Opinie

De ‘achterbankgeneratie’ werkt juist het hardst van iedereen

Onderwijsblog Met weinig zekerheid op een goede baan moeten millennials om het hardst investeren in zichzelf, schrijft Benthe van Rossem.

Robin van Lonkhuijsen/ANP

De zogeheten millennial, geboren tussen 1980 en 2000, is lui, narcistisch, verslaafd aan sociale media, verwend, individualistisch en niet weerbaar. Oudere generaties hebben vaak een nogal negatief oordeel over ons. We zijn de ‘achterbankgeneratie’, zoals de hoogleraar psychologie Jan Derksen ons herhaaldelijk noemt, gepamperd door onze ouders en daardoor niet opgewassen tegen een stootje, want bij iedere tegenslag belanden we in een depressie of burn-out. Dit komt, stelt de Amerikaanse schrijver en millennial Malcolm Harris in zijn boek Kids these days uit 2018, “because they’ve changed the world in ways that have produced people like us”. Wie zijn ‘they’, hoe hebben zij onze wereld veranderd en wat zijn de gevolgen daarvan?

Met de groei van het kapitalisme zijn overheden en bedrijven mensen gaan zien als ‘human capital’. Dat menselijk kapitaal is de verzameling van de vaardigheden, kennis en ervaringen die een mens heeft opgedaan in zijn korte of langere leven. De papieren variant ervan is het cv: een samenvatting van training en ervaring in het verleden voor toekomstige arbeid. Deze ontwikkeling raakt de millennials sterker dan andere leeftijdsgroepen. Zij raakten gereduceerd tot productiemachines waarin ouders, industrie en overheid investeren opdat ze uiteindelijk een zo groot mogelijke economische waarde produceren.

Al van kleins af aan is ons millennials op het hart gedrukt zo veel mogelijk van dit menselijk kapitaal te verzamelen. Doe goed je best op school, investeer in jezelf en werk aan je cv om de onzekere toekomst tegemoet te kunnen gaan met zoveel mogelijk bagage. Het investeren begint al vroeg. Zo noemt Harris als voorbeeld een kleuterschool die het jaarlijkse toneelstuk afschaft omdat de kinderen de tijd om te repeteren beter kunnen besteden aan lezen en rekenen. Het idee van de mens als economische investering is de basis van ons educatiesysteem. Alles wat je leert op school leer je zodat je later een productieve, goede werknemer kan zijn. Daarnaast investeren ouders in bijlessen, muzieklessen en sportlessen. Thuis zorgen ouders dat hun kinderen alleen nog maar goedgekeurde snacks krijgen, spelen met gescreende leeftijdsgenootjes en zich bezighouden met leerzame activiteiten. Dit alles om de ontwikkeling van hun kind zo goed mogelijk te stimuleren. De kindertijd is geen tijd meer voor spelen, leren en groeien, maar voor training om later een goed functionerende, waardevolle en productieve burger te worden. Daar is weinig gemakzuchtigs ‘achterbankigs’ aan.

Na de middelbare school komt de kostbaarste investering: studeren. Met het nieuwe leenstelsel in Nederland is dit niet zonder risico, want er is geen zekerheid op een goede baan. Steeds meer kinderen volgen na de middelbare school een vervolgopleiding. Dus er is veel meer concurrentie. Daar komt de enorme competitiviteit vandaan die binnen onze generatie bestaat. Je tijd verdoen betekent een achterstand op de concurrentie. Daarnaast scheppen alle investeringen die in de kindertijd van de millennial zijn gedaan ook verwachtingen. Een zes of zeven zien sommige studenten tegenwoordig als falen, stelt de beroemde Amerikaanse psycholoog Peter Gray in een artikel met de omineuze titel Declining Student Resilience: A Serious Problem for Colleges.

Falen

Gray weidt uit over de verminderde weerbaarheid van de studenten. Ze zien fouten maken niet meer als iets waar je van kan leren, maar als falen. De externe maatstaven voor succes vinden ze belangrijker dan het leerproces en de autonome ontwikkeling. Dat studenten fouten ervaren als een grote teleurstelling, laat hun gebrek aan weerbaarheid zien volgens Gray. Ook Jan Derksen vindt dat deze ‘achterbankgeneratie’ weinig ervaring heeft met tegenslag en frustratie. In een Volkskrant-artikel uit 2016 (‘Narcisme en onzekerheid te wijten aan opvoeding’) betoogt hij dat het gezond is als kinderen bulten en schrammen oplopen, wanneer ze worden uitgedaagd en gefrustreerd. De weerbaarheid die kinderen dan ontwikkelen, moet ze overeind houden in een wereld waarin geldt dat je alles kunt als je maar wil. Deze oorspronkelijk Amerikaanse ‘positieve psychologie’ maakt welvaart, succes en welzijn je eigen verdienste. Maar daarmee is succes ook je eigen verantwoordelijkheid en is falen je eigen schuld. Niet vreemd dus dat studenten bang zijn om te falen en zo veel waarde hechten aan succes.

