Ook de oude Grieken waren al dol op een goed complot

Complottheorieën Waarom geloven mensen in complotten? Is er een evolutionaire verklaring, of is er meer aan de hand?

Mei 2002: de rouwstoet met het stoffelijk overschot van Pim Fortuyn rijdt door Rotterdam. Na de moord op de LPF-leider deden diverse complottheorieën de ronde.
Mei 2002: de rouwstoet met het stoffelijk overschot van Pim Fortuyn rijdt door Rotterdam. Na de moord op de LPF-leider deden diverse complottheorieën de ronde. Foto Robin Utrecht/ANP

Een moordenaar, hij? Absoluut niet! Het was een complot van zijn vijanden om hem in een kwaad daglicht te stellen. We schrijven 415 voor Christus en een man genaamd Euxitheus moet zich voor een Atheense jury verdedigen tegen de aanklacht dat hij tijdens een scheepsreis zijn medepassagier Herodes heeft vermoord. Euxitheus heeft de bekende redenaar Antiphon van Rhamnus ingeschakeld om een pleidooi voor hem te schrijven. In het betoog worden alle beschuldigingen aan het adres van de verdachte met kracht weerlegd, én wordt er met priemende vinger gewezen naar de échte daders – die spelen een smerig spelletje.

Een slaaf die eerder tegen hem had getuigd, was kort voor de rechtszaak vermoord. Dat was gebeurd, zegt Euxitheus, om ervoor te zorgen dat hij zijn woorden niet kon herroepen. En een briefje met daarop een mogelijk motief voor de moord, was door zijn vijanden aan boord van het schip gesmokkeld om hem verdacht te maken. Al deze „leugens” waren onderdeel van een samenzwering om Euxitheus van zijn land te beroven.

We weten niet of Euxitheus succesvol was met zijn betoog, maar een verdediging waarbij de beklaagde beweerde dat de beschuldigingen aan zijn adres deel uitmaakten van een complot, was in het democratische Athene van de vijfde eeuw voor Christus een beproefd recept. Alle grote redenaars uit deze tijd, die regelmatig door verdachten om hulp werden gevraagd, hebben pleidooien geschreven die draaien om een complottheorie. Binnen de democratie vochten verschillende facties om de macht en iedereen verdacht zijn tegenstanders ervan met complotten zijn doel te willen bereiken. Helemaal onterecht was die achterdocht overigens niet, want er zijn voorbeelden van Atheners die het op een akkoordje gooiden met gezworen vijanden als de Perzen en Spartanen.

Wereldheerschappij

Voor wie denkt dat de complottheorie een modern verschijnsel is, levert een blik op de geschiedenis tal van bewijzen van het tegendeel op. Niet alleen de Grieken geloofden in complotten, dat gold bijvoorbeeld ook voor de Romeinen (de grote brand van Rome in 64 zou het werk van de christenen zijn), protestanten (talrijke paapse moordcomplotten), en antisemieten (de Joden streven de wereldheerschappij na, zoals ze hebben uiteengezet in de Protocollen van de wijzen van Sion uit 1897).

Met de opkomst van het internet heeft het aantal complottheorieën wel een hoge vlucht genomen. Volgens Jan-Willem van Prooijen, universitair hoofddocent psychologie aan de Vrije Universiteit, is dat niet gek, want mensen lijken een natuurlijk instinct te hebben voor het ontwaren van complotten. „Ik heb dit jaar een artikel gepubliceerd waarin ik samen met een collega betoog dat de neiging in samenzweringen te geloven een overblijfsel is uit de tijd dat de mens als jager-verzamelaar moest overleven. Dat kans dat je toen vermoord werd door iemand uit een vijandige groep, was niet onaanzienlijk. Extreme achterdocht ten opzichte van anderen was op zijn plaats.”

We leven nu in een samenleving die een stuk beter wordt beschermd door wetten en regels, maar de evolutie van ons instinct – dat gedurende miljoenen jaren is gevormd – loopt achter bij de maatschappelijke ontwikkeling van de afgelopen 10.000 jaar, zegt Van Prooijen. „Je moet het zien als onze trek in suiker: dat was vroeger een eigenschap die ervoor zorgde dat we konden overleven, maar nu zorgt al die cola voor een wortelkanaalbehandeling bij de tandarts.”

Mensen gebruiken complottheorieën volgens Van Prooijen vaak als coping-mechanisme, om te verklaren waarom het in hun leven niet gaat zoals ze zouden willen. „Heel succesvol is dit mechanisme niet, omdat de overtuiging dat je door vreemde machten wordt tegengewerkt, niet echt bevorderlijk is voor je gemoedsrust. Het leidt juist tot méér, in plaats van minder angst.”

