Twee nieuwe Rembrandts leiden tot ongekende soap

Beeldende kunst in 2018

De ontdekking van twee Rembrandts door Jan Six ontketende een kunsthistorische soap van ongekende proporties.

Jan Six met de eerste van zijn twee nieuwe Rembrandts van 2018, Portret van een jonge man, in mei in de Hermitage in Amsterdam.
Jan Six met de eerste van zijn twee nieuwe Rembrandts van 2018, Portret van een jonge man, in mei in de Hermitage in Amsterdam. Foto Olivier Middendorp

Het gebeurt vaker, dat er in de aanloop naar een grote tentoonstelling spectaculaire ontdekkingen worden gedaan. Toevallig of niet wordt er dan ‘opeens’ een verloren gewaand schilderij teruggevonden of een nieuw werk toegeschreven aan een oude meester. Je kon er dus haast op wachten dat er bij de voorbereiding van het Rembrandtjaar 2019, waarin door diverse musea herdacht wordt dat de schilder 350 jaar geleden stierf, onbekende Rembrandts op zouden duiken.

Alleen: het was dit keer niet een ijverige museumconservator die op een onbekende parel stuitte, maar een ambitieuze kunsthandelaar. Jan Six, telg uit een Amsterdams patriciërsgeslacht, presenteerde in 2018 niet één, maar twee nieuwe Rembrandts. Het was direct wereldnieuws, want het komt zelden voor dat een onbekend schilderij aan het oeuvre van Rembrandt wordt toegevoegd – voor het laatst gebeurde dat ruim veertig jaar geleden.

Wat was volgens de recensenten van NRC de beste beeldende kunst van 2018?

Op 15 mei onthulde Six in NRC dat hij in 2016 op een veiling bij Christie’s in Londen in een portret van een jonge man de hand van Rembrandt had herkend. De rest van de kunstwereld had zitten slapen, vertelde hij die avond glunderend in het tv-programma Pauw. In september volgde nóg een ontdekking. Ditmaal had Six in de bijbelse voorstelling Laat de kinderen tot mij komen, in 2014 aangeboden op een veiling bij Lempertz in Keulen, het gezicht van de jonge Rembrandt herkend. In beide gevallen waren de richtprijzen laag, enkele tienduizenden euro’s, en kon Six met behulp van anonieme investeerders de Rembrandts als relatieve ‘koopjes’ bemachtigen. Het Portret van een jonge man (ca. 1634) werd verkocht voor omgerekend 156.000 euro, de bijbelse scène kostte anderhalf miljoen euro.

Het was een jongensdroom die uitkwam, en die door Six uitvoerig werd beschreven in zijn boek dat bij de presentatie van het Portret van een jonge man verscheen.

Bedrog

Maar de beide ontdekkingen vormden tevens het begin van een kunsthistorische soap die zijn weerga niet kent. Want daags vóórdat Six in de Volkskrantvertelde over zijn tweede ontdekking, had een andere kunsthandelaar, Sander Bijl, hem in NRCbeschuldigd van bedrog. Bijl vertelde dat hij met Six de afspraak had gemaakt om samen op het Portret van een jonge man te bieden, en onderbouwde zijn verhaal met e-mails en app’jes die over en weer waren gegaan. Vervolgens was Six met een andere investeerder in zee gegaan. Dubbelspel dus, zo meende Bijl. Six ontkende, maar zei later wel in de Volkskrant: „Ik heb Sander de ruimte gegeven om te geloven in zijn eigen verhaal.”

Op primetime televisie en in de landelijke kranten werd door de diverse hoofdrolspelers met modder gegooid. Volgens Six was het de loslippigheid van Rembrandt-kenner Ernst van de Wetering geweest die Bijl op het spoor van de Rembrandt had gebracht. De vader van Sander Bijl, restaurator Martin Bijl, was namelijk al decennialang bevriend met Van de Wetering. Op diens voordracht werkte Bijl sr. aan de restauratie van Laat de kinderen tot mij komen. Volgens Six moest Van de Wetering zijn mond voorbij gepraat hebben en Sander Bijl verteld hebben over zijn ontdekking in de Christie’s-catalogus.

