrol voor Edmund Burke, de Ierse grondlegger van het conservatisme. Zijn prikkelende stelling is dat Trump niet zozeer een breuk met het conservatisme belichaamt, maar eerder een voortzetting is van haar bonte geschiedenis, vol intellectuele randfiguren, ondergangsdenkers en volkstribunen.

Tommy Wieringa over Giorgio Bassani: De tuin van de familie Finzi-Contini

De tuin van de familie Finzi-Contini van Giorgio Bassani verscheen voor het eerst in 1962, maar omdat de literatuur goddank geduldig is, las ik het pas afgelopen zomer. Gesitueerd tussen de aanloop naar en de nasleep van de Holocaust, vult het in de literaire chronologie de tijd tussen bijvoorbeeld Radetzkymars van Joseph Roth en De emigrés van W.G. Sebald. Geduldig legt Bassani de verdwenen Joodse wereld van Ferrara bloot, beginnend bij de rassenwetten die in Italië van kracht worden.

Lees ook het essay: Herkennen we de signalen voordat het te laat is?

We volgen een gymnasiast die eerst wordt uitgesloten van de tennisvereniging en later geen colleges meer mag volgen. Hij zoekt zijn heil bij de Joodse familie Finzi-Contini, die geïsoleerd leeft in een sprookjesachtig landhuis. In het vervolg zal daar door Joodse jongeren uit Ferrara worden getennist, en daar voltooit de verteller ook zijn studie. Hij is verliefd op de dochter des huizes, Micòl, een even intelligent als ironisch wezen dat hem bij de bomen in het park introduceert, ‘de grote, rustige sterke, bedachtzame bomen’ die ze als individuen beschouwt. Terwijl ze door dit onschuldige paradijs dwalen, raast buiten de parkmuren de tijd voort, tot het noodlotsjaar 1943 aanbreekt, waarin de bomen in het park worden gerooid voor brandhout en de familie Finzi-Contini wordt afgevoerd naar de Duitse crematieovens. ‘Wat weet deze er nog van’, vraagt de verteller zich ten slotte af, ‘wat herinnert gene zich nog?’ De tuin van de familie Finzi-Contini is een subliem antwoord op die vraag.

Nina Polak over Barbara Ehrenreich: Natural Causes

De Amerikaanse journalist Barbara Ehrenreich, die dit jaar de Erasmusprijs ontving, is 76, en dat is oud genoeg om te sterven, vindt ze. Oud genoeg om zich niet meer te laten doorlichten door artsen, met hun scans en bevolkingsonderzoeken. Als ze daardoor wat eerder doodgaat, dan is dat maar zo. Het is een controversiële uitspraak in een tijd waarin gezondheid zo goed als een geloofsartikel is. Maar juist deze tijdgeest van fitnesswaanzin en overdiagnose is het doelwit van haar polemische, laatste boek Natural Causes.

Daarin wijst ze bijvoorbeeld op de onbewezen aannames die ten grondslag liggen aan veel van onze medische praktijken, die vaak wat weghebben van rituelen, bedekt met de mantel der wetenschappelijkheid. Ze beschrijft hoe de witte jas de ultieme autoriteit kon worden op het gebied van onze lichamen. Interessant is dat ze daarbij de nadruk legt op de scheve machtsverhoudingen en de sociale ongelijkheid tussen arts en patiënt.

Die ongelijkheid speelt ook een hoofdrol in haar kritiek op de cultuur van zelfverbetering, die ze aanwijst in sportscholen en mindfulnesscursussen. Allemaal uitwassen van een samenleving die gezondheid, fysiek en mentaal, steeds meer als een persoonlijke verantwoordelijkheid ziet en ziekte als persoonlijk falen. Daardoor raken onrecht en ongelijkheid makkelijk uit het zicht. Om nog maar te zwijgen over de brute willekeur die er van onze muitende lichaamscellen uit kan gaan. Niet alles is te controleren, en we moeten ophouden te doen alsof dat zo is.

Murat Isik over Naomi Klein: Nee is niet genoeg

Het grootste probleem van onze tijd is dat de politiek en de media het kapitalisme kritiekloos hebben omarmd, alsof het een natuurwet is en uitbuiting van de wereldbevolking onvermijdelijk is. Het leidt wereldwijd tot onvrede en wanhoop, en drijft velen in handen van rechts-nationalisten, omdat rechts (schijn)oplossingen belooft en links slechts ‘tegenhoudt’.Daarom is het zo belangrijk dat Naomi Klein in Nee is niet genoeg oproept tot verzet. Ze haalt hierin niet alleen haar ideeën uit eerder werk aan, maar komt voor het eerst ook met strategische voorstellen om een einde te maken aan het verwoestende neoliberalisme dat al bijna veertig jaar de economische koers van het Westen bepaalt. ‘Trump is een spiegel die niet alleen de VS wordt voorgehouden, maar de hele wereld’, schrijft ze. ‘We moeten de confrontatie aangaan met de diepgewortelde trends waardoor hij is beloond en omhoog is gestoten.’

Lees ook: Naomi Klein gaat op zoek naar de betrokken meerderheid

Klein wijst erop dat maatschappelijk activisme in de jaren negentig wel degelijk werkte, maar door het politieke klimaat na 9/11 werd gesmoord. Ook verwijst ze naar de Leap-beweging in Canada die recent een manifest opstelde waarin succesvolle voorstellen worden gedaan voor een progressief beleid. ‘We moeten niet alleen nee zeggen, we moeten ons ook met al onze kracht inzetten voor een plek om te dromen, en plannen te maken voor een betere wereld.’ Een essentiële en urgente oproep om een onhoudbaar systeem te ontmantelen.

Ilja Leonard Pfeijffer over Erik Jan Harmens: Door het licht

Ik denk dat alle goede literatuur over de waarheid gaat, zeker wanneer het fictie betreft. Daarmee bedoel ik niet dat zij zich beperkt tot de banaliteit van feiten en ware gebeurtenissen, maar dat zij met ambachtelijk meesterschap voelbaar weet te maken hoe het werkelijk is om een leven van een ander te leiden. In de literatuur wordt het wonder mogelijk waarvan we in het dagelijks leven zijn buitengesloten: we kunnen binnenin andermans hoofd de gedachten van een ander denken.

Lees ook de recensie: Leven zonder de demping van alcohol

Dit jaar las ik één boek waarin dit mirakel op een extreme manier gestalte krijgt. Door het licht van Erik Jan Harmens laat de lezer de werkelijkheid zien aan de binnenkant van een hoofd dat er moeite mee heeft de werkelijkheid te zien. Dat is een ongehoord experiment dat heeft geleid tot een roman die nergens op lijkt. Harmens heeft in feite een heel nieuw genre uitgevonden. Er is in Door het licht geen decor en eigenlijk ook nauwelijks handeling. Er zijn alleen reacties op een decor en op handelingen, die rondgalmen aan de binnenkant van een groot, overvol hoofd. We zien de waarheid door het beslagen venster van iemand die bang is dat er te veel waarheid bestaat en dat beslagen venster is de waarheid waarover hij ons wil vertellen. En het wonderbaarlijke is dat dat spannend is als een thriller en ontroerend als een Disneyfilm of als een Griekse tragedie met een happy end. Het is aan het ambachtelijk meesterschap van Harmens te danken dat dit wonder geschiedt.

Floor Milikowski over Nina Polak: Gebrek is een groot woord

Sommige boeken blijven eindeloos nagalmen in je hoofd. Dat was bij mij het geval met Gebrek is een groot woord, de tweede roman van Nina Polak. Ik was meteen gegrepen door de sfeer en het taalgebruik. Hoewel Amsterdam niet de echte hoofdpersoon is in het boek, speelt het als decor een onmisbare rol. Het is de stad waar hoofdpersoon Nynke werd geboren en opgroeide en waar ze nu na zeven jaar op zee terugkeert. Waar Nynke in die zeven jaar gewend raakte aan de vrijheid en de ruimte om haar eigen koers te bepalen, is Amsterdam steeds meer verkrampt geraakt. De straten waar ze zich vroeger zo thuis voelde, zijn nu het decor van een gespeelde werkelijkheid. Bewoners, ondernemers, toeristen, zelfs de gebouwen in de stad, ze spelen allemaal hun eigen rol in een voorgekauwd verhaal.