Deze competitiviteit, hoge verwachtingen en angst om te falen hebben een grotere vraag om hulp wegens depressies en burn-outs tot gevolg. Millennials hebben geleerd de oorzaak van mislukkingen altijd bij zichzelf te zoeken en werken dus ook via diagnosen verder aan hun perfectie. Tussen 2007 en 2015 is het gebruik van antidepressiva onder jongeren tot 21 jaar met 40 procent toegenomen, aldus de Stichting Farmaceutische Kengetallen. Ook met de behulp daarvan doen velen dus hun best naar wens te functioneren.

Volgens studentendecaan Marcel Melchers komen de hoge verwachtingen en prestatiedrang onder millennials ook door sociale media. Dat beargumenteert hij in het Leids universitair weekblad Mare, in het artikel ‘Leukste tijd van je leven?‘. Er heerst onder studenten een taboe op depressie. Het lijkt alsof iedereen in je tijdlijn een geweldig leven heeft. Ze delen alleen de hoogtepunten en leuke momenten, niet de tegenslagen en ongelukkige gebeurtenissen. Daardoor lijkt het leven van een ander altijd leuker. Millennials voelen niet alleen druk om hoge cijfers te halen voor hun studie en zich met nevenactiviteiten bezig te houden om zo veel mogelijk menselijk kapitaal te verzamelen, ze moeten ook nog eens een geweldig sociaal leven hebben en er goed uitzien voor hun socialemedia-accounts.

Gratis stages

Na de studie investeert de millennial in zichzelf door middel van een stage, merkt Harris ook op: een onbetaalde leerperiode op de werkvloer die wordt gezien als een noodzakelijke voorbereiding op werk. Een aanbevelingsbrief en een aantekening op het cv zijn zo waardevol dat millennials bereid zijn het enige weg te geven wat ze hebben: hun tijd en energie. De werkgever betaalt uit in ‘ervaring’ en houdt het geld in eigen zak. Een verhouding die scheef is gegroeid.

In een wereld waar elke keuze een investering is, wordt opgroeien heel complex. Voor ouders maakt dit de opvoeding een uitdaging. Onder de kop ‘Breinexperts vergallen het ouderschap‘ betoogde de Britse sociologe Jan Macvarish in Trouw dat de inmenging van positieve psychologen en vooral bemoeizuchtige neurowetenschappers in de opvoeding te ver gaat. Nog voor de geboorte zouden volgens experts allerlei handelingen invloed hebben op hoe een kind later wordt. Ook de ervaringen in de eerste uren en zeker jaren van het leven van een kindje zouden bepalend zijn voor het leven als volwassene. Wat ouders doen of laten zou dus een blijvende, onuitwisbare invloed hebben. Dat reduceert ouders tot instrumenten, die zo veel mogelijk dienen te investeren voor een optimale opbrengst, meent Macvarish. Dit is in overeenstemming met de Human Capital-theorie van Malcolm Harris. Iets vanzelfsprekends en plezierigs als voorlezen of spelen wordt plotseling een instrument om de ontwikkeling te stimuleren. Zo was een hobbelpaard voorheen gewoon een leuk sinterklaascadeau, maar is het nu (aldus de beschrijving van IKEA) een goede investering, want “schommelen ontwikkelt het evenwichtsvermogen en helpt het de hersenen om de indrukken in het hoofd te sorteren”.

Kortom: de wereld is veranderd en het gevolg zijn wij, millennials. Deze kapitalistische wereld mag ons narcistisch, verslaafd aan sociale media en individualistisch noemen, maar daar staat tegenover dat wij de best opgeleide en hardstwerkende generatie in de geschiedenis zijn, die enorme hoeveelheden tijd en geld investeert om zichzelf voor te bereiden op de arbeidsmarkt van de 21ste eeuw. Dat wij ons staande houden onder de hoge druk van deze veranderde wereld laat zien dat we wel degelijk weerbaar zijn. Auteurs als Harris en Macvarish maken ons daarvan bewust, zodat we ons desgewenst tegen die druk kunnen verzetten. Dan ontstaat er een heel andere vorm van weerbaarheid dan de weerbaarheid gepredikt door de vele ‘positieve psychologen’ die ons klaarstomen om onszelf zonder piepen in het kapitalistische geweld te storten.

Benthe van Rossem studeert geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam en ze is doktersassistente radiologie. Zij haalde cum laude het eindexamen gymnasium met de profielen Natuur en Gezondheid en Natuur en Techniek en was dataregistratiemedewerker oncologie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.