Ernst van de Wetering, die eerder dat jaar nog het voorwoord had geschreven van Six’ boek en beide ontdekkingen als authentieke Rembrandts had aangemerkt, verbrak daarop publiekelijk zijn vriendschap met Six. In een interview met NRC zei hij zich „misbruikt” te voelen door de kunsthandelaar. En: „Six heeft zijn ware aard getoond; ik weet nu hoe hij kan liegen.”

Meer onderzoek

Intussen is het laatste woord over de Rembrandts nog lang niet gezegd. Er zijn kenners die twijfelen of het Portret van een jonge man wel echt is. De Poolse kunsthistorica en restaurator Ivonka Ciepielak publiceerde in oktober een stevig onderbouwd artikel in opiniekrant Argus, waarin ze onomwonden stelt dat „de Rembrandt van Six geen Rembrandt is”. De restaurator bekeek het werk met een uv-lampje toen het in mei tentoongesteld werd in de Hermitage. Ze vindt het portret te „tweedimensionaal”, met een gezicht dat „te modern” is en een haardos „die bijna identiek is aan een zelfportret van Lievens”. Het schilderij zou volgens haar heel goed een negentiende-eeuwse kopie kunnen zijn – een ‘vervalsing’ wil ze het niet noemen. Zulke grote portretten waren duur, stelt Ciepielak, en moesten aan een scala van eisen voldoen. „Portret van een jonge man is eenvoudig niet goed genoeg. In 1634 was Rembrandt op de top van zijn roem en kon zich niet permitteren er de kantjes van af te lopen.”

Rijksmuseum-directeur Taco Dibbits liet NRC weten dat uit het onderzoek dat in het museum naar het Portret van een jonge man is gedaan, bleek dat er overeenkomsten waren qua materiaalgebruik en techniek met Rembrandt én met kunstenaars uit zijn directe omgeving. Voor een toeschrijving is echter meer onderzoek nodig, stelde Dibbits. In aankoop van het werk is het Rijksmuseum hoe dan ook niet geïnteresseerd.

Rembrandtjaar

Rembrandt, Laat de kinderen tot mij komen (ca. 1627-28, olieverf op doek, 103,5 x 86 cm). Deels gerestaureerd. Foto René Gerritsen/ Lakenhal

Zelfs Ernst van de Wetering noemde – en dit was vóórdat hij zijn relatie met Six verbrak – het hoofdstuk dat Six schreef over de onderbouwing van de toeschrijving „een zwak verhaal”. Later noemde Van de Wetering het werk in NRC „een routineus gemaakt portret, dat weinig reden tot vreugde geeft. Omdat het om een fragment van een veel groter doek gaat, is het een vreemd ding – iets tussen een Rembrandt en een non-Rembrandt in.”

Over Laat de kinderen tot mij komen bestaat minder twijfel. Van de Wetering: „Dat is een geweldige vondst.” Het is de bedoeling dat het werk getoond wordt op de tentoonstelling over de jonge Rembrandt die in november 2019 in De Lakenhal in Leiden opent. Maar eerst moet het oorspronkelijke schilderij onder de overschildering vandaan getoverd worden. Martin Bijl, die aan die klus begonnen was, is door Six van zijn taak ontheven. Grote vraag is of het werk nu op tijd gereed zal zijn voor de opening.

En zo zijn er meer vragen. Zal een van de ruziënde partijen in 2019 naar de rechter stappen, bijvoorbeeld? Sander Bijl kan Six aanklagen wegens het niet nakomen van een afspraak. Andersom zou Six hem kunnen vervolgen wegens smaad. In het jaar dat Rembrandt wordt herdacht, zal deze soap vast nog wel een staartje krijgen.

    • Sandra Smallenburg