Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Tuincentrum

We reden naar een tuincentrum in de Beemster, een loods in oneindig vlak land. Het parkeerterrein was leeg. De vriendin zei dat er vroeger wel een oliebollenkraam voor de ingang stond en dat je er de dagen voor Kerst over de hoofden kon lopen. Zij kon het weten, het tuincentrum was opgezet door broers van haar moeder, met de leukste had ze vorige week een kerstboom uitgezocht.

Vroeger was weg, het tuincentrum was Intratuin geworden. Het was gegaan zoals het de Vegetarische Slager ook zal vergaan: uiteindelijk worden die kipstuckjes en gehacktballen gewoon Unox.

„Hier speelde ik als kind met mijn neefjes en nichtjes”, zei de vriendin met weemoed in haar stem. Ik kende dat gevoel: een oom van mij was importeur van Adria-caravans te Oirschot. Wij speelden verstoppertje in de showroom, in mijn herinnering kwam daar altijd het ‘Smurfenlied’ van Vader Abraham door de speakers.

We liepen de kerstroute.

Als er iets bijzonders te zien was hing er gestencild vel papier in een plastic mapje bij met de tekst ‘fotomomentje’. Fotomomentjes waren een berenorkest dat met een druk op de rode knop begon te spelen, een kabouterdorp met musicerende kabouters van papier-maché en de enorme tafel waarop treintjes van niets naar nergens reden en waarnaast een jongen stond die de hele tijd ‘niet aan het kabelbaantje komen’ zei. Hij en de rest van het personeel droegen identieke kersttruien. Ze waren zeer behulpzaam. Zelfs toen ik een zak tuinaarde bekeek, werd me gevraagd of ik ergens mee geholpen kon worden.

„Heeft u bijvoorbeeld een schep?”

Ik wist het niet.

Ik stuurde de oudste dochter naar haar moeder die zich verderop zat te verdiepen in prullaria die van ons huis een knipperende uitdragerij moesten maken, ze kwam terug met de mededeling dat we geen schep hebben.

Ik legde een schep in de kar.

De verkoopster: „Hebt u een gieter?”

Je kon ook overdrijven, en dat wist ze zelf ook wel.

Even later zag ik onze dochters gearmd voor een kooi met cavia’s en konijnen zitten. Op de achtergrond klonk ‘It is beginning to look a lot like christmas’. Ik pakte mijn iPhone om het te filmen zodat ik het later nog een keer zou voelen.

Achter mijn rug werd ondertussen een personeelslid niet vriendelijk toegesproken door een leidinggevende, ook in kersttrui.

„Mag ik jou nou eens vragen waarom er bij de cavia’s geen printje met ‘fotomomentje’ hangt?”

In kerstfilms gaat zo’n leidinggevende dan zo nog een paar dagen kleinzielig door om vervolgens op kerstavond tot inkeer te komen, maar het leven is geen kerstfilm. Zo wilde ik mijn schep uit stil protest eerst terug gaan leggen, maar dat vond ik na twee stappen al te veel moeite.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen