‘Oom Broer kreeg wel erkenning, mijn Henk greep ernaast. Waarom?’

Weduwe Nederlands-Indische veteraan De Indische Nederlander Henk Hinsbeeck kreeg volgens zijn weduwe nooit compensatie voor de jaren dat hij in Japanse gevangenschap zat. Zijn broer die hetzelfde meemaakte, kreeg wél ‘backpay’. Volgens de overheid zit het toch anders.

Yvonne Hinsbeeck-Lafleur met het portret van haar overleden man Henk Hinsbeeck. Hij overleefde de Slag in de Javazee en Japanse krijgsgevangenschap.
Yvonne Hinsbeeck-Lafleur met het portret van haar overleden man Henk Hinsbeeck. Hij overleefde de Slag in de Javazee en Japanse krijgsgevangenschap. Foto Reyer Boxem

Yvonne Hinsbeeck-Lafleur snapt het nog steeds niet. Hoe is het mogelijk dat van twee vrijwel dezelfde verzoeken om ‘backpay’ er één wordt toegekend en de andere niet? Toch is dat gebeurd met de aanvraag van haar inmiddels overleden man Henk. Hij kreeg zijn laatste kans op erkenning in 2016 niet, en diens oudere broer Anton, ‘oom Broer’, wel. De familie wil weten hoe dat zit.

Lees ook: Van ‘backpay’ naar ‘collectieve erkenning’. Maar van wat?

Het gaat om uitbetaling van de zogeheten ‘backpay’: een eenmalige premie van 25.000 euro voor oud-Indische ambtenaren en ex-militairen ter compensatie van het salaris dat zij misliepen in Japanse gevangenschap tussen 1942 en 1945.

Toen in december 1941 de oorlog uitbrak met Japan was Henk Hinsbeeck twintig, en studeerde hij elektrotechniek in Bandoeng, Java. Hij kwam als dienstplichtig militair terecht bij de marine en werd elektromonteur op torpedobootjager Hr.Ms. Kortenaer. Bij de voor de bezetting van Nederlandse-Indië beslissende Slag in de Javazee op 27 februari 1942 werd het schip door een Japanse torpedo tot zinken gebracht. „Hij zei altijd dat hij nog geen lampje had kunnen indraaien of het schip werd al getorpedeerd”, zegt dochter Peggy. Haar vader werd op 28 februari 1942 met circa honderd overlevenden uit zee gered door de Britse torpedobootjager HMS Encounter en aan wal gezet in de havenstad Soerabaya. „Hij had zes uur in zee gelegen”, zegt zijn weduwe, „maar de haaien lustten hem niet.” Ruim een week later, op 7 maart 1942, capituleerde Nederlands-Indië.

Birmaspoorweg

Mevrouw Hinsbeeck vertelt dat haar man later dat jaar net als andere geallieerde krijgsgevangenen naar Thailand werd gestuurd om te werken aan de Birmaspoorweg. Meer dan honderdduizend dwangarbeiders, voor het merendeel Indonesiërs, Thai, Maleisiërs en Birmezen, vonden de dood. „Henk werd ook ziek”, zegt mevrouw Hinsbeeck: „hij kreeg difterie.”

Maar in het kamp gebeurde iets opmerkelijks: toen hij langs de keukens liep om zijn eten te halen ontdekte hij zijn oudere broer Anton, die werkte daar. Dochter Peggy: „Ze hadden elkaar vier jaar niet gezien, want oom Broer was al eerder in dienst gegaan bij het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) en zo ook krijgsgevangene geworden. Zij ruilden van baan. Oom Broer ging werken aan het spoor, mijn vader in de keukens. Tot hij was aangesterkt.”

Uiteindelijk kwamen beide broers levend terug. Net als zoveel anderen die uit de kampen kwamen, diende Henk Hinsbeeck nog twee jaar tijdens de Indonesië-oorlog bij het KNIL. Maar in 1947 zwaaide hij af. Uiteindelijk zou hij, na een verblijf van 15 jaar in Nieuw-Guinea, in 1962 met zijn intussen gevormde gezin aankomen in Nederland.

