Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Journalistenvrouw

None

Nadat ik de kinderen naar de opvang had gebracht ging ik naar het huiskamerrestaurant, de enige plek in het dorp waar ze onder werktijd soms koffie serveren. Ik zette me er achter het Noordhollands Dagblad, dat me een paar minuten later vriendelijk uit de handen werd gegrist door een vrouw die twee brillen op haar voorhoofd had staan. Ze bladerde er snel doorheen en schudde het hoofd.

„Weer geen achtergrondartikel over de ingestorte garage bij de DekaMarkt in Wormerveer. Daarom heb ik dus geen abonnement. Slechte journalistiek.”

Een beetje doorvragen leerde dat ze daar verstand van had.

Haar man had jaren bij het NOS-journaal gewerkt.

Ik begon ze maar allemaal op te sommen.

Harmen Siezen, Philip Freriks, Joop van Zijl…

Ze schudde het hoofd. „Hij zat in het camerateam”, zei ze. Ze was in verband met zijn verjaardag bezig om een compilatie te maken van zijn beste werk. Of ik me de grote sprinkhanenplaag in Zuid-Europa van een jaar of twintig geleden nog kon herinneren?

„Toen is hij naar Rome geweest. De lucht zag bruin van de beestjes. Kunt u zich daar niets meer van herinneren?”

Daarna: „Natuurlijk kunt u zich daar niets van herinneren, u zit hier.”

Ze hadden jaren een speciale pas gehad, een vrijgeleide voor de Velsertunnel. Voor als er een ramp zou gebeuren, die nooit gebeurde. „Dan hadden we over de vluchtstrook gemogen. We mochten sowieso over de vluchtstrook, maar we hebben het nooit gedaan.”

„We?”, vroeg ik, want ik wist uit ervaring dat de meeste journalisten hun partners thuislaten als ze naar een ramp gaan. Ik vroeg of ze Marga van Praag kende, want die was toen ik haar een keer ontmoette meteen gaan kraaien dat haar beste vriendin ook in het dorp woont.

„Die heet Inge”, zei ik. „Ze bakt vaak pannenkoeken. Bent u dat?” Zij: „Nee, mijn man werkte vaak met Pauline Broekema.”

Ze sloeg met haar hand op het Noordhollands Dagblad.

„Heeft Pauline ook gewerkt, toen was het nog wel een goede krant. Nu staat er nooit wat in.”

Nog geen achtergrondartikel over de DekaMarkt, waar ze zelf, zo bleek, al jaren tegen procedeerde in verband met wateroverlast.

„Het zijn altijd de journalisten die zaken aankaarten. Tenminste de journalisten van de oude stempel. En hun vrouwen…” Ze dempte haar stem, alsof ze me deelgenoot maakte van iets wat ik niet kon weten. Ze had het er in Hilversum en Amsterdam nooit over, maar in dit dorp kon je de grootste geheimen delen zonder dat het een krant haalt.

„Veel journalisten hebben een thuisfront, dat zijn dan eigenlijk ook journalisten.”

Ik deed alsof ik dat heel herkenbaar vond.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen