Dynamische musici: de leden van het Quartetto di Cremona

Cremona strijkkwartet laat zestien snaren zingen in Nederland

Cremona strijkkwartet Met hun vier Stradivarius-violen komen de leden van het Italiaanse strijkkwartet Quartetto di Cremona optreden in Leiden en Heemstede. „Klank is ons bloed.”

De beroemde virtuoos Niccolò Paganini beweerde dat vioolbouwer Antonio Stradivari „alleen werkte met hout van bomen waarin de nachtegalen zongen”. Diens instrumenten werden een bron voor muzikale mythen. Dat beseffen ook de leden van het Quartetto di Cremona, vier jongens uit Genua die nu, sinds een jaar, het zogenoemde Paganini-kwartet in bruikleen hebben: vier Stradivariussen bijeengebracht door de grootste vioollegende uit de geschiedenis.

En elk jaar vraagt de eigenaar – de Japanse Nippon Music Foundation – om vele geloofsbrieven als bewijs dat zij de onbetaalbare instrumenten nog waardig zijn. „Maar de Strads bezitten een eigenzinnig karakter”, vindt primarius Cristiano Gualco, „het duurt even voor ze onder nieuwe handen tot volle bloei komen.”

„Ach”, grijnst altist Simone Gramaglia, „wanneer we ze niet langer kunnen lenen, dan kopen we ze toch gewoon.”

De musici zijn in een vrolijke bui.

„Moeten we eerst een bank beroven”, zegt cellist Giovanni Scaglione.

„Gezien de toestand van de financiële sector hier in Italië wel tien of twaalf”, schat tweede violist Paolo Andreoli, „anders krijgen we zoveel geld niet bij elkaar.”

De klank is bloed

Het viertal zit aan de ontbijttafel van hotel Impero in Cremona, het historische centrum van de vioolbouwers – in deze stad legden de Amati’s het fundament waarop Stradivari en de Guarneri’s voortbouwden. De avond ervoor heeft het Quartetto di Cremona opgetreden in het Museo del Violino, in een houten zaal waarvan alle rondingen doen denken aan het innerlijk van een strijkinstrument. De vier Stradivariussen kwamen weer even thuis. En ze reizen eind dit jaar door naar Heemstede en Leiden, voor vijf concerten met de tien laatste strijkkwartetten van Mozart, en een van Beethoven.

De vier musici laten hun instrumenten zingen, wat niemand zal verbazen, want ze komen tenslotte uit het operaland bij uitstek. „Iedereen roemt ons doorgaans vanwege dat Italiaanse geluid”, zegt Gualco. „Ik zie het zo: wij omarmen de taal van de componisten die we spelen. Maar de klank, dat is bloed, die stroomt door onze aderen.”

„Luister naar violisten als Franco Gulli of Salvatore Accardo”, zegt Gramaglia. „Vanaf de eerste noot hoor je die volle, warme en zangerige toon.”

Van Accardo kregen beide oprichters – de primarius en de altist – hun eerste kwartetlessen aan de Stauffer Academie in Cremona. „We kwamen aanzetten met het lastige Eerste Razumovsky-kwartet van Beethoven”, herinnert Gualco zich. „‘Oh’, begon Accardo, ‘jullie hebben de makkelijkste gekozen.’ Hij zei dikwijls dat het vibrato moest klinken als de stemmen van de oude generatie operazangers. Die les heb ik altijd onthouden.”

Quartetto Italiano

Zo’n achttien jaar geleden begon het kwartet zijn bestaan. Dat vereiste moed, want Italië, wisten beide oprichters, was toen geen land voor kamermuziek. Ze gingen te rade bij Piero Farulli, de altist van het legendarische Quartetto Italiano – in de tweede helft van de twintigste eeuw een zeldzaam mooie bloem in de achtertuin van de opera. „Hij liet ons begrijpen hoeveel toewijding een strijkkwartet iedere dag weer van ons vraagt”, zegt Gualco. „Muzikaal benadrukte Farulli vooral de betekenis van de noten. Bij het begin van een Beethoven maakte hij immer een afwerend gebaar. ‘Te snel, te snel’, riep hij dan met een vies gezicht. Hij heeft mijn spel aanvankelijk eens met diarree vergeleken.”

„Later studeerden we bij Hatto Beyerle, oud-altist van het Alban Berg Quartett”, vertelt Gramaglia. „Dat bleek een botsing van inzichten. Want hij vond dat je de snellere metronoom-aanwijzingen van Beethoven in ogenschouw moest nemen. Voor Farulli daarentegen moest het tempo altijd de weerspiegeling vormen van het kloppen van een hart, niet van het tikken van een metronoom. Die twee uiteenlopende filosofieën stelden ons in staat een eigen weg te vinden: een mengsel van Beyerles analytische benadering en Farulli’s pathos.”

Quartetto di Cremona geeft één concert in Podium Oude Kerk Heemstede (28/12) en vier tijdens het Kwartetten Festival in de Stadsgehoorzaal Leiden (29-30/12). Inl: podiaheemstede.nl, leidseschouwburg-stadsgehoorzaal.nl