Lees ook de recensie: Hoe alles subtiel met elkaar samenhangt

Waar ik 288 pagina’s nodig had om de veranderingen in de stad te beschrijven, doet Polak dat in enkele zinnen: ‘Het dagelijks ritme van de stad […] is het decor geworden van een gigantisch immersief theater, waarin toeristen zich koortsachtig proberen te verliezen, hopend iets te ervaren van een leven dat het hunne nooit was, een spannender, mooier, wilder leven.’ Over dat wat de stad niet meer is, zegt goede vriend Manu: ‘Laten we toch naar een echte stad gaan, amor, een plek waar nog heilzame armoede heerst, waar je op straat nog kunt struikelen over profetische zwervers en diepe barsten in de stoep.’ Een prachtig boek over een verloren ziel in een aangeharkte stad.

Radna Fabias over Padgett Powell: The Interrogative Mood. A novel?

Wat als iemand precies evenveel vragen zou noteren als er in 2018 stellingen geponeerd zijn? We zullen het nooit weten, maar zo’n acht jaar geleden verscheen wel The Interrogative Mood: A Novel? Een roman? Of troost voor wie meer vragen dan antwoorden heeft? Een smeekbede om stil te staan bij perspectief? Een geleide meditatie met vragen in plaats van ademhalingsinstructies? Een anti-selfie? Een verkapt zelfportret? Een ode aan het vraagteken als koevoet? Een uitnodiging voor een duik in eigen navel? Een gezelschapsspel? Een grap over hoe het leven een opsomming is van banaliteiten en duchtige, onoplosbare vraagstukken? Enkele vragen uit het boek ter inspiratie voor de eindejaarsoverpeinzingen: ‘Kun je nog altijd liefhebben?’ ‘Zou je zeggen dat beschaving protocol is, een verzameling grote en kleinere protocollen die elkaar omsluiten zoals die Russische poppetjes? En dat zolang de kleinere protocollen maar worden gevolgd – de bomen in het bos bij wijze van spreken – het niemand veel kan schelen dat het grote protocol – het bos bij wijze van spreken- misschien wel naar de knoppen gaat?’ ‘Komt het vaker bij je op dan vroeger dat je een schlemiel bent?’ ‘Gebruik je soms ijs op een lichaamsdeel zonder dat daar aanleiding voor is?’ ‘Is je vrolijkheid gemaakt en brallerig?’ ‘Heb je ervaring met een of andere verduistering- van de zon, van de maan, van je hoop, van een gek?’ ‘Ben je moe?’ De laatste vragen uit het boek zou u ook aan dit jaar kunnen stellen: ‘Ga je nu weg? Wil je dat doen? Alsjeblieft?’

Ester Naomi Perquin over Radna Fabias: Habitus

Ik hou niet van boeken waar iedereen van houdt. Hoe vaker een titel genoemd en geroemd wordt, vaak met woorden als ‘urgent’ of ‘tijdloos’, hoe langer ik er in de boekwinkel omheen beweeg. Dat heeft in de eerste plaats met onvervalst snobisme te maken en in de tweede plaats met het griezelige gevoel dat mij bekruipt wanneer ik, vaak buiten mijn wil om, aan een groep word toegevoegd. Petities, stromingen, schoolpleinen, polonaises, demonstraties – zelfs als ik ergens vóór ben wil ik er niet samen met anderen vóór zijn. Je weet immers nooit waar de kop van een massa voor kiest, waar een mars naar afbuigt, waarin een betoging in ontaardt.

