Opinie

Polderaanpak van klimaatbeleid ontslaat politiek niet van keuzes

CO2-reductie

Commentaar

Aan de intenties ligt het niet. Met 112 tegen 27 stemmen nam een overtuigende meerderheid van de Tweede Kamer afgelopen donderdag op de laatste dag voor het kerstreces de klimaatwet aan. Een initiatiefwet uit 2016 van aanvankelijk de fractievoorzitters Jesse Klaver (GroenLinks) en Diederik Samsom (PvdA) waarbij zich in de loop van de tijd nog zes andere partijen aansloten. In de wet wordt vastgelegd dat uiterlijk in 2050 de hoeveelheid broeikasgassen met 95 procent zijn gereduceerd ten opzichte van 1990. Als tussenstap wordt voor 2030 een reductie 49 procent genoemd.

De wet sluit aan bij het klimaatakkoord van Parijs uit 2015 waar het grootste deel van de wereldgemeenschap de afspraak maakte de opwarming van de aarde in de tweede helft van deze eeuw tot ruim beneden de twee graden te beperken, liefst tot onder de 1,5 procent. Deze afspraak werd afgelopen zaterdagnacht aan het slot van een vervolgconferentie in het Poolse Katowice bevestigd. Maar deze top bevestigde evenzeer dat de weg naar het bereiken van de klimaatdoelstelling vanwege tegenstelde belangen uitermate zwaar is en het dan ook allerminst zeker is dat resultaten worden gehaald.

Daar weet Nederland op kleine schaal over mee te praten. Zelfs het nakomen van de door de rechter opgelegde verplichtingen voor het jaar 2020 lijkt een onmogelijke opgave zoals deze week uit een reconstructie van deze krant bleek. Het gaat hierbij om de zogeheten Urgenda-zaak.

Op ander vlak werd vrijdag eindelijk het langverwachte klimaatakkoord gepresenteerd met daarin uitgewerkte plannen hoe Nederland invulling zou kunnen geven aan de in Parijs afgesproken reductie van de verwachte temperatuurstijging. Dat wil zeggen: een ontwerpakkoord. Een immens pakket aan voorstellen en maatregelen variërend van elektrificeren van het wagenpark tot financieringsconstructies om de verduurzaming te betalen wordt nu eerst doorgerekend door het Planbureau voor de Leefomgeving en het Centraal Planbureau. Pas dan volgt in de loop van volgend jaar politieke besluitvorming en kan gesproken worden over een echt akkoord.

De totstandkoming van het ontwerpakkoord vertoonde zeer Nederlandse trekjes. Het was de polder in het kwadraat. Georganiseerd en belangen vertegenwoordigend Nederland zat massaal aan tafel bij voorzitter Ed Nijpels waarbij velen – conform de bijbehorende terminologie – over de hun eigen schaduw heen sprongen. Dat was althans de waarneming van Nijpels. Parallel aan de ‘tafelgesprekken’ probeerden de meest betrokken ministers en de top van de coalitie in het zogeheten periodieke ‘cockpit-overleg’ zorg te dragen voor de politieke sturing.

Het resultaat van dit vergadercircus is ernaar. Weliswaar haakten de milieubeweging en de vakbond FNV na negen maanden aan tafel te hebben gezeten nog geen dag voor de presentatie af – de voorstellen gingen niet ver genoeg – maar de rest kan wel aangesproken worden op de soms ingrijpende maatregelen. Hetzelfde geldt voor het kabinet dat er niet aan zal ontkomen bepaalde taboes zoals de onbespreekbaarheid van het rekeningrijden te laten varen. Dat zal volgend jaar moeten blijken als het moment van de politieke besluitvorming is aangebroken.

Vooralsnog is er met het ontwerp-akkoord alleen nog maar sprake van een door organisaties gedragen papieren werkelijkheid. Daar kan makkelijk cynisch over worden gedaan, maar de realiteit is dat de voorgestelde omwenteling tot 2030 en daarna tot 2050 gevolgen heeft voor iedereen. Daarvoor is draagvlak nodig. En juist dat draagvlak is in het huidige tijdsgewricht minder vanzelfsprekend. Een geel hesje is zo aangetrokken. Dat een poging is ondernomen om zoveel mogelijk partijen te committeren is dus begrijpelijk, maar het gaat er uiteindelijk om dat de maatregelen door de burgers worden gedragen.

Hier ligt bij uitstek een taak voor de politiek die de urgentie van het klimaatvraagstuk moet zien te verbinden met het besef dat de gevraagde aanpassingen voor iedereen betaalbaar blijven. Ondertussen tikt de klok door. Natuurlijk, er gebeurt niet niks. Een flink deel van de huidige economische groei kan zelfs worden toegeschreven aan de reeds aan de gang zijnde verduurzaming. Aanleg van zonnepanelen, isolatie, de bouw van windparken: allemaal activiteiten die verband houden met het eerder afgesloten energieakkoord. Maar toch, het echte werk om aan de ambitieuze klimaatdoelstellingen te voldoen moet nog beginnen. Dan zal het ook gedaan zijn met de vrijblijvendheid.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.