Opinie

Mijn ene kleine plofkippetje

Column Als een individuele actie niet of nauwelijks effect heeft, wat heeft het dan voor zin om die actie te ondernemen? bespreekt de ethiek van het vegetarisme.

Jeroen Geurts

Ik ben vegetariër. Dat is misschien een beetje gek om te zeggen in een special over vlees, maar het is toch zo. Ik heb een probleem met de bio-industrie, vanwege de vervuiling en de manier waarop we met dieren omgaan. En ik zie daarnaast voldoende alternatieven voor vlees. Ik eet overigens wel vis. Soms. Niet de bedreigde soorten. En als ik ben uitgenodigd voor een dinertje bij iemand thuis en ik krijg daar vlees voorgezet dan eet ik dat gewoon op. Die arme mensen hebben dan al helemaal gekookt en het gaat er tenslotte om dat we met zijn allen minder vlees eten, niet dat we gelijk gaan gillen bij elk individueel stukje vlees dat in onze buurt komt. Althans, zo sta ik er in.

Ik ken ook wel vegetariërs die dit maar een slappe houding vinden. „Jij bent helemaal geen vegetariër, maar een flexitariër”, zeggen ze dan. En dan trekken ze hun neus op. Ik weet niet hoor, maar ik denk dat we geen dogmatische houding nodig hebben om toch iets goeds te kunnen doen voor de wereld. Maar goed, mij best: dan ben ik flexitariër. Dat is alsnog beter dan niks doen.

In plaats van elke avond een koteletje, blinde vink, stukje biefstuk, kipfiletje, entrecôte of gehaktbal met vette jus naast de aardappelen, zou elke Nederlander zich kunnen beperken tot, laten we zeggen, drie keer per week vlees. Dat zou voor die arme koeien, varkens en kippen al heel wat uitmaken. Misschien bevalt minder vlees eten wel zodanig goed dat sommigen nog verder willen afbouwen, bijvoorbeeld naar twee keer per week. Uit eigen ervaring weet ik dat als je weinig vlees eet, je er na verloop van tijd ook niet echt trek meer in hebt. Misschien eten sommigen uiteindelijk alleen nog een stukje vlees op zondag. Of met kerst. Nog meer gelukkige beestjes! Heel Nederland flexitariër, dat zou al een hoop dierellende schelen.

Maar goed, u weet net zo goed als ik dat dit slechts een droomscenario is. „Ik vind vlees veel te lekker”, zeggen mensen dan. Of: „Ik vind het ingewikkeld om vegetarisch te koken”. Of: „Dan mis je allerlei belangrijke vitaminen en mineralen.” Ja, een beetje B12, wat ijzer. Misschien een paar grammetjes creatine. Zit ook gewoon in een potje; kun je bestellen online. Niettemin, je krijgt niet iedereen flexitariër. Want mensen zijn gehecht aan hun vlees. We zien die dieren ook verder niet lijden, we weten niet precies hoe vervuilend hun mest is en we leggen onze scrupules vrij makkelijk naast ons neer.

Flexitariër in je eentje

Interessant is het volgende argument tégen minder vlees eten: het flexitarisme van één individu heeft geen effect op de bio-industrie. Of u nu dat ene stukje biefstuk koopt of niet, er is altijd wel iemand die het koopt. De productie blijft exact gelijk. Het is, met andere woorden, weinig zinvol als ik vanaf nu geen vlees meer eet. Diezelfde gedachte geldt, mutatis mutandis, voor het naar de stembus gaan of voor het rijden in een benzine-slurpende SUV. Het effect van de uitlaatgassen van één auto is verwaarloosbaar in termen van global warming. In de ethiek wordt gesproken van het ‘collective action problem’: als jouw individuele actie niet of nauwelijks effect heeft, wat heeft het dan voor zin om die actie te ondernemen? Nou ja, je maakt natuurlijk wel onderdeel uit van een verzameling van mensen die allemaal gedrag vertonen met uiteindelijk negatieve consequenties. Als we allemáal niet gaan stemmen is de kans op een fout regime groter. Als we allemáal grote hoeveelheden uitlaatgassen produceren, krijgen we een broeikaseffect. Als we allemáal vlees eten, zitten we met een vervuilende en onterende industrie.

Ja maar, wacht even, bekijk het nou even vanuit mijn perspectief: mijn ene kleine prijspakkende plofkippetje uit de buurtsuper zet de kippenindustrie niet aan tot extra productie. Ik kan in mijn eentje dus niet verantwoordelijk zijn voor al dat dierenleed! Klopt, er wordt niet gelijk een miljoen nieuwe kippen geslacht nadat u die negenennegentig eurocent heeft afgerekend. Degene achter u in de rij heeft met dezelfde aankoop ook niet dat effect. Maar er komt natuurlijk een moment dat dat miljoen nieuwe kippen wél wordt geslacht. En wie is dat dan schuld? Degene ná degene na u? Degene die net de laatste kip van de huidige Nederlandse supermarktvoorraad heeft gekocht? Of bent u toch op de een of andere manier gezamenlijk schuldig, omdat u allemaal een deel van de kippenstock heeft weggekocht? Wat een prachtig dilemma: in ons eentje lijken we niet verantwoordelijk, maar met z’n allen zorgen we wel degelijk voor een hoop ellende.

Hè sodeju Geurts, ik ga net het kerstdiner inslaan. Kom jij met zo’n verhaal. Oké oké, ik weet het goed gemaakt: zet in het nieuwe jaar in plaats van zeven keer, drie keer per week vlees op tafel. Dan geniet u nu gewoon lekker van uw coq-au-vin.

Merry Christmas!

is hoogleraar translationele neurowetenschappen aan het Amsterdam UMC, locatie VUmc.