78ste minuut, 68ste balcontact, eerste balverlies

Frenkie de Jong De ontwikkeling van Ajax-talent Frenkie de Jong wordt in heel Europa gevolgd. Een middag in zijn voetspoor, met Ajax in de Galgenwaard.

Frenkie de Jong voor de wedstrijd tegen FC Utrecht.
Frenkie de Jong voor de wedstrijd tegen FC Utrecht. Foto ANP Pro Shots

Gejoel, uiteraard, als zondagmorgen ruim een half uur voor de aftrap de Ajacieden vanuit de spelerstunnel het veld betreden. Frenkie de Jong sjokt zijn spieren warm met een paar loopjes over het veld. Kan hij het ook op een natte decemberzondag in de Galgenwaard?

Vijf koppeltjes van basisspelers spelen elkaar de bal toe. Hij met Matthijs de Ligt, altijd met Matthijs de Ligt. Tik, tak. Kaatsen, draaien. Kort positiespelletje daarna om scherp te worden, paar keer afronden nog voor het gevoel. Dat is niet zijn kerncompetentie, schieten. Hij weet het, daar moet hij wat mee. In de zelfanalyse bij Fox Sports, na afloop, somt hij op waarin het nog beter kan. Dat dus, het afstandschot. Strakkere lange ballen wil hij geven, „met rechts en links”. Vaker diep kijken, niet alleen kort om zich heen. Sneller de steekpass. „En nog veel meer.” Dikke grijns.

Tegen FC Utrecht staat hij met Lasse Schöne controlerend op het middenveld. Op zijn telefoon moet vanochtend een berichtje hebben gestaan: ‘Maat, speel je eigen spel. Doe waar je goed in bent.’ „Voor elke wedstrijd stuur ik hetzelfde berichtje”, zei zijn zaakwaarnemer Ali Dursun in Voetbal International.

Handje in de zij

Het is 12.15 uur, doodgemoedereerd staat hij aan de middencirkel. Knieën iets gebogen, één handje in de zij, ander op de heup. Aftrap, en Ajax maakt het spel. Hij laat zich langs de lijn uitzakken bij een inworp, maar linksback Max Wöber gooit de diepte in. Dat gebeurt twee keer. Zijn handen vragen om uitleg. De Jongs eerste actie van stand is een pass op Wöber, links in de diepte. Een liefdevol balletje, geen vervolg.

Kort daarna volgt de schepping van een doelkans. Veertiende minuut, vijftiende balcontact, halverwege eigen helft, links voor de verdediging. Utrechts balverlies aan de zijlijn, De Jong krijgt de bal, draait zich om, blik op oneindig, ziet Dolberg vrijstaan en slaat met een strakke pass door het hart van het veld zes Utrechters over. Klinkt knapper dan het was, maar toch: hij zag het maar mooi. Drie man stoomt op tegen twee van de thuisploeg. Via Dolberg, Daley Blind en weer Dolberg is het 1-0.

Het gemor en gefluit zwelt aan: „U-trecht wakker wor-den!” Het regent hard. Het kwaliteitsverschil tussen Ajax en FC Utrecht marginaliseert de factor beladenheid van het duel. Hier geen verrassing, dit keer.

De Jong scant en screent voor de verdediging, maakt zich aanspeelbaar. Echt in de duels stort hij zich niet; vaak wacht hij andermans duel af en roomt de bal af als de kans zich voordoet. Hij is sneller dan zijn energiezuinige tred doet vermoeden. De één na snelste bij Ajax, zei hij in VI.

Hij hoeft, tegen FC Utrecht, niet één keer vol aan te zetten. Als centrale verdediger Daley Blind eens doorstapt bij pressing naar voren, vult De Jong de vacante ruimte in. Hij onderschept een voorzet, blokt een schot – afdoende in de afdeling vuile werk.

Maar Frenkie de Jong, dat is afwachten, schijnbeweging, tempoversnelling. Je verwacht misschien te veel magie op zo’n middag. Hoe vaak is hij ook gewoon een schakeltje in het radarwerk van trainer Erik ten Hag. Aanbieden, kaatsen, ruimte zoeken. Terug op De Ligt, vaak. Of naar Blind. Nooit naar André Onana, de keeper. Om de zoveel pasjes kijkt hij om zich heen. De rechterhand gaat soms speels omhoog terwijl de rechtervoet korte tikjes geeft. Onbedwingbaar wijst hij waar de bal heen moet. Of naar ruimtes die gedekt moeten worden.

Maar begin niet over Johan Cruijff. Die vergelijking slaat nergens op, vindt De Jong.

Kees van Wonderen, assistent-bondscoach, zag in die wervelende interland tegen Frankrijk in de Kuip vorige maand hoe De Jong aanvallers Olivier Giroud of Antoine Griezmann helemaal naar zich toe liet komen. „Anderen denken toch gauw: hij staat op vijf meter, ik speel ’m maar. Hij stelt dat moment van spelen uit, laat ze helemaal komen. Zo maakt hij de ruimtes groter voor een ander.”

International Georginio Wijnaldum, die na de eerste basisplaats van De Jong in Oranje alle tamtam ineens begreep rond de jongen uit Arkel, zei na de uitwedstrijd tegen Frankrijk: „Hij durft iemand uit te spelen. Dat geeft mij weer tijd om vrij te komen, omdat zij door moeten schuiven.”

Melkbushoogte

Terug naar Utrecht. Vlak voor rust wordt een bal aangespeeld op melkbushoogte door Hakim Ziyech, in de draai doodgemaakt en doorgespeeld door De Jong. Dat wordt dan verder niks – ja, een corner.

Na rust kabbelt de wedstrijd voort. FC Utrecht-captain Willem Janssen trekt Dolberg omver, Frenkie de Jong balt zijn vuist al als scheidsrechter Dennis Higler na lang overleg met de videoarbiter naar het scherm loopt. Penalty, vindt Higler na lang wikken en wegen achter het scherm. Dusan Tadic maakt 2-0, de Bunnikside bekogelt Ajax-keeper Onana. Vuurwerk explodeert in zijn doelgebied, even dreigt het duel stil te worden gelegd.

FC Utrecht komt terug in de wedstrijd, als de ingevallen linksback Daley Sinkgraven zich laat dollen door Sean Klaiber en de voorzet van de achterlijn bij de vrijstaande Nick Venema op het hoofd ploft.

De Jong laat zich gelden nu, trekt vijandelijk vuur aan met acties. Twee keer komt hij met een rush het strafschopgebied in, bal aan de voet. Eerste balverlies? 78ste minuut, 68ste balcontact. Ploeggenoot Blind zegt: „Technisch kan hij kort wegdraaien. Hij kan simpel spelen, maar in benarde situaties raakt hij niet in paniek. Dan voetbalt hij eronder uit, dat is belangrijk voor de ploeg.”

Met zijn laatste balcontact bepaalt de Jong de stand op 3-1, binnenkant voet van dichtbij. Even, na het juichen voor het uitvak, kijkt de videoarbiter naar de aanval. De Jong wacht. Een hand in de zij, de ander op de heup. Niets onreglementairs. Meteen volgt het eindsignaal.

En nu? Vakantie. New York, daarna Jamaica. „Over het algemeen”, zegt hij, „kijk ik redelijk positief terug.”

    • Bart Hinke