Vlees is het perfecte taboe-eten

Antropologie De ene cultuur eet hond, vleermuis of zeekomkommer, de andere verafschuwt het. Vleestaboes geven samenlevingen een gevoel van saamhorigheid en identiteit.

Illustratie MAT

We gaan even op de filosofische toer: wat is vlees? Dat een kipfilet in die categorie thuishoort daarover zal weinig discussie zijn. Maar wat is het antwoord als het gaat over een ei, vis of slakken? Dat zijn allemaal dierlijke producten. Maar is het ook vlees?

Wat mensen in verschillende culturen en samenlevingen ‘vlees’ noemen is arbitrair. Maar het is niet triviaal.

Volgens de Europese wetgeving mogen alle eetbare delen van landbouwhuisdieren (inclusief organen en het bloed) als vlees verhandeld worden. Het gaat om koeien, varkens, schapen, geiten, paarden en pluimvee. Konijnen en hazen vallen hier ook onder, net als gehouden en vrij wild. Voor die laatste categorie bepaalt overigens de jachtwet van het betreffende land wat wel en niet vlees genoemd mag worden.

Binnen Europa zijn grote verschillen in opvattingen over vlees. In een enquête onder 600 Italianen antwoordde bijna tweederde dat zij kikkerbillen als vlees zien. Ieren gruwen van paardenvlees hoewel de consumptie ervan in dat land niet verboden is. In Zwitserland slachten boeren honden en katten om hun vlees; dat is wettelijk toegestaan voor eigen consumptie, zo lang er maar niet in gehandeld wordt.

Lees ook de column van Louise O. Fresco: Ook bij voedsel is de morele dimensie er

In China, waarschijnlijk het meest vleesminnende land ter wereld, mogen álle delen van dieren die geschikt zijn voor menselijke consumptie vlees worden genoemd. En vis ook, net als schelpdieren, krabben, garnalen en zeekomkommers. Ze maken evenmin onderscheid tussen gehouden en wilde dieren.

In West-Afrika geldt het geroosterde vlees van ratten en vleermuizen als een delicatesse. Australiërs beschouwen pluimvee, vis en orgaanvlees niet als echt vlees. In dat land wordt door de eigen bevolking ook nauwelijks kangoeroevlees gegeten – men denkt dat het onhygiënisch is. Intussen wordt het wel veel geëxporteerd.

232 verboden

Van alle soorten voedingsmiddelen die mensen gebruiken is vlees wereldwijd het vaakst onderwerp van traditionele voedseltaboes. Antropologen Daniel Fessler en Carlos Navarrete die in een overzichtsartikel in het Journal of Cognition and Culture een inventarisatie maken van verboden voedsel in 78 verschillende stammen, hebben gezocht naar een verklaring voor de speciale positie van vlees. Ze tellen 232 verboden op bepaalde soorten vlees, ruim vijf keer meer dan taboes op andere categorieën voedsel. Overigens laten ze na goed te omschrijven wat ze verstaan onder vlees; vis is in hun onderzoek bijvoorbeeld geen aparte categorie.

‘Walging’ is het woord dat de weerstand tegen bepaalde soorten vlees samenvat, schrijven Fessler en Navarrete: „Walging is de vonk die een cascade in gang zet waarin normatieve moralisering en egocentrische empathie later een rol gaan spelen. Daarnaast zijn dieren door hun bezielde leven ook aantrekkelijk als symbolen of bron van magisch denken.”

De ambivalentie van mensen ten opzichte van vlees maakt het een uitermate geschikt doel voor „verworven geconditioneerde aversie”. Het verklaart waarom mensen bepaald voedsel, zoals ratten en slakken, niet gebruiken. Terwijl het wel een potentiële bron van hoogwaardige eiwitten en vet is.

De Amerikaanse antropoloog Marvin Harris trok in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw veel aandacht met een functionele verklaring voor vleestaboes. Varkensvlees werd volgens Harris niet voor niets in zoveel godsdiensten gemeden omdat varkens veel parasieten bij zich dragen die de mens kunnen besmetten.

Lees ook de necrologie (2001): Marvin Harris (1927-2001), Stormcentrum in de antropologie

Daarnaast zou het eten van varkensvlees samenhangen met allerlei andere lichamelijke aandoeningen als reuma, hoge bloeddruk en aderverkalking. De bezegeling van varkensvlees als taboe in religieuze wetten van joden en moslims is volgens Harris ingegeven en gecontinueerd door een kosten-baten-afweging.

Complexere motieven

Maar klopt die redenering van Harris wel? Ook andere soorten vlees brengen infectierisico’s met zich mee. Moderne antropologen zoeken de verklaring voor vleestaboes in meervoudige, complexere motieven en tradities. Voedseltaboes creëren een duidelijke identiteit en een gevoel van samenhorigheid onder de bevolking. Het is in sommige samenlevingen ook een middel om macht uit te oefenen, en om bepaalde mensen een privilege te geven. Zo beweren traditionele genezers in Nigeria dat kinderen geen vlees of eieren moeten eten omdat ze anders ziek worden – des te meer hebben de genezers dan zelf.

Medeleven met het dier dat net als wij van vlees en bloed is, doet mensen bepaald vlees mijden. Het eten van honden en katten vinden westerlingen wreed, omdat ze deze dieren als huisdier houden, maar het leidt er niet toe dat ze om die reden afzien van het eten van alle vlees. In religies waarin het geloof in reïncarnatie verankerd is, zoals het hindoeïsme, wordt het eten van vlees afgewezen omdat je door een dier te eten onbedoeld een voorouder zou kunnen opeten.

Ook zijn er volken die in totemdieren geloven, waardoor het eten van een bepaald dier taboe is, of in bepaalde gevallen juist wel geboden is.

Gezondigd

Toch blijken vleestaboes niet in steen gebeiteld. Als de nood aan de man komt, mag er ‘gezondigd’ worden. En een kleine verandering in de samenleving kan de eetgewoonten doen omslaan. Als het gevoel van walging verdwijnt, kan het kaartenhuis van het taboesysteem instorten, concluderen ook Fessler en Navarrete.

Dat gebeurde bijvoorbeeld in Japan. Daar gold meer dan duizend jaar een verbod op het eten van vlees. In het jaar 675 verbood keizer Tenmu het doden van dieren en het eten van vlees. Hoewel het verbod niet altijd werd nageleefd, ontstond er een sociaal taboe op vlees eten. Wie dat toch deed, moest boeten door een paar dagen te vasten.

Vanaf de achttiende eeuw werd onder invloed van westerse geneeskundeboeken in Japan wel versterkende en genezende kracht aan vlees toegeschreven. In 1872 schafte keizer Meiji het verbod officieel af. Walvisvlees hebben Japanners overigens nooit als ‘vlees’ beschouwd. Dat viel nooit onder het verbod.