Recensie

Freek de Jonge roept op tot meer vervreemding en verwondering

Recensie Cabaret

In zijn nieuwste cabaretvoorstelling De suppoost zoekt Freek de Jonge naar vervreemding. Dat levert soms pijnlijke momenten op.

Freek de Jonge tijdens de expositie Het Volle Leven in het Groninger Museum, inspiratie voor zijn cabaretshow ‘De suppoost’.
Freek de Jonge tijdens de expositie Het Volle Leven in het Groninger Museum, inspiratie voor zijn cabaretshow ‘De suppoost’. Foto Kippa Siese Veenstra/ANP

Toen Freek en Hella de Jonge dit najaar in het Groninger Museum stonden met een grote expositie over hun leven en werk, noemden sommigen dat exhibitionistisch. Freek en Hella vormden namelijk zelf het middelpunt van deze tentoonstelling: ze waren zes dagen per week aanwezig om in gesprek te gaan met bezoekers. Ook voerde Freek performances uit – ze stonden tenslotte in het museum.

Nu Freek deze expositie weer tot onderwerp gemaakt heeft van zijn nieuwe cabaretvoorstelling, ligt het verwijt van exhibitionisme opnieuw op de loer. De suppoost begint met een powerpointpresentatie met beelden van de tentoonstelling. Ook gaat het zaallicht even aan zodat Freek kan informeren wie de expositie bezocht heeft (er gaan heel wat handen omhoog).

En zo begint De suppoost als een weinig boeiende reconstructie van een expositie die je misschien beter live had kunnen bijwonen. Hoewel Freek vervolgens probeert een interessante, nieuwe invalshoek te kiezen door zijn gesprekken met museumbezoekers als uitgangspunt te nemen, levert dit weinig op.

Lees ook: Op bezoek bij Freek en Hella

Op zichzelf zijn sommige bezoekersverhalen best vermakelijk. Zo blijkt een van de bezoekers ooit nog eens kaarsen gesmokkeld te hebben voor een kerkdienst van Freeks vader en inspireert de vraag of Freek zijn bril ophoudt in de kist de cabaretier tot een grappige anekdote over een overledene die niet op zijn foto lijkt.

Maar deze losse verhalen maken De suppoost tot een nogal fragmentarisch geheel. Freek springt van de hak op de tak en maakt zijn redeneringen vaak niet af. De suppoost die een hoofdrol in de voorstelling zou spelen, vervult slechts een onduidelijke bijrol.

Opgezette hond

Een terugkerend punt in de voorstelling is het pleidooi voor vervreemding, volgens Freek hard nodig in een wereld waarin onze zintuigen zo overprikkeld zijn dat er voor verwondering geen plaats meer is. Freek illustreert dit pleidooi aan de hand van een aantal performances en maakt daarbij gebruik van een intrigerend decor, dat met kandelaars, krukjes, een antieke vaas en een opgezette hond het midden houdt tussen een kerkinterieur en een museumopstelling. Helaas brengt Freek eerder een slechte imitatie van performance art, dan daadwerkelijk vervreemdende kunst.

Een beetje pijnlijk wordt het als Freek ons meeneemt in zijn pogingen om de jongste generaties te bereiken. Zo probeert hij in het museum toonladders te zingen met een groep kinderen die daarin weinig interesse heeft. Niet zo gek, want Freek stelt zich nogal elitair op. Zo verwijt hij een jonge Justin Bieber-fan een gebrek aan goede smaak, en roept hij dat kinderen geen vervreemding meer aankunnen.

Freek is op zijn best wanneer hij alle pretenties laat varen. Grappig is bijvoorbeeld zijn nonsensverhaal over Zwarte Cross, waar een bezoeker hem een mop vertelt over het verschijnsel ‘crosskicking’. Op zo’n moment toont Freek dat hij nog altijd een goede conferencier is, die de lachers op zijn hand heeft.

    • Dick Zijp