Lees ook: Je droomt in de taal van de voormalige eigenaar

Afijn, in de poëzie heb je van zulke dingen zelden last. Poëtische bestsellers zijn dermate relatief dat je er nauwelijks van kunt spreken – maar ook binnen de microkosmos van het genre zijn er bundels die door iedereen lovend omhoog gestoken worden. Zo’n bundel werd Habitus van Radna Fabias het afgelopen jaar. Puur toevallig las ik het vlak voor de massa uit, waardoor ik min of meer was ingeënt tegen de bejubeling en me zelfs, lang leve het snobisme, een soort ontdekker kon wanen. ‘Nou, jongens, wat ik NU toch heb gelezen!’ Grimmige, pijnlijke, geestige gedichten zijn het. Lange, beweeglijke, verhalende slierten. Een soort valstrikken ook. Het woord ‘urgent’ weiger ik vooralsnog te gebruiken, maar wie dat wèl een prima woord vindt kan dat zonder meer benutten om haar werk te omschrijven. Dat geldt ook voor ‘tijdloos’, gelukkig. Een zeldzaamheid.

Arjen van Veelen over Auke Hulst: Zoeklicht op het gazon

‘Wat doe je nou? Je gaat Nixon toch niet humaniséren?!’ zei een jonge journaliste tegen Auke Hulst. Hij had haar net verteld over zijn nieuwste roman, Zoeklicht op het gazon, een psychologisch portret van de racist, antisemiet en crook Richard Nixon. Hulst vertelde deze anekdote op z’n boekpresentatie, waar ik zelf ook een praatje hield – ik ken de schrijver persoonlijk, wat nu als nadeel heeft dat ik niet al te complimenteus kan zijn zonder ongeloofwaardig over te komen.

Lees ook de recensie: Voor rijkeluiszoon Kennedy lag de wereld open, Nixon moest het op eigen kracht doen

Daarom beperk ik me tot de tijdgeest waarin zijn boek verschijnt en waar het mee contrasteert. Want wat zijn dit toch voor tijden waarin humaniséren al als een misdaad wordt beschouwd? We zijn allemaal mensen: die platitude is nu kennelijk een provocatie. Ook in de literatuur floreren de hokjes, de typetjes en het voor-tegen-simplisme. Een enge wereld waarin een witte man bij voorbaat monster is en een niet-witte man niet mag schrijven over zijn moeder, want hij is geen vrouw, wat weet hij er nou van. Fictie zou juist het antidotum moeten zijn tegen dit soort trendy benauwenis. Godzijdank is Zoeklicht op het gazon een uiterst a-modieus boek. Het is geraffineerde, tijdloze fictie – een portret van een foute witte man, evengoed een zelfportret. Laat ik Nixon zelf citeren, uit een speech die Hulst aanhaalt. Nixon is net z’n presidentschap kwijt en spreekt voor het laatst tot zijn personeel: ‘Geef alles wat u heeft, raak nooit ontmoedigd, wees niet kleinzerig. En onthou altijd dat anderen je kunnen haten, maar dat zij niet winnen tot jij hen haat, en dan vernietig je jezelf.’

Arnon Grunberg over Friedrich Nietzsche: De vrolijke wetenschap

Elk jaar is een uitstekend jaar om ons eraan te herinneren dat we ‘het waanzinnige, het lachende, het huilende, het ongelukkige dier’ zijn ‘dat op hoogst gevaarlijke wijze het gezonde dierenverstand verloren heeft’ – het ongelukkige dier lijdt aan vergeetachtigheid – maar 2018 was het jaar dat Nietzsches De vrolijke wetenschap in een nieuwe en uitstekende vertaling verscheen, daarom moet het boek zeker aan het einde van 2018 wederom onder de aandacht worden gebracht, althans voor de lezer die het Duits niet beheerst – zij die het Duits beheersen, kunnen het licht perverse genoegen van de vertaling smaken.

Lees ook de recensie: Nietzsches les voor Nederland

Daarnaast zijn moraal en sentiment aan een opmars bezig. Ze gaan hand in hand: moraal is naast al het andere ook rationalisatie van het sentiment. Nee, God is niet dood, maar heeft slechts een andere gedaante aangenomen: de moraal. Zijn engelen, profeten en psalmen zijn ingewisseld voor vreugdeloze redeneringen die doorgaans elk retorisch vernuft missen. Deze nieuwe god moet kleine en grotere gemeenschappen van een gemeenschapsgevoel en nieuwe vijanden voorzien. En ook nu kan men de behoefte zuiverder dan de ander in de leer te zijn nauwelijks onderdrukken. De moraal spoort het individu aan een ‘functie van de kudde’ te zijn, schreef Nietzsche en hij maande ons boven de moraal te zweven en te spelen, waarbij we kunst noch nar kunnen missen. Voor wie nog niet overtuigd is, geven we Nietzsche het laatste woord: ‘Wat hebben we aan een boek dat ons niet eens boven alle boeken uittilt?’

