Over één ding zijn ze het eens: dit klimaatakkoord is te duur

De Stemming

Op de biologische markt vinden ze het klimaatakkoord niet ambitieus genoeg, in het bruin café vragen ze zich af „waarom het nu ineens allemaal anders moet”. En toch: iedereen doet zelf wel iets voor de planeet.

Foto Corné Sparidaens

Ze vinden eigenlijk allemaal hetzelfde, deze zaterdagmiddag na het sluiten van het klimaatakkoord. Dat akkoord is erg duur.

Ellen Pronk (54), vrijwilliger bij de moestuinen in de buurt: „De gewone mensen gaan te veel betalen.”

Nitai Das (51), verpleegkundige: „Shell betaalt niks. En de vliegmaatschappijen blijven buiten schot.”

Kim van Mourik (30), ze werkt in de horeca: „Alles is sowieso te duur.”

Guus Maier (56), internationaal vrachtwagenchauffeur: „Of je nou wordt gebeten door de kat of door de hond, betalen zul je.”

En ze vinden het akkoord ook niet goed. Maar om verschillende redenen.

Ellen Pronk en Nitai Das doen hun boodschappen vanmiddag op de Oogstmarkt op het Noordplein in Rotterdam. Je koopt er biologische, niet ingevlogen groentes, kazen van boerderijen uit de regio, desembrood van Jordy’s Bakery. Het klimaatprobleem is niet ver weg: met twaalf graden, te hoog voor de tijd van het jaar, kun je makkelijk zonder warmtelamp op een van de vele bankjes zitten. Er is glühwein en live muziek van The Funk Sweep, The Balcony Players en B’emnet.

Nitai Das vindt dat het akkoord geen bruggen slaat: „Wat je nodig hebt is meer bewustzijn bij de mensen. Dat ze zelf hun gedrag willen veranderen. Verandering van onderop, een grassroot-beweging.” Ellen Pronk: „Het zou helpen als bekende mensen het voorbeeld gaven.” Nitai Das: „Zoals vroeger Gandhi en Martin Luther King.”

Ellen Pronk vindt het ook te langzaam gaan: „Dan lees je dat iets wordt verplicht in 2030 of 2050. Nou, zo komen we er niet.” Daphne van Schaijk, creative producer, ze zit een paar bankjes verderop, zegt dat ook: „Ik ben 35, maar zelfs ík merk al dat het klimaat verandert.” Ook niet goed, zegt ze: dat de kleine stappen worden overgeslagen. „Zelf eet ik geen vlees en vlieg ik weinig. Mensen beseffen niet dat het enorm zou schelen als we dat met heel veel tegelijk zouden doen.”

We gaan eraan

Op de hoek van het Noordplein zit Café Postiljon. Het is een bruine kroeg, wanneer je er binnenstapt is het verschil met de biologische markt enorm. Dit is een buurt van contrasten, een oude volkswijk die eerst verkleurde en nu verhipt.

Guus Maier zit er achter een biertje. Hij snapt niet waarom alleen hier wat moet veranderen, zegt hij: „Indonesië, India, China: alles wat daar de lucht ingaat komt hier ook hè, als de wind verkeerd staat. Dus hoezo wordt het straks schoner? En dan al die boskap, het hele dierenrijk ligt daar op z’n reet. Zeg dáár eens wat van.” Kim van Mourik zit achter de fruitmachine, ze heeft net gewonnen, „mijn dag kan niet meer stuk”. Ook zij begrijpt de manier van besluitvorming niet: „Waarom moet het nu ineens allemaal anders? Dit wisten ze vijftig jaar geleden ook al, toch? En nu is het te laat, ik weet zeker dat we eraan gaan.”

Daar zijn ze het dus ook over eens: de toekomst van de planeet staat op het spel. Doen ze zelf iets om de klimaatverandering tegen te gaan?

Lees ook: Pas politieke steun voor klimaatakkoord-ontwerp als de cijfers kloppen

Ja, dat doen ze. Op het Noordplein vliegen ze weinig (Ellen Pronk: „Ik ben vorig jaar met de bus naar Londen gegaan”), hebben ze geen auto (Nitai Das, Daphne van Schaijk) of zijn ze van plan hun woning te isoleren. Zoals Paul Schurink (51), interieurarchitect, hij woont om de hoek in een huis uit 1880: „Ik vind zelf dat ik te weinig heb gedaan. Ik zou wel elektrisch willen rijden, alleen is dat te duur. Maar ik ga wel tussen nu en vijf jaar het huis isoleren.”

Stukje winst

En in Café Postiljon? Kim van Mourik vliegt niet („ik heb vliegangst”) en scheidt haar afval. Maar, zegt ze: „Negentig procent van de mensen doet niet z’n best. Dus wat maakt het dan voor verschil?” Vrachtwagenchauffeur Guus Maier heeft zonnepanelen („daar heb ik een stukje winst op”), maar is niet van plan elektrisch te gaan rijden: „Ik rij op maandag naar mijn werk en op vrijdag weer terug, het zou van de zotte wezen als ik daar een elektrische auto voor aanschafte. En voor vrachtwagens blijft het voorlopig nog wel even diesel.” En isoleren? „Ik heb een huis uit 1978, isoleren kost me, dat heb ik uitgerekend, 10 à 15.000 euro. Is het me dat waard? Als ik straks stop met werken en ik verkoop het huis, dan zegt de volgende eigenaar: dankjewel.”

Maar eerst komen de feestdagen eraan. Guus Maier gaat met zijn vriendin naar Berlijn. Niet met de auto. Maar ook niet met de trein, nee. „We gaan lekker vliegen.”