Uit onderzoek blijkt dat mensen vooral geneigd zijn te geloven in complotten bij heftige gebeurtenissen. Van Prooijen: „Grote gevolgen moeten grote oorzaken hebben.” Hij geeft een voorbeeld: „Tijdens een experiment hebben we een groep mensen een fictief nieuwsbericht voorgelegd waarin een oppositieleider een ongeluk met zijn auto heeft gehad. De ene helft kreeg een bericht te lezen waarin hij de aanslag overleefde, terwijl de andere helft las dat de politicus aan zijn verwondingen was bezweken. Het bleek dat die laatste groep eerder geneigd was te geloven dat er met de auto was geknoeid dan de eerste.”

Zingeving

Socioloog Jaron Harambam, als onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, gelooft niet zo in een evolutionaire achtergrond van het bestaan van complottheorieën, zegt hij. „Want dat verklaart niet waarom dit soort theorieën in sommige tijden vaker voorkomt dan in andere.”

Voor zijn proefschrift uit 2017 deed Harambam honderden uren veldwerk. Hij verbleef zowel online als offline onder mensen die door de buitenwacht als complotdenkers worden omschreven. „Je komt dit fenomeen tegen in alle lagen van de bevolking, van laag- tot hoogopgeleid en van arm tot rijk.” Ongenoegen is de voornaamste reden dat mensen geloven in complottheorieën, zegt Harambam. „Ze zijn ontevreden over hoe maatschappelijke instituties als politiek, media, en wetenschap functioneren. Het is een vorm van maatschappijkritiek, maar er zitten ook elementen van zingeving en identiteitsvorming in.”

Harambam vindt dat het interessanter is om de verschillen tussen complotdenkers te onderzoeken dan de overeenkomsten. „Wie zijn deze mensen, wat zijn hun ideeën, hoe komen ze daarbij en wat doen ze daarmee in hun dagelijks leven?” Complotdenkers worden vaak weggezet als mafketels, terwijl de problemen die ze aankaarten lang niet altijd denkbeeldig zijn, vindt hij. „Ik keek zelf bijvoorbeeld nogal op van de nauwe banden die er bestaan tussen sommige toezichthouders en de bedrijfstak die ze in het gareel moeten houden. Daar leek me de onafhankelijkheid soms echt in het geding.”

Begrip voor de motieven van individuele complotdenkers is prima, zegt Jelle van Buuren, maar complottheorieën zijn niet zonder risico’s, omdat ze de legitimiteit van instituties kunnen ondermijnen. Van Buuren is politiek socioloog aan de Campus Den Haag van de Universiteit Leiden en deed voor zijn promotie in 2016 onderzoek naar systeemhaat en complottheorieën rondom de moord op Pim Fortuyn, het idee van Eurabië (het plan van de Europese elite om de blanke bevolking te vervangen door Afrikanen en Arabieren) en het vermeende pedofilienetwerk rondom de hoge justitie-ambtenaar Joris Demmink. „We moeten het gevaar van dit soort ideeën niet overdrijven, maar als ze brede ingang vinden in de maatschappij, kan dat wel degelijk gevolgen hebben.”

De door Van Buuren onderzochte complottheorieën kenden eenzelfde structuur: het goedwillende volk stond tegenover een kwaadwillende elite. „Veel complotdenkers zeggen dat ze niet meer doen dan kritische vragen stellen aan de gevestigde orde. In dat opzicht verschillen ze niet veel van onderzoeksjournalisten, vinden ze.”

De meeste mensen die geloven in complottheorieën, zijn niet onwrikbaar in hun overtuiging, zegt Van Buuren. „Die zien iets langskomen op Facebook, en denken: nou, dat zou best kunnen. Als je hun argumenten aanreikt die het tegendeel bewijzen, zijn ze best bereid hun mening aan te passen. Er is slechts een kleine harde kern die totaal niet openstaat voor een ander geluid. Zij zien zichzelf als strijders van het Goede tegen het Kwaad.”

Deze overtuiging kan religieuze dimensies aannemen, en dat hoeft op zich geen probleem te zijn, aldus Van Buuren. „Maar op het moment dat je bepaalde bevolkingsgroepen gaat identificeren met het Kwaad en op zoek gaat naar zondebokken, wordt het opletten. Dat heeft de geschiedenis ons wel geleerd.”