‘Wanneer ga je nu eens genieten?’

Pensioenleeftijd Doorwerken na je 65e, is dat werkelijk gezonder dan stoppen? Wat is waarheid en wat is mythe?

Anjo Geluk stopte niet met schrijven op haar 65ste.
Anjo Geluk stopte niet met schrijven op haar 65ste. Foto Sake Elzinga

Als een van de tien kleinkinderen van Anjo Geluk (73) op bezoek wil komen, dan moet hij of zij dat niet al te onverwacht doen. Ze heeft een agenda. En die zit vaak vol. Geluk deed ná een carrière als verpleegkundige een studie sociologie en schreef een aantal boeken over de gezondheidszorg. Toen er na haar vijfenzestigste nieuwe drukken moesten komen, schreef ze als vanzelfsprekend door.

Het idee te stoppen vond ze raar. „Er moet in je leven toch iets van uitdaging zitten”, zegt ze. Bovendien heeft ze, nu ze de vijfenzestig gepasseerd is, meer ervaring, geduld en vertrouwen in haar eigen kunnen. Van een nacht doorhalen, zoals ze vroeger weleens deed, is nooit meer sprake. Morgen weer een dag.

Natuurlijk is Geluk een voorbeeld van een hoogopgeleide oudere, met een beroep dat fysiek niet bepaald zwaar te noemen is. Maar nu de pensioenleeftijd in Nederland vooralsnog gekoppeld blijft aan onze levensverwachting, moet langer doorwerken wel. Gemiddeld een jaar langer leven betekent immers een jaar langer werken.

Kan werk, mits fysiek niet al te uitputtend, ons op onze oude dag iets opleveren? Is 65-plus niet juist een ontzettend fijne leeftijd om te werken? De kinderen zijn veelal de deur uit, er is méér rust en meer levens- en werkervaring.

Wat is kort gezegd de waarheid over doorwerken, en wat is mythe?

Doorwerkers

Steeds meer ouderen kiezen ervoor om naast hun pensioen te werken. In 2017 had bijna 13 procent van de 67-jarigen in Nederland een betaalde baan, volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In 2003 was dat nog 6,7 procent. Met een baan werd in dit geval werk van meer dan twaalf uur per week bedoeld. Ook werkten steeds meer ouderen van 67 tot 75 en zelfs 75-plussers gewoon door nadat ze de AOW-leeftijd (66) hadden bereikt.

Maar verwar die stijging in arbeidsdeelname onder ouderen niet met een groter enthousiasme voor de stijgende pensioenleeftijd, zegt Kène Henkens, hoogleraar pensioensociologie. „Dat zijn twee heel verschillende dingen.” Bij het Nederlands Interdisciplinair Instituut (NIDI) leidt Henkens demografisch onderzoek naar het thema werk en pensioen.

Zo bleek uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau uit 2016, dat de meeste mensen in Nederland 61 jaar een mooie leeftijd vinden om met pensioen te gaan. „De kern in alle onderzoeken naar werken op hogere leeftijd is de mate waarin het een vrijwillige keus is”, zegt Henkens. Verplicht langer doorwerken is over het algemeen gewoon niet goed voor je welzijn, zegt hij. De groep mensen die naast hun AOW werkt, is daarom niet te vergelijken met de groep gedwongen ‘doorwerkers’.

Tussen 2001 en 2011 volgde het NIDI 2.400 Nederlandse mensen in de overgang naar hun pensioen. Doorwerken, zo bleek, kwam vooral voor bij hoogopgeleide, gezonde mensen. Slechts een kwart van de doorwerkers in Nederland doet dat uit financieel motief. Omdat het moet, dus. „Het grootste deel van de mensen die doorwerkt wil dat zélf”, zegt Henkens. Sterker nog: wie eigenlijk niet met pensioen wil gaan, wordt ongelukkiger als hij of zij stopt met werken. Vindt diegene daarna weer een baan, dan stijgt het welbevinden. Terwijl bij de groep die uit financiële noodzaak doorwerkt, het welbevinden juist sterk daalt.

Hoewel de voordelen van doorwerken op hogere leeftijd dus erg afhankelijk zijn van de persoon, worden er met enige regelmaat algemene claims gedaan over het nut van doorwerken. Doorwerken zou bijvoorbeeld gezonder zijn. Wie vroeg met pensioen gaat, sterft eerder, liet onderzoek aan de Universiteit van Zürich uit 2014 zelfs zien.

Die stelling werd in kranten en tijdschriften gretig overgenomen, vooral wanneer het over het verhogen van de pensioenleeftijd ging. „Dat mensen die eerder stoppen met werken ook vroeger dood gaan, is een waarheid als een koe”, zegt Henkens daarover. „Maar de causaliteit is bij deze onderzoeken nogal problematisch.”

Want zijn het over het algemeen niet de mensen met gezondheidsproblemen die eerder stoppen met werken? Henkens wijst bovendien op verschillende andere onderzoeken, waaronder een Nederlands onderzoek uit 2017, die juist aantonen dat met pensioen gaan de sterftekans verlaagt. „Veel onderzoek spreekt elkaar tegen”, zegt hij. „Vaak wordt gesuggereerd dat doorwerken gezond is, terwijl het bewijs daarvoor dun is en het onderzoek ernaar vaak normatief ingestoken. Zo van: we moeten langer doorwerken, dús is werken goed.”

Toekomstperspectief

Terug naar de vrijwillige doorwerker. Die ondervindt volgens René Schalk, hoogleraar bij het departement ‘human resource studies’ aan Tilburg University, véél voordelen bij het hebben van een baan. De meest logische punten in dat rijtje zijn geld, sociale contacten en het gevoel een nuttige bijdrage te leveren.

Werk zorgt bovendien voor een toekomstperspectief, zegt hij. „Daar is de afgelopen tijd veel onderzoek naar gedaan: mensen voor wie de toekomst open ligt, staan positiever in het leven.” Dat werkt overigens wel twee kanten op. Want het zijn juist de mensen met zo’n open blik op de toekomst, die vaker bereid zijn op hogere leeftijd door te werken.

Daarnaast verschaft werk een zekere vorm van identiteit. „Als je werk het belangrijkste deel van je identiteit is, dan is de prikkel om door te werken groot”, zegt Henkens. Het NIDI-onderzoek liet dat zien, en ook voor Anjo Geluk speelde dat mee. „Wat is je identiteit als je met pensioen bent?”, zegt zij. „Gepensioneerden die ik ken, antwoorden op de vraag wat ze doen vaak: ‘Niks’. En dan heel vlug: ‘Ik wás notaris’”.

Toch zou je kunnen stellen dat al het bovenstaande niet per se voorbehouden is aan betaald werk. Naast werk zijn er nog vele andere manieren om je leven een positieve invulling te geven. Dat bewijst het kleine percentage 65-plussers dat uiteindelijk doorwerkt ook, meent NIDI-onderzoeker Henkens. Vrijwilligerswerk kan de dag net zo goed structureren, of iemand zich nuttig laten voelen.

Geluk doet naast haar baan „tonnen” vrijwilligerswerk, zegt ze, maar ziet wel een verschil tussen die twee. Zo vertelt ze over een bevriende lerares handvaardigheid die met pensioen ging. Zij mocht hetzelfde werk vrijwillig blijven doen, maar „toch stopte ze al snel”, zegt Geluk. „Het voelde voor haar té vrijblijvend. En ook niet terecht. Want je doet precies dezelfde activiteiten ineens onbetaald.”

Henkens en Schalk denken dat het aantal 65-plussers met een baan in de toekomst alleen maar zal toenemen. Enerzijds omdat het aantal hoogopgeleiden bij wie werk en identiteit verweven zijn toeneemt. Anderzijds omdat er méér zzp’ers zijn zonder ruim opgebouwd pensioen, voor wie het wellicht een financiële noodzaak wordt om door te werken. „Op de lange termijn denk ik wel dat er een tijd komt waarin werken naast het pensioen heel normaal is”, zegt Henkens.

Stigma

Het enige werkelijk bewezen feit over doorwerken na de pensioenleeftijd is dus: gedwongen stoppen met werken op het moment dat je eigenlijk zou willen doorgaan, maakt ongelukkig. En juist dat komt op dit moment regelmatig voor. Zo’n 10 tot 15 procent van de ouderen wil helemaal niet stoppen met werken, maar moet dit na het bereiken van de AOW-leeftijd, zegt Henkens. Omdat in cao’s is vastgelegd dat hun vaste arbeidscontract dan automatisch afloopt. Doorwerken kan dan alleen met toestemming van de baas.

Maar Schalk denkt ook dat het stigma dat aan ‘oud zijn’ kleeft van invloed is. „Bedrijven hebben toch liever jonge, dynamische medewerkers.” Uit een groot promotie-onderzoek uit 2016, uitgevoerd bij het NIDI, blijkt bovendien dat heersende maatschappelijke normen over doorwerken óók een rol spelen in het besluit dat wel of niet te doen. Dat onderzoek werd gedaan in zestien landen en liet zien: in landen waarin het normaal wordt gevonden om op hogere leeftijd door te werken, wordt dat ook meer gedaan. Nederland scoorde erg goed, zo’n 90 procent van de ondervraagden vond het normaal om te werken naast het pensioen. Alleen Denemarken scoorde beter.

Toch ervaart Geluk dat heel anders, zegt ze. Doorwerken is helemaal niet normaal, vindt haar directe omgeving. Kennissen en vrienden spreken haar soms zelfs aan op haar werkende leven. „Wanneer ga je nu eens genieten?”, hoort ze dan. Over haar volle agenda heeft ze het op zulke momenten maar niet.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.