Jaap Robben over Peter Goes: Tijdlijn

Voor mij bestaat 2018 uit twee verschillende jaren. Allereerst het jaar dat ik op mijn telefoonscherm zag. Daar keek ik met een soort machteloze betrokkenheid naar. Morgen gaat het mis. Alles voelde groots, onheilspellend, alarm, er moet nu iets gebeuren, boze tweets, een-voor-twaalf, plasticsoep in zee. Kernoorlog, oh nee toch geen kernoorlog. Voor dat jaar zou ik kiezen voor het prachtig getekende, monumentale boek Tijdlijn van Peter Goes waarin hij laat zien hoe de mens zich door de geschiedenis krioelt.

Maar 2018 bestaat ook uit een ander jaar. Het jaar dat ik zie als ik nu uit het raam keek. Naar de velden met het korte decembergras. Iemand fietst voorbij. In de verte een elektrische vuilniswagen die zakken met plastic huisvuil ophaalt. Er komt een uit verhouding grote hond aan die een kind voorttrekt. Ik ken ze niet. Het beest snuffelt bij onze oprit, hurkt neer en strekt zijn staart. Er tuimelt een drol naar buiten. Ondertussen spiedt het kind rond en hoopt dat niemand dit doorheeft. In de hoop niet met haar vingers in een zakje te moeten om die lauwe keutel uit het gras te krabben. Dan merkt ze mij op achter het raam, blijft me een paar tellen aankijken. Zo onopvallend mogelijk frommelt ze het lege zakje terug in haar broekzak. Ik krijg een glimlachje, de enorme hond trekt haar alweer verder. Voor het jaar dat ik vanuit mijn keukenraam zie, sla ik de altijd geruststellende bundel Het oog van de naald van A.L. Snijders open.

Mensje van Keulen over Maeve Brennan: De twaalfjarige bruiloft en andere verhalen

Oorlogen. Brandhaarden. Armoede. Chaos. Een toenemende bevolkingsgroei waardoor er nog meer klimaatontwrichting zal zijn en meer leed voor mens en dier. Van dit alles is geen sprake in De twaalfjarige bruiloft en andere verhalen van de Ierse Maeve Brennan. Bij haar draait het om de familie Bagot en dan vooral om de goedhartige Delia. In haar ‘kleine, alledaagse woning’ zorgt ze dat de dagen ordentlijk verlopen. Haar geluk haalt ze uit de liefde voor haar twee dochtertjes, haar hond en katten, maar voortdurend is er de schaduw van een falend huwelijk.

Lees ook de recensie: Een huis als een literair universum

Brennan beschrijft dit wegkwijnen zo minutieus dat het je de adem beneemt. Ontsnappen is onmogelijk. De enige keer dat Delia dit in haar fantasie doet, is wanneer het kleed ligt te luchten in het tuintje en ze erop zou willen liggen om weg te vliegen. En nogmaals, als het kleed in de kamer in zijn geheel zichtbaar is omdat er een nieuwe sofa wordt bezorgd. Ze heeft zich ter harte genomen dat denken leidt tot zelfmedelijden ‘en daar bestond al genoeg van op de wereld’. Er wacht haar nog een genadeslag na haar dood als Min, een zus van haar eveneens ongelukkige man, opmerkt: ‘Delia had geen betekenis.’

Zeg niet dat het leven niet zo triest is als in deze verhalen, want zo is het vaak wel. Er zouden ongetwijfeld meer dan de jaarlijkse dertigduizend echtscheidingen plaatsvinden als de een de kinderen of de ander de pijn wil besparen. Laat dit boek lezen aan de bezoekers van een meubelboulevard, op zoek naar een kleed, een sofa, en de hele boek kan naar de kringloop.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.