De grootste burgeropsluiter ter wereld gaat wat aan zijn gevangeniswezen doen

Gevangenen in Ohio Amerika sluit relatief de meeste burgers op. De nieuwe ‘First Step Act’ moet dat veranderen: minder en kortere straffen.

Charles Mason bij Passages, een organisatie voor sociaal werkin Cleveland.
Charles Mason bij Passages, een organisatie voor sociaal werkin Cleveland. Foto Angelo Merendino

Als de voorwaarden voor zijn vrijlating zijn opgeheven, gaat Charles Mason ernst maken met zijn tuinplannen. In de staatsgevangenis van Loraine County, Ohio, heeft hij de plantenteelt bestudeerd. Welke soorten veel licht nodig hebben, welke juist minder. Hoe je de balans vindt tussen zure en alkalische grond. En wist je dat je alleen maar een touw hoeft op te hangen, met het uiteinde ervan in een emmer water, om planten die eraan hangen voldoende water te geven?

Cleveland, zegt Mason, is een doos die hij als zijn broekzak kent. Daar moet hij uit. Hij woont nu in een heerlijk huis, maar het staat in een gribus. Allemaal foute types op straat. Om te beginnen wil hij naar Columbus, de hoofdstad die midden in de staat ligt, daar is het al veel groener. En uiteindelijk hoopt hij in het zuiden te wonen, in Atlanta, Georgia, of in Charlotte, North-Carolina, waar de zon harder schijnt en de grond vruchtbaar is.

Zo zit Charles Mason te dagdromen in de voormalige munitiefabriek, waar hij net les heeft gehad. Het is een van die stugge bakstenen gebouwen die in de binnenstad van Cleveland op de nabijheid van de haven wijzen. Pakhuizen, overslagemplacementen, distributiecentra. Hier huist de organisatie voor sociaal werk Passages, waar mensen zoals Mason – die hier nooit „ex-gevangenen” worden genoemd maar „herstelde burgers” – trainingen krijgen om met succes te kunnen solliciteren. Sommigen leren lezen en schrijven, velen halen hun middelbare-schooldiploma, en allemaal volgen ze cursussen om zich te leren gedragen in het maatschappelijk verkeer.

Het bord in het lokaal staat vol reflecties uit de klas. „Situatie: je komt te laat op je werk en nu moet je bij de baas komen voor een preek.” De „oude gedachten” die dan in de cursisten zouden opkomen, zijn: „Ik sla hem op zijn gezicht.” Of: „Waarom zien ze dit nou niet door de vingers?” Of: „Ik word natuurlijk ontslagen.” Daar staan „nieuwe gedachten”, door de lessen ingegeven, tegenover. „Ik ben een goede werknemer, ik moet alleen dat laatkomen afleren.” „Misschien gaat hij me wel iets hoopvols zeggen, in plaats van iets vervelends.”

Mason heeft er duidelijk wat van opgestoken, want een zinnetje als „elke actie volgt op een gedachte” floept er zó uit.

Eén ding weet hij zeker, zegt Charles Mason: hij gaat van zijn levensdagen de gevangenis niet meer in. Een vriend van hem was, net als hij, pas uit de gevangenis ontslagen. Hij zit er nu alweer in. Voor 25 jaar ditmaal. En hij had alleen in drugs gehandeld.

Had die vriend zich dan niet voorgenomen om nooit meer van zijn leven de gevangenis in te gaan? Natuurlijk wel. Die vriend wist óók zeker dat hij voor altijd uit de gevangenis zou blijven. Waar baseert Mason zijn zelfverzekerdheid dan op? Hij heeft zijn oude vrienden afgezworen, zegt hij, vrienden die in bendes zitten waarvan de namen nog altijd boven zijn rechteroog getatoeëerd staan: YGM en YGC. Hij gaat niet na tienen de straat op, niet uit dansen, niet naar het café. Hij blijft thuis om voor zijn dochters te zorgen, Rose van 7 maanden, Anaya van twee jaar.

Charles Mason werkt aan een opdracht in het klaslokaal van Passages.
Foto Angelo Merendino
Posters aan de muur van een klaslokaal bij Passages.
Foto Angelo Merendino

En het werd niet veiliger

Charles Mason is 23 jaar oud, heeft net zijn tweede gevangenisstraf achter de rug. Onder zijn rechteroog blinken twee druppels van blauwe inkt, voor elke straf één. Op zijn zestiende werd hij veroordeeld omdat hij zo vaak was weggelopen. En diefstal. En drugshandel. Maar ja, wat wil je? Hij zat in een weeshuis sinds hij een baby was. Zijn vader heeft hij nooit gekend. Met zijn moeder, een drugsverslaafde, zocht hij via Facebook contact toen hij 13 was.

