Opinie

    • Caroline de Gruyter

Op naar een nieuwe wereldorde

In het januarinummer van Foreign Affairs schrijft voormalig Amerikaans diplomaat Richard Haass: „Een wereldorde komt meestal tot zijn eind na een lange periode van geleidelijke verslechtering, niet door plotselinge ineenstorting.”

Europeanen doen er goed aan om dit stuk te lezen. Met minister van Defensie Jim Mattis verdwijnt de laatste ‘volwassene’ uit het Witte Huis – de laatste met wie wij enigszins zaken konden doen. Haass, die de denktank Council on Foreign Relations leidt, had geen beter moment kunnen kiezen om over de verkruimelende wereldorde te schrijven. Die is deze week weer iets dichterbij gekomen.

Mattis sprak ooit met stafchef John Kelly af dat één van tweeën altijd in de buurt van de president moest blijven, om te zorgen dat Trump zo min mogelijk schade zou aanrichten. Trump, zou Mattis zich eens hebben laten ontvallen, heeft het politieke inzicht van een tien-, elfjarige. Kelly blaast komende week de aftocht, Mattis in februari. Trump heeft de handen vrij.

Om een wereldorde te laten functioneren, schrijft Haass, heb je visie, tact, goed beleid en gerichte diplomatie nodig. Maar om een ontrafelende wereldorde een min of meer zachte landing te geven tot er iets nieuws voor in de plaats komt, is misschien wel een grotere dosis van al die eigenschappen vereist. Juist in een geopolitiek vacuüm is de kans op catastrofes immers groot.

Tijdens de Koude Oorlog waren er twee grote mondiale machtsblokken: Oost en West. In 1989 bleef het Westen als enige dominante blok over. Nu verbrokkelt ook dat. De wereld wordt multipolair.

Dit maakt Europa kwetsbaar. De VS stonden na 1945 aan de wieg van de Europese integratie. Nu moedigt Trump Brexiteers aan. Washington heeft decennialang onze geopolitiek gedaan en onze veiligheid gegarandeerd. Of Trump dit blijft doen, zelfs als NAVO-landen meer betalen, weet niemand. Trump is geobsedeerd door China. Hij lijkt Europese defensie te willen ‘bilateraliseren’: landen die diep voor hem buigen, zoals Israël of Polen, krijgen protectie. De rest laat hem koud.

‘America first’ betekent dat Europese landen tegen elkaar worden uitgespeeld – militair en op handelsgebied. „America first” betekent ook dat Rusland de vrije hand krijgt langs onze noord-, oost- en zuidoostelijke flanken. Rusland is een gemankeerde wereldmacht, uit op disruptie. In zijn zucht naar erkenning gebruikt president Poetin onconventionele wapens: corruptie, hackers, vluchtelingen. Europa moet daar antwoord op vinden.

Haass ziet weinig heil in een machtsblok van democratische, liberale Europese en Aziatische landen en Canada. In deze wereld is zo’n club militair en politiek te zwak. Hij vindt eerder inspiratie in 1814. In de orde die toen, na de Napoleontische oorlogen, in Europa ontstond. Het continent was verwoest. Oude en nieuwe machtscentra dreigden te clashen. Om dat te voorkomen, maakten zij tijdens een sessie van meer dan een jaar in Wenen afspraken om te voorkomen dat de zaak van de rails liep: ze verdeelden het continent in invloedssferen en beloofden niet in elkaars achtertuin te gaan stoken. Deze afspraken overleefden zelfs grote inbreuken, zoals de Krimoorlog.

Mondiale machtscentra zouden nu hetzelfde moeten doen, schrijft Haass. Eerst moet iedereen erkennen dat de oude orde niet terugkeert. Dan maken de VS, China, Rusland, Europa en anderen afspraken om te voorkomen dat we van een klif vallen.

Dit heet Realpolitik. Het lijkt in de verste verte niet op de wereld waar Europeanen lang van droomden, met mensenrechten en democratie als leidraad. Maar het zou enige stabiliteit garanderen. Europa, dat militair zwakker staat dan de anderen, zou hier groot belang bij hebben. Als Europese landen samen optrekken, kunnen ze een stem krijgen bij de geboorte van een nieuwe wereldorde. Zo niet, dan beslissen anderen voor hen.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.