Mooie vrouwen

Het Bankje Mensen zitten op een bankje en kijken voor zich uit. gaat naast ze zitten en vraagt wat ze bezighoudt.
Roland Blokhuizen

Jeffrey John staart niet, hij tuurt. Vanaf een hoger gelegen plateau met bankjes overschaduwd door de bomen in het park. Zijn blik strijkt 180 graden over de hele grasweide met paden tot aan de uitgang tweehonderd meter verderop. Hij is de jager, het plateau zijn jachthut, de weide zijn terrein.

En het wild? Dat zijn de mooie Dordtse vrouwen die voorbij lopen. „Hoi hoi”, zegt hij als er een zijn vizier in wandelt. Hij zwaait even. Aandacht vangen. Zwaait ze terug, dan klinkt zijn „hoi hoi” opnieuw, net zo vriendelijk. „Heb je even tijd voor mij?”

De vrouw ziet een fitte, gespierde jongen met lange dreadlocks zitten. Mouwloos shirt, schoudertasje, verfijnde bril. Hij geeft haar aandacht, daar is ze gevoelig voor.

En dan „van het ene puntje naar het andere”. Soms komt ze direct naar hem toe, ruikt ze de indringende geur van zijn aftershave. Soms staat ze alleen stil. Dan komt hij naar haar. En dan „gewoon een beetje babbelen”. Jezelf zijn, niet agressief, niet vervelend. Zeker niet forceren. „Gewoon netjes. Beetje lachen, gezellig praten.”

Soms loopt hij met haar mee over het jachtterrein tot aan de uitgang van het park. „Keer wat eten, drinken? In de zon zitten morgen?” Als ze zegt dat ze een vriend heeft, om te zien hoe hij reageert, vooral niet terugdeinzen. „We kunnen toch gewoon vrienden zijn?” Relatiestatus maakt weinig uit, is zijn ervaring. En dan haar telefoonnummer vragen, e-mail desnoods. „En als je geluk hebt, heb je gescoord.”

Hoe vaak het al zo verlopen is? Hij lacht. Hij heeft geen idee meer hoe vaak. „Héél vaak.”

De 34-jarige Jeffrey John was tien jaar oud toen zijn moeder een relatie aanknoopte met een Nederlandse man werkzaam bij Shell. Ze verhuisden met het gezin van Nigeria naar Hendrik-Ido-Ambacht. Wennen ging snel door school, voetbal. Alleen dat praten achter je rug om, dat „sneaky gedoe”, daar kan hij nog steeds niet tegen. „In Nigeria gaat alles gewoon face to face. Daar zeg je gewoon tegen iemand: nigga, ik mag jou niet.”

Jeffrey John verhuisde naar Dordrecht, daar woont hij nog steeds. Hij heeft er veel gevochten in de stad. Genoeg jongens die, net als hij, slecht tegen alcohol kunnen. Ze fokken hem op, maken hem pissig „en dan ga je reageren”.

Met moeder en zus zou hij zes jaar geleden naar Nigeria vliegen voor het weerzien met zijn vader. Maar de dag vóór de vlucht werd Jeffrey John opgehaald door de politie vanwege zo’n vechtpartij. Moest hij een nachtje zitten. De vlucht heeft-ie de volgende dag gemist. Maar nu heeft hij een nieuw ticket gekocht. In december gaat Jeffrey John zijn vader na 23 jaar weer zien.

„Ze denken daar allemaal dat ik miljonair ben”, lacht hij. „Ze moesten eens weten, haha.” Jeffrey John is arbeidsongeschikt verklaard na het openscheuren van zijn oog, opgelopen als stratenmaker. Door het trekken van zijn spier heeft hij sindsdien helse migraine.

Dagelijks zit hij in het park. Hardlopen, spieren trainen in de buitengym. Hij probeert nu afstand te houden van de mensen van wie hij „nog meer hoofdpijn” krijgt. Maar het park is als een discotheek zonder deurbeleid. Iederéén komt hij er tegen. „Hé, white boy!” roept hij, opstaand vanaf het bankje. „Ricardo!”

De vaste columnisten op pagina 2 hebben vakantie.