Weer een rampjaar voor Indonesië – vallen er meer slachtoffers dan nodig?

De tsunami afgelopen weekend is een akelige afsluiting van wat toch al een rampzalig jaar was voor Indonesië. Cynisch genoeg was de vloedgolf voorspeld door wetenschappers.

Een jongen bedekt zijn gezicht in Rajabasa in Lampung, drie dagen na de tsunami.
Een jongen bedekt zijn gezicht in Rajabasa in Lampung, drie dagen na de tsunami. Foto Mohd Rasfan/AFP

De vloedgolf in West-Java verraste iedereen, alleen had dat niet gehoeven. Er bestaat onderzoek dat precies voorspelt wat afgelopen weekend gebeurde met de vulkaan Anak Krakatau – wat tot honderden doden leidde.

Drie wetenschappers beschrijven in tijdschrift Geological Society in 2012 wat voor een steile en instabiele constructie de vulkaan is. Ze maken een berekening: als een fiks deel van de vulkaan instort en er ontstaat een aardverschuiving, zou dat een vloedgolf van 15 tot wel 30 meter veroorzaken. Maar, schrijven ze hoopvol, „een snelle waarneming door het observatorium en een efficiënt waarschuwingssysteem aan land kunnen voorkomen dat deze hypothetische gebeurtenis dodelijk uitpakt”.

Dat liep anders, want zo’n waarschuwingssysteem werd nooit gebouwd. De voorspelling van de wetenschappers lijkt verder wel uitgekomen: satellietbeelden suggereren de instorting van een flank van de Anak Krakatau. De tsunami viel minder hoog uit dan de onderzoekers hadden berekend in hun worst case scenario. De vloedgolf was tussen de 2 en 5 meter hoog. Er kwamen, volgens de laatste berichten deze dinsdag, 429 Indonesiërs om het leven. Zo’n 1.500 mensen raakten gewond.

Ravage en lijkenzakken

De tsunami is een akelige afsluiting van wat toch al een rampzalig jaar was voor Indonesië. Weer gingen beelden van ravage en lijkenzakken de wereld over. Weer familieleden verloren, weer huizen kapot en levens vernield. In augustus vielen meer dan 550 doden bij een aardbeving op Lombok. Eind september zorgde een tsunami op Sulawesi voor meer dan 2.000 slachtoffers. En in oktober stortte een vliegtuig in zee: 189 doden.

Zeker als rampen elkaar zo snel opvolgen, roept dat sympathie en medeleven op. Plus vaak de vaststelling dat natuurgeweld helaas niet te voorkomen valt. Alleen maakt het wel uit hoe Indonesië omgaat met het gegeven dát het land zo veel risico loopt, met bijna 130 actieve vulkanen en aardplaten die ingewikkeld liggen en snel aardbevingen veroorzaken. Vallen er meer slachtoffers dan nodig?

Nationale rampendienst

Met publicaties zoals die over de Anak Krakatau gebeurt in elk geval weinig. Er lijkt vooral steeds een ramp nodig om bewustzijn te brengen. Na de grote tsunami op Tweede Kerstdag in 2004, waarbij alleen in Indonesië al meer dan 200.000 doden vielen, nam het land een serieuze serie maatregelen. Ook nu zei de woordvoerder van de nationale rampendienst BNPB al snel dat er een specifiek waarschuwingssysteem moet komen om aardverschuivingen bij vulkanen te kunnen meten.

In augustus vielen ruim 550 doden bij aardbeving op Lombok. Eind september zorgde een tsunami op Sulawesi voor ruim 2.000 slachtoffers. En in oktober stortte een vliegtuig in zee: 189 doden.

Die BNPB zelf werd ook opgezet als gevolg van de tsunami in 2004 en de dienst moet ervoor zorgen dat Indonesiërs beter voorbereid zijn op rampen. Dus nu houden scholen in risicogebieden af en toe evacuatie-oefeningen. En er is een tsunami-waarschuwingssysteem gekomen, met seismografische sensoren, getijdemeters en boeien die het niveau van de zeespiegel meten.

Zo’n nieuw systeem opzetten is één ding, maar dat vervolgens onderhouden is minstens zo belangrijk. De 22 meetboeien die na 2004 in zee werden geplaatst, werken al sinds 2012 niet meer. Ze zijn kapot gemaakt door vissers of dieven hebben onderdelen gestolen. Geld om de boeien te onderhouden en weer aan de praat te krijgen, kwam er niet. Het budget voor de BNPB daalde flink na 2015.

Bouwregels genegeerd

Een ander probleem is de slechte staat waarin veel huizen, restaurants en andere gebouwen verkeren. Er zijn wel bouwregels, maar lang niet iedereen leeft die na. Op veel stranden staan hutjes van bamboe of hout die daar officieel niet mogen staan en ook maar tegen weinig bestand zijn. Dat geldt net zo goed voor het binnenland, in veel dorpen en steden is de huisvesting provisorisch en wonen mensen dicht op elkaar. Zo kan een relatief lichte aardbeving toch veel schade veroorzaken.

Politiek gezien speelt de vraag of de Indonesische regering wel genoeg doet om haar bevolking veilig te houden, steeds maar korte tijd. President Joko Widodo gaat na elke ramp snel op bezoek om de slachtoffers een hart onder de riem te steken. In september, bij de tsunami in Sulawesi, kwam er wel kritiek op de overheid toen slachtoffers daar dagenlang geen toegang hadden tot water, eten en benzine. Alleen ebde de belangstelling vrij snel weer weg. En er ontstond verder amper een publiek debat over de vraag welke lessen de overheid hieruit kon en moest trekken.

In het algemeen verwachten Indonesiërs ook niet zo veel van hun overheid. Het land is nu zo’n twintig jaar democratisch en de bevolking is nog niet gewend haar leiders op (wan)beleid af te rekenen. Tel daar nog een licht defaitistische houding bij op, vaak ingegeven door religie: wat gebeurt, gebeurt. Zoals moeder Dwi Retno Suprianto, die afgelopen maandag verdwaasd ronddwaalde op het Tanjung Lesung Beach Resort. Ze was haar dochter kwijt en die was hier toen de tsunami toesloeg: „We hopen, met Allahs goedkeuring, dat ze snel gevonden wordt.”

Lees ook de reportage van Annemarie Kas vanuit het rampgebied: ‘Waarschuw je mensen, er komt veel water aan!’
    • Annemarie Kas