Daar ging Henk aan de slag bij het provinciale energiebedrijf in Friesland. „In 2016 kregen we bezoek van de burgemeester omdat we 60 jaar waren getrouwd. Ik was het al helemaal vergeten”, zegt zijn weduwe. „Al die tijd was mijn vader niet gecompenseerd voor de jaren die hij in Japanse krijgsgevangenschap had gezeten”, zegt dochter Peggy. „Hij heeft er nooit erkenning voor gekregen. Op een bepaald moment was er sprake van dat hij een medaille kon krijgen. Maar toen ik daarnaar informeerde, bleek dat we ervoor moesten betalen. Dat weigerde hij. Hij vond dat hij niet hoefde te betalen voor iets wat hij had verdiend”.

Lees ook: Hoe Indonesië naar de kolonisator kijkt

Geen erkenning

Toen in 2015 de overheid besloot om oud-Indische ambtenaren en ex-militairen te compenseren voor de jaren dat zij in Japanse gevangenschap hadden gezeten, wilde Henk Hinsbeeck daar wel voor in aanmerking komen. Peggy „We hadden wel gehoord dat mensen die bij de Koninklijke Marine hadden gediend al direct na de oorlog waren gecompenseerd. Maar vader zei altijd dat hij nooit iets had ontvangen, want hij was opgekomen voor de Indische Zeemacht en die waren anders behandeld.”

NIOD-onderzoeker Hans Meijers schreef dertien jaar geleden over de backpay-kwestie het rapport De Indische rekening, Indië Nederland en de backpay-kwestie 1945-2005. Hieruit blijkt onder meer dat direct na de oorlog de Koninklijke Marine als enige overheidsdienst het personeel tijdens gevangenschap gederfde inkomsten uitbetaalde. Dat gold niet voor marinepersoneel van de Indische marine, die onder het koloniaal gouvernement viel. Meijers: „Enkel het feit dat de Koninklijke Marine-zeeman uit een andere schatkist betaald kreeg, maakte dat hij wel backpay ontving en de in gouvernementsdienst dienende soldaat of zeevarende niet.”

Uiteindelijk overleed haar man zonder te weten of hij backpay zou krijgen, zegt mevrouw Hinsbeeck. „De afwijzing kwam een week na zijn overlijden.” De SVB gaat ervan uit dat Hinsbeeck bij de Koninklijke Marine heeft gediend, dus al direct na de oorlog is gecompenseerd voor het gederfde inkomen.

De familie en de belangenorganisatie IndischPlatform 2.0/Maluku4Maluku bestrijden de beschikking van de SVB. Zij stellen zich op het standpunt dat Henk Hinsbeeck diende bij de Gouvernementele Zeemacht en niet bij de Koninklijke Marine. Maar uit documenten van de marine en uit een aanvraag om in aanmerking te komen voor een uitkering op basis van de Uitkeringswet Indische gedetineerden in 1983 komt naar voren dat aan Henk Hinsbeeck de backpay wél zou zijn uitbetaald. Ook geeft hij aan gewerkt te hebben bij „de marine”. IndischPlatform2.0/Maluku4Maluku zegt dat Hinsbeeck het formulier destijds verkeerd heeft ingevuld. De overheid zou zonder stortingsbewijs onvoldoende hebben aangetoond dat Hinsbeeck daadwerkelijk is uitbetaald. „Hij heeft tot op zijn doodsbed volgehouden dat hij nooit is gecompenseerd, dat moet ook tellen”, zegt Leo Reawaruw van deze belangenorganisatie.

Mevrouw Hinsbeeck is moe van de hele kwestie. „Ach, het gaat niet om geld. Het gaat om de erkenning. Die heeft hij nooit gekregen.”