Opinie

    • Wilfried de Jong

Voetbaltrainer is een eenzaam beroep

Wilfried de Jong

Een paar oude hondenkoppen op de televisie, daar was het precies de juiste middag voor. De zon stond buitenspel door het wolkenpak en de aankomende kerst legde bij voorbaat een deken van weemoed over het land. Dus ja, drie zeer oude voetbaltrainers met elkaar in gesprek, in een businessruimte van een verlaten stadion; zo moest het zijn.

Leo Beenhakker, Guus Hiddink en Dick Advocaat hadden hun beste colbertje uitgekozen en voor de spiegel de grijswitte plukken in de goede richting geduwd.

Voetbaltrainers zijn mannetjes. Haantjes soms. Valse klootzakken. Sentimentele lieverds. Maar in dit geval vooral kerels van de wereld. Ze werkten in Engeland, Trinidad en Tobago, Spanje, Schotland, Zuid-Korea, Mexico, Turkije, Australië, Rusland.

Ja, ze waren rijk en wijs, zo vond het internationaal gelouterde drietal. Dan mag je als senior, als pensionado, de jongere garde best een uurtje doceren. Hun belangrijkste les: verdiep je in de cultuur van het land waar je werkt. Bij Inter in Italië had trainer Frank de Boer niet moeten aankomen met de principes van de Hollandse School. En waarom liet Phillip Cocu bij Fenerbahce de wat oudere maar zeer geliefde keeper Volkan Demirel niet lekker in het doel staan? Van een clubicoon blijf je in Turkije (‘drie keer zo emotioneel als wij’) zo lang mogelijk af. De supporters en pers pikken die wissel niet.

Steeds weer dat heerlijke geknik tussen de mannen. Leo Beenhakker met het hart op de tong, Guus Hiddink als de beminnelijke, nadenkende sfinx en Dick Advocaat die graag de rol van underdog naar zich toe trok.

Het ontbrak aan sigarenrook en whisky.

Met zijn drieën maakten ze een diepe buiging voor Rinus Michels. Baas boven baas. Ze haalden op hoe hij voor het EK van ’88 aan zijn keepers duidelijk maakte wie speelde en wie niet. Michels vroeg Hans van Breukelen en Joop Hiele bij zich, wees en zei: ‘Jij wel, jij niet.’

Advocaat leerde: doe je bespreking kort en duidelijk.

In het laatste deel van het gesprek ging er technisch iets mis. Het beeld liep niet synchroon met het geluid. Uit de mond van Hiddink kwamen de woorden van Beenhakker en Dick Advocaat sprak op zijn Hiddinks. Het gekke was, het maakte niets uit. De ervaringen leken inwisselbaar en werden versmolten tot een brij vol meningen en anekdotes.

Met Kerst op komst moest het met de heren toch ook over eenzaamheid gaan. Hiddink en Beenhakker vonden elkaar; in een moeilijke periode moet je mensen om je heen verzamelen die je steunen, anders voel je je verlaten.

Advocaat schoof naar voren: „Als je geen succes hebt, is het een heel eenzaam beroep, hoor.”

Er viel een oude hand op een oude schouder.

Terwijl de regenspetters tegen mijn raam tikten, dacht ik aan de verliezende en ontslagen trainers van de afgelopen weken. En Advocaats laatste woorden indachtig, had ik zowaar een beetje met ze te doen.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.