Mason is een van de pakweg 2,1 miljoen mensen die in de Verenigde Staten opgesloten zitten. Daarmee is het land al decennia relatief de grootste burgeropsluiter ter wereld. „En het werd niet veiliger op straat”, zegt Brian Moore, directeur van Passages. Cleveland staat de laatste jaren steevast in de top tien van gevaarlijkste Amerikaanse steden. In 2018 werden hier tot nog toe honderd mensen vermoord, vorig jaar waren het er negentig.

Deze week nam de Amerikaanse Senaat met 87 tegen 12 een wet aan die het massaal opsluiten van mensen aanpakt, die ervoor moet zorgen dat minder veroordeelden in de gevangenis komen, dat ze kortere straffen krijgen en eerder in aanmerking komen voor strafvermindering. Het versoepelt de regels voor minimumstraffen die rechters moesten opleggen, het vergroot de aanspraken op punten voor goed gedrag.

Een opgetogen president Donald Trump onderstreept steeds drie kenmerken van zijn First Step Act. Ten eerste dat die voor het eerst de strenge wetgeving verzacht die onder de Democratische president Bill Clinton in de jaren negentig was aangenomen. Ten tweede dat de wet door beide partijen in de Senaat is gesteund, en dat gebeurt nog maar zelden. Obama kon soortgelijke wetgeving niet door het parlement krijgen. Reden waarom de Republikeinen, die hun kiezers liefst vertellen dat ze tough on crime zijn, nu wel voor verzachting hebben gestemd, is dat ze gevoelig zijn voor het economisch argument. Het gevangenissysteem is enorm kostbaar. De staat Ohio gaf dit jaar 1.823.007.660 dollar uit aan het opsluiten van pakweg 49.000 burgers. Iets meer dan 3 miljoen dollar werd terugverdiend door de arbeid die gedetineerden leverden.

Mason draagt een enkelband waarmee hij getraceerd kan worden. Foto Angelo Merendino

Derde reden van Trumps trots is dat hij hiermee met name de zwarte bevolking een dienst bewijst. Die is immers oververtegenwoordigd in de Amerikaanse gevangenissen. In Ohio is 11,5 procent van de inwoners zwart, maar 45 procent van de gevangenen is zwart – net als Charles Mason.

Passages-directeur Brian Moore, die dertig jaar geleden nog geestelijk verzorger in de gevangenis was, haalt een van de pijnlijke verschillen aan onder de oude wetgeving, om te onderstrepen hoezeer etnische afkomst op een onzalige manier verknoopt is met het justitieel systeem in de VS. Bezit van 500 gram cocaïne leverde destijds vijf jaar celstraf op. Dezelfde straf stond op het bezit van 5 gram crack, een cocaïneproduct dat gerookt werd, veel verslavender was dan de snuif-cocaïne, en veel goedkoper. Maar het belangrijkste verschil was misschien wel dat crack populair was onder zwarte, arme Amerikanen, terwijl cocaïne vooral in de witte hogere klassen werd gebruikt.

Lijkt dat op een samenzweringstheorie? Dan is er een hedendaags voorbeeld bijgekomen, zegt Moore. „De grote steden in Ohio hebben de laatste jaren last gekregen van een heropleving van heroïne. Heel ander spul dan in de jaren zeventig, dit wordt versneden met fentanyl, puur vergif. Maar het gekste is: deze heroïnegolf raakt vooral jongens en meisjes uit de witte middenklasse. En wat is ditmaal de reactie van de volksvertegenwoordigers? Zetten ze net als destijds bij de crack alle kaarten op het strafrecht? Nee, nu wordt er ineens in de maatregelen wel nadruk gelegd op de heilzame werking van behandeling boven opsluiting.”

Drugs-rechtbanken

De meeste cliënten van Passages zijn zwarte jonge mannen. De meesten van hen profiteren niet van Trumps gevangenishervorming, omdat de First Step Act alleen geldt voor degenen die in een federale gevangenis opgesloten zitten. Dat zijn er zo’n 181.000, een fractie van de totale gevangenispopulatie. Een poging om op staatsniveau van de strenge straffen voor drugs af te komen en meer plaats in te ruimen voor behandeling en resocialisatie, stuitte bij de verkiezingen van afgelopen november op verzet van de rechters, met name die uit de speciale ‘drugs-rechtbanken’, zegt Moore. „Die wilden het volledige recht behouden straffen op te leggen.” Het amendement werd op 6 november weggestemd. Critici vonden de nadruk op behandeling wel verstandig, maar wezen erop dat de wet het drugshandelaren mogelijk maakte om in plaats van twee jaar cel uit te zitten, te kiezen voor zes weken sociale programma’s.

Toch is Brian Moore hoopvol, net als andere hulpverleners in het gevangenissysteem, en dat is omdat ze verwachten dat de First Step Act, in hun ogen inderdaad een historische „eerste stap” in de goede richting, uiteindelijk ook effect zal hebben op de gevangeniswetten in de staten.

Zolang de staatswetten zijn zoals ze zijn, zetten de sociaal werkers hun kaarten op programma’s binnen het gevangenissysteem, om hetzelfde doel te bereiken: minder mensen in de gevangenis. „Van onze cliënten komt driekwart tot drie jaar na vrijlating niet meer in aanraking met justitie”, zegt Moore. En hij hanteert het belangrijkste argument dat de Republikeinen overtuigde om in te stemmen met de wet: behandeling is ook economisch efficiënt. „Het kost 28.000 dollar per jaar om een gevangene op te sluiten. Onze behandeling kost 3.000 dollar per persoon.”

Charles Mason werkt aan een opdracht in het klaslokaal van Passages. Foto Angelo Merendino

De gedragscursussen zijn belangrijk, net als de cursussen waar werkhouding of bepaalde competenties worden aangeleerd. Maar het belangrijkst is volgens Moore het „leren vader zijn” (of moeder, maar 95 procent van de gevangenen in Ohio is man). „Het beste wapen tegen recidive is dat de herstelde burger bij zijn kinderen betrokken raakt. Daarom leggen al onze programma’s een link naar het gezin.”

Mason kwam de eerste keer uit de cel toen hij achttien was en werd al snel vader van een zoontje. Hij meldde zich vrijwillig voor de cursussen van Passages, maar maakte er naar eigen zeggen een zootje van. Hij kwam zelden opdagen en zocht op straat zijn oude leven weer op. Toen hij een neef hielp bij een overval, werd hij opgepakt. Hij bestuurde de vluchtwagen. Ditmaal kreeg hij drie jaar cel.

Hij laat op zijn telefoon foto’s zien van zijn dochters, een van twee jaar, een van zeven maanden – producten van zijn goede gedrag en verlofregelingen. Zijn zoon woont bij zijn ex in New York. Voorlopig vormt hij met zijn nieuwe vrouw nog geen gezin, zijn vrijlatingsvoorwaarden staan dat niet toe. Hij heeft anger issues. Niet met zijn dochters, haast hij zich te zeggen. Hij jankt even als een baby – zelfs hun gezeur kan hij aan, wil hij maar zeggen.

Je hebt daarbuiten geen idee hoe heerlijk het is als iemand je zo aanraakt.

„Vrouwen zijn oprecht als ze zeggen dat ze voor hun kinderen op het rechte pad blijven”, zegt Caroljean Gates, een voormalige reclasseringsambtenaar die nu het sociaal programma IMPACT bestiert. „Van mannen denk ik dat ze het vaak zeggen om een goeie indruk te maken en eerder uit de gevangenis te komen.” Zij organiseert daarom in de vrouwengevangenis Northeast Reintegration Center jaarlijks een Thanksgiving-diner voor gevangenen en hun familie. En als de fondsen het toelaten, helpt ze kinderen contact leggen met hun moeders daarbinnen via video-verbindingen.

Het Northeast Reintegration Center, op nog geen twee kilometer van het Passages-kantoor, is een ‘lichte gevangenis’. In acht gebouwtjes met elk een letter boven de deur huizen enkele honderden vrouwen, die de week voor Kerst tamelijk ontspannen rondlopen in hun groene polo’s en khaki broeken. Twee jonge vrouwen hangen op een speeltuincarrousel, een ander klampt opzichter Alex Figueiredo aan met een vraag over haar hoger beroep. „Ik was alleen maar aanwezig in de kamer waar een moord werd gepleegd. Ik zit al veertien jaar in de gevangenis.” Ze is niet de enige wat oudere vrouw in het complex, een van hen loopt achter haar rollator naar het kruideniertje naast het hoofdgebouw.

Elke ochtend om elf uur reciteren de vrouwen de ‘sereniteitsbelofte’, waarin ze hun eigenwaarde een oppepper geven en waarin ze de waarde van hun omgeving onderstrepen. Bijna alle vrouwen hebben hier kinderen – de meesten verzinnen op school smoesjes waarom hun moeder hun maanden, soms jaren niet komt ophalen, zeggen ze. Allemaal knikken ze plechtig dat ze zich omwille van hun kinderen goed gedragen, zodat de bezoekuren mogen doorgaan, zodat ze hen mogen bellen, zodat ze eerder vrijkomen: ze kunnen hier per maand vijf dagen aftrek verdienen, zegt Figueiredo.

Bij een oudere vrouw springen de tranen in haar ogen als ze vertelt over het Thanksgiving-diner dat Gates organiseerde. Tijdens de normale visites, mag je je bezoek eenmaal aanraken bij het verwelkomen en eenmaal bij het afscheid, zegt ze. Verder zit je aan weerszijden van een tafel. „Bij Thanksgiving mag je naast elkaar zitten en elkaar vasthouden. Mijn dochter legde haar hand hier.” Ze geeft de denkbeeldige hand op haar schouder kopjes als een poes. „Zij is 45 hè. Maar je hebt daarbuiten geen idee hoe heerlijk het is als iemand je zo